Antillianen scoren hoog in criminaliteit

Antillianen in Amsterdam plegen, vergeleken met Surinamers, Marokkanen en Turken, naar verhouding het vaakst misdrijven, en Turken het minst. Dat concluderen onderzoekers in het zojuist verschenen nummer van het Tijdschrift voor Criminologie. Zij baseren zich op cijfers van de Amsterdamse politie over aanhoudingen onder Amsterdamse allochtonen. De criminologen analyseerden de aanhoudingen over de periode 1997-2000 op het gebied van kleine criminaliteit; drugsdelicten; overval/roof; geweld en moord/doodslag.

Uit het onderzoek blijkt dat Antillianen, de kleinste groep, relatief het vaakst crimineel gedrag vertonen, vooral waar het gaat om overval en roof. Onder hen zijn in vergelijking met de drie andere groeperingen meer volwassenen en meer vrouwen.

Surinamers vormen in Amsterdam de grootste groep allochtonen. Wat betreft criminaliteit staan zij op de tweede plaats, vooral door drugsdelicten (vaak gepleegd door verslaafde dertigers en veertigers, waaronder relatief meer vrouwen) en door kleine criminaliteit. Marokkanen vormen de derde groep in omvang, maar Marokkaanse jongens en jonge mannen staan bovenaan wat betreft kleine criminaliteit en zij scoren ook hoog in de categorie geweldsdelicten.

Turken scoren het laagst wat betreft álle aanhoudingen en afzonderlijke delicten. Bij hen komt jeugdcriminaliteit minder voor dan onder de andere drie groeperingen.

De Amsterdamse onderzoekscijfers weerspreken ook dat moord en doodslag in verband met afrekeningen in het drugscircuit en eer- en bloedwraak bij Turken vaker zou voorkomen. Volgens de onderzoekers zijn de opvallend lage criminaliteitscijfers onder Turken te verklaren uit hun sterke sociale bindingen en de daaruit voortvloeiende sociale controle.