Albert Heijn en gendebat 1

Onder de kop `Albert Heijn wijzigt tekst gencommissie' meldde NRC Handelsblad van 9 oktober dat Albert Heijn van te voren de tekst heeft geredigeerd van het voorlichtingsboekje dat deze maand in het kader van het publieke debat over biotechnologie en voedsel via de Allerhande is verspreid. De universitair docent communicatiewetenschappen Vuijk noemt het vervolgens terecht curieus dat een commissie als de onze ,,eerst haar informatie laat goedkeuren door een supermarktketen''.

Feitelijk is het volgende gebeurd. De concepttekst voor de voorlichtingsfolder in de Allerhande is inderdaad voor commentaar aan Albert Heijn voorgelegd, maar niet voor inhoudelijke goedkeuring. De mening van Albert Heijn is gevraagd over aspecten als de lengte van de tekst, de afstemming op de doelgroep, en dergelijke. Albert Heijn heeft ons er daarbij op gewezen dat de passage over etikettering van producten die met behulp van gentechnologie zijn vervaardigd enkele onjuistheden bevatte. Deze hebben we gecorrigeerd. Net zoals de commissie steeds alle suggesties voor verbetering en aanscherping van teksten die ze juist in haar voorlichtings- en discussiemateriaal heeft overgenomen, of ze nu komen van milieuorganisaties of, zoals in dit geval, van AH.

De stelling in het artikel dat het boekje ,,vóór publicatie [is] geredigeerd door supermarktketen Albert Heijn'' is dus feitelijk onjuist. De redacteur toont zich overigens buitengewoon slecht geïnformeerd waar zij beweert dat de folder in Allerhande ,,het enig geschreven medium [is] waar de commissie uitleg geeft over genetische aanpassingen''. Verschillende doelgroepen zijn en worden in de loop van het jaar via verschillende kanalen geïnformeerd, onder meer ook via dagbladen en huis-aan-huisbladen.

De redactie van de tekst van de bijlage in de Allerhande hebben we steeds in eigen hand gehouden. De uiteindelijke tekst van de bijlage is vastgesteld door de Commissie biotechnologie en voedsel. De inhoud van de brochure is ook op het onderdeel etikettering geheel consistent met de overige publicaties van onze commissie.

In de folder worden ook kort de negen toepassingsvoorbeelden van onze commissie besproken aan de hand waarvan het publiek door ons wordt uitgenodigd zijn mening over `eten en genen' te vormen en kenbaar te maken. In reactie op de bewering in het NRC-artikel dat dit in de brochure op een `omstreden' wijze zou zijn gebeurd, wil ik erop wijzen dat bij elk mogelijk voordeel dat genoemd wordt ook telkens is aangegeven welk nadeel daar tegenover zou kunnen staan.