Afghanistan en de wereld

De luchtoorlog tegen Osama bin Laden en de Talibaan is gisteren de tweede week ingegaan. Amerikaanse woordvoerders tonen zich tevreden over de resultaten. De geallieerden beheersen het luchtruim boven Afghanistan en hebben nog slechts sporadisch hinder van grondvuur. Een enkele misser is inmiddels toegegeven, met de daaruit voortvloeiende `collateral damage'. Precieze informatie ontbreekt, maar het risico dat hiermee in de begeleidende propaganda-oorlog juist een slag verloren wordt, is reëel. De Talibaan hebben, indachtig het voorbeeld van Saddam Hussein en Miloševic, de internationale pers erbij gehaald om de wereld te tonen dat de droge dagrapporten van het Pentagon over getroffen doelen niet de hele waarheid vertellen.

Onduidelijk blijft wat de volgende fase in de `war on terrorism' zal inhouden. Hoe dan ook komt er binnen enkele weken een einde aan de intensieve bombardementen, al was het omdat er geen doelen meer zijn. De Talibaan raakt militair verzwakt, mag worden aangenomen. Maar gaat het er nu in de eerste plaats om het Talibaanregime door een meer representatief landsbestuur te vervangen of Osama bin Laden en Al-Qaeda onschadelijk te maken? President Bush heeft herhaaldelijk onderstreept dat lang niet alle operaties in deze oorlog `zichtbaar' zullen zijn voor een groot publiek. Dat ligt gezien het karakter van de vijand voor de hand. Anderzijds is het van belang de steun van het publiek te behouden. Zonder zichtbare resultaten kan dat op den duur een probleem worden.

Afgezien van het verloop van de operaties in Afghanistan zijn twee andere factoren van belang: de spankracht van de grote coalitie die de strijd tegen het internationale terrorisme steunt en het gevaar van verdere aanslagen. De protesten in de islamitische wereld tegen de luchtoorlog zijn inmiddels niet meer te veronachtzamen. En ook in Europa beginnen tegenstanders zich te roeren. Tegelijkertijd de aanslagen in New York en Washington veroordelen èn de bombardementen in Afghanistan kritiseren kan een uitweg bieden uit een persoonlijk dilemma. President Megawati van Indonesië heeft uiteindelijk voor deze politiek comfortabele dubbelslag gekozen. Menig in aanleg pro-westerse leider in de islamitische wereld zou haar voorbeeld willen volgen.

Het gevaar van nieuwe aanslagen valt niet te ontkennen. De Amerikaanse autoriteiten doen dat ook niet. De gevallen van besmetting met anthrax worden serieus onderzocht en behandeld; het risico dat dit tot een psychose leidt die de terroristen in de kaart speelt, wordt op de koop toe genomen.

De aanvallen op de Twin Towers en het Pentagon trekken steeds wijdere cirkels, met uiteenlopende effecten in verschillende delen van de wereld. Geen regering kan zich hieraan onttrekken, of zij nu democratisch of autoritair van karakter is. President Bush heeft van het rechtdoen aan de onverlaten van de elfde september een geloofsartikel gemaakt. Weinigen zullen hem het recht daartoe ontzeggen. Maar de in te zetten middelen zullen steeds opnieuw gerechtvaardigd moeten worden tegenover een wereldomspannende, kritische openbare mening. Zeker wanneer het een lange oorlog wordt.