Wapens uit de garage

Gisteren werden de Verenigde Staten opgeschrikt door een vierde besmetting met miltvuur; na de gevallen in Florida nu in New York. Het kweken van miltvuur- bacteriën en andere biologische wapens is op zichzelf niet moeilijk. Gaat het in de VS om incidenten of neemt de dreiging van terreurgroepen toe?

Het moest ervan komen en het is ervan gekomen. Eindelijk zijn de Verenigde Staten getroffen door een aanslag met miltvuur (antrax). Al zes jaar is het land in de ban van mogelijke aanslagen met biologische wapens, door een vijandelijke staat of een ongrijpbare terreurgroep. Sinds inspecteurs van de Verenigde Naties in 1995 duidelijk maakten dat Irak op grote schaal biowapens produceerde en het gerucht de ronde deed dat bij de eerste aanslag op het WTC in 1993 cyanidegas klaar stond, kreeg die vrees geleidelijk de vorm van een groepsneurose. De Amerikanen richtten commissies op, vaardigden wetten uit en analyseerden in een stroom boeken en brochures de gevaren en kansen. Eens moest iemand wel tot het besluit komen de daad bij het woord te voegen.

De knellende vraag is: blijft `Florida' een incident of neemt de dreiging van terreurgroepen toe? Een eerste verkenning levert geen al te verontrustend beeld op. Nog steeds zijn de aanwijzingen zwak dat Bin Ladens Al-Qaeda werkt aan chemische of biologische wapens. Het bleef tot dusver bij verbale dreigingen en verklaringen van Amerikaanse inlichtingendiensten dat de groep `belangstelling' heeft voor de wapens en `oefent' in het gebruik.

Ook over andere terreurgroepen worden voornamelijk vage geruchten verspreid. Ze stijgen niet uit boven het niveau van de verdachtmakingen over de Baader-Meinhof-groep (`mosterdgas') en de Rote Armee Fraktion (`botuline'). De Amerikaan Jonathan Tucker verzamelde vorig jaar twaalf case studies over het veronderstelde gebruik van chemische of biologische wapens door terreurgroepen. Het bleek bijna steeds loos alarm. Slechts in twee gevallen was het tot een serieuze `aanval' met zo'n wapen gekomen. De Bhagwan-sekte besmette in 1984 voedsel met de bacterie Salmonella enterica, de Japanse sekte Aum Shinrikyo deed in 1995 een aanval met het zenuwgas sarin en bleek al eerder antrax en botuline te hebben verspreid. Anderen hebben nog een opzettelijke voedselbesmetting uit 1966 in Texas als biologische aanval gerubriceerd. Een gefrustreerde laborant van een medisch laboratorium besmette donuts en brownies van de kantine opzettelijk met de bacterie Shigella dysenteria. Elf collega's kregen diarree. Ook in Canada is in 1970 iets dergelijks gebeurd.

Het Amerikaanse Monterey Institute inventariseert jaarlijks alle incidenten en aanslagen met chemische materialen en biowapens van ziekmakende virussen en bacteriën waarbij groepen en individuen zijn betrokken. Dat leverde voor de jaren 1999 en 2000 lange lijsten op (zie cns.miis.edu) waarbij aanslagen met traangas en pepperspray de boventoon voeren. En verder een niet te tellen aantal bedreigingen met brieven waarin miltvuurbacteriën zouden zitten maar nooit zaten. Echte biologische aanslagen deden zich niet voor.

Ook door staten zijn sinds 1945 voor zover bekend nooit biologische wapens ingezet. Wèl chemische: Egypte gebruikte in de jaren zestig mosterdgas en fosgeen in Jemen, en Irak heeft in de jaren tachtig mosterdgas en het zenuwgas tabun ingezet tegen Koerdische burgers en Iraanse militairen. Of, zoals de Amerikanen beweerden, in Laos, Cambodja en Afghanistan giffen uit de schimmel fusarium (trichothecenen, beter bekend als `yellow rain') van Russische herkomst zijn gebruikt is nooit helemaal helder geworden.

Voorlopig lijkt daarmee geen ongunstige trend zichtbaar, al moet er onmiddellijk aan worden toegevoegd dat er wel op zeer grote schaal gewerkt is aan de ontwikkeling en productie van biologische wapens, in de VS bijvoorbeeld tot 1969 en in Rusland zelfs tot 1992. Maar het gebruik stuitte kennelijk op een taboe, eenzelfde soort taboe dat ook zo opmerkelijk lang de inzet van chemische wapens tegenhield. Tot het door Irak werd doorbroken. Als blijkt dat de miltvuurbesmetting in Florida niet het werk is van een gefrustreerde laborant maar van een weloverwogen opererende terreurgroep, dan moet het effect daarvan niet worden onderschat. Dan kan het zijn dat het taboe op de inzet van nu nog algemeen als `onmenselijk' ervaren biologische wapens geleidelijk verdwijnt en dat een sinister proces van gewenning optreedt.

Bedreiging

Als de gevallen in de Verenigde Staten het werk blijken te zijn van een terreurgroep, zou voor het eerst ook overtuigend zijn aangetoond dat een min of meer amateuristisch opererende groep een werkzaam biologisch preparaat kan maken. Ook van dit nieuwe gegeven zou een grote bedreiging uitgaan. Vaak is beweerd dat het grootste geheim van de atoombom was dat hij überhaupt te maken was en dat het dus zin had in de ontwikkeling ervan te investeren. Nu kunnen terreurgroepen tot het inzicht komen dat de bereiding van een biologisch wapen haalbaar is.

Goedbeschouwd is het een raadsel dat het velen ogenschijnlijk nog zoveel moeite kost om een werkzaam biologisch wapen te maken als men bedenkt dat Robert Koch er al in 1876 in slaagde om miltvuurbacteriën te isoleren, rein te kweken en te vermeerderen. En dat het Engelse leger al in de jaren veertig een heel miltvuurarsenaal achter de hand had. De sekte Aum Shinrikyo, die toch geen gebrek een geld en technici had, wist van zijn antrax en botuline geen bruikbaar wapen te maken. Ook Irak kreeg zijn programma met antrax en botuline maar met moeite van de grond. Men produceerde ongezuiverde preparaten waarvoor nog nauwelijks een efficiënte verspreidingsmethode was ontwikkeld.

Voor een deel komt de verklaring van het karakteristieke verschil tussen chemische en biologische wapens. De `populairste' chemische wapens, zoals mosterdgas en de zenuwgassen, doordringen de huid en zijn dus ook werkzaam als ze in grove druppels op een slachtoffer vallen. Biologische wapens (bacteriën, virussen en biologische gifstoffen) moeten bijna altijd worden ingeademd om hun dodelijk effect te sorteren. Ze moeten dus op een of andere wijze worden versproeid of verspoten tot een fijne nevel, een `aerosol'. De productie van een goede aerosol is technisch lastig. Toch wordt algemeen aangenomen dat terreurgroepen liever biologische dan chemische wapens ontwikkelen. Voor biologische wapens zijn veel minder, en vooral ook minder opvallende grondstoffen nodig dan voor chemische.

Volgens een in juni verschenen advies over bioterrorisme van de Gezondheidsraad zijn ziekteverwekkende preparaten moeilijk naar `bruikbaarheid' te rangschikken. In de VS deinst men niet terug voor het opstellen van zo'n rijtje. In 1998 en 1999 kwamen twee werkgroepen tamelijk eensgezind tot een rangorde waarbij zij vier factoren een rol lieten spelen: het gezondheidsgevaar, het gemak waarmee de preparaten zijn te produceren en te verspreiden, de mogelijkheid de bevolking ertegen te beschermen (met vaccins of geneesmiddelen) en ten slotte de angst die de ziekteverschijnselen teweeg zouden brengen. Men selecteerde zes preparaten die bij uitstek geschikt leken voor de bioterrorist. Ze zijn in volgorde: pokken, miltvuur, pest, botuline, tularemie en een grote groep virussen (waaronder het beruchte Marburg- en Ebola-virus) die koortsen met bloedingen in de slijmvliezen opwekken.

Hoe makkelijk een improviserende terreurgroep een keuze uit de `topzes' maakt is onduidelijk. Maar de literatuur staat wel een `educated guess' toe. Waarschijnlijk zal men afzien van het gebruik van virussen omdat die in levend materiaal gekweekt moeten worden. Vermoedelijk is ook het gebruik van tularemie, een bacterie die een pestachtige ziekte veroorzaakt, onaantrekkelijk, omdat deze bacterie niet dodelijk genoeg is. In militaire toepassingen, waarbij het klassieke doel is de vijand `uit te schakelen', maakt het niet uit of de tegenstander ziek wordt of sterft. Maar de moderne terreurgroep is het, volgens veel analyses, juist wèl te doen om dood en verderf. De groepen zijn niet langer uit op aandacht maar op wraak.

Geen geheim

Met veel voorbehoud is de terreurlijst dus terug te brengen tot miltvuur, pest en botuline. Botuline is de krachtigste gifstof die er bestaat. Het wordt gevormd door de bacterie Clostridium botulinum en was vroeger wel de oorzaak van dodelijke voedselvergiftigingen. Botuline is in feite zó giftig dat de aspirant-terrorist een groot risico loopt zichzelf te vergiftigen als hij er niet in slaagt zich met een vaccin of tegengif te beschermen.

De verkrijgbaarheid van dodelijke stammen miltvuur-, pest- en botulinebacteriën is geen probleem. Lange tijd konden ze zonder veel plichtplegingen bij een van de honderden cultuurcollecties die er bestaan worden besteld. De miltvuur- en de botulinebacteriën zijn ook eenvoudig uit grondmonsters of verse karkassen te isoleren. Het handboek (Bergey's Manual of Systematic Bacteriology) dat de procedure beschrijft staat in elke universitaire bibliotheek.

Ook het vermeerderen en kweken van de drie bacteriesoorten is niet lastig. Gedetailleerde aanwijzingen zijn tegenwoordig op internet te vinden. Het is niet doenlijk meer de kweekaanwijzingen geheim te houden en kant-en-klare voedingspreparaten voor alle mogelijke bacteriën zijn vrij te koop.

Ten slotte is ook de apparatuur voor het kweken en verwerken van de bacteriën niet moeilijk te krijgen. Met een autoclaaf (een soort hogedrukpan voor het steriliseren), een fermentor (kweekvat) en een centrifuge komt een terrorist al een heel eind. Nederland kent nauwelijks restricties voor de verkoop van de apparatuur. Een terreurgroep heeft niet meer dan een garage nodig om zijn laboratorium in te richten.

De moeilijkheid bij de ontwikkeling van een biologisch wapen dat grote aantallen slachtoffers moet maken komt van de bereiding van de al genoemde aerosol. Bekende en erkende Amerikaanse bioweaponeers, zoals William Patrick, houden vol dat terroristen er alleen met de grootste moeite in zullen slagen een bruikbare aerosol te produceren. Maar `deeltjestechnologen' uit het civiele circuit bestrijden die opvatting met kracht. Er is de laatste decennia ook buiten defensiekringen veel apparatuur beschikbaar gekomen die aerosol levert met precies de gewenste fijne druppelgrootte.

Daar valt aan toe te voegen dat de Nederlandse legionella-uitbraak liet zien dat een simpel bubbelbad al een dodelijke nevel kan produceren. En in 1966 toonden Amerikaanse defensie-onderzoekers aan dat een heel metrogangenstelsel met gevaarlijke bacteriën is te besmetten door één fles met een gedroogd bacteriepreparaat op het dak van een metrotrein te laten kapot vallen.

De grote denkfout is, staat in het boek America's Achilles Heel, dat terroristen er op uit zouden zijn biowapens te produceren die net zo deugdelijk, houdbaar, onfeilbaar en efficiënt zijn als die welke voor militair gebruik werden geproduceerd. De aanval blijft verborgen en de bioterrorist blijft buiten schot. Mislukt de aanslag, dan kan hij het gewoon opnieuw proberen.

Geraadpleegde literatuur:

`America's Achilles Heel - Nuclear, Biological, and Chemical Terrorism and Covert Attack' door Richard A. Falkenrath e.a. (MIT Press, 2000)

`Toxic Terror - Assessing Terrorist Use of Chemical and Biological Weapons' door Jonathan B. Tucker (ed.) (MIT Press, 2000)

`The Ultimate Terrorist' door Jessica Stern (Harvard University Press, 2000)

`Living Terrors - What America Needs to Know to Survive the Coming Bioterrorist Catastrophe' door Michael T. Osterholm en John Schwartz (Delacorte Press, 2000)