Vliegdekschip is een drijvende stad

Zonder vliegdekschepen zou een aanval als die op Afghanistan nauwelijks denkbaar zijn. Ze vormen de belangrijkste ondersteuning voor een grootscheeps luchtoffensief en stellen de VS in staat heikele politieke kwesties als het stationeren van grondtroepen nog even te omzeilen.

Het Amerikaanse leger heeft drie vliegdekschepen ingezet. De USS Carl Vinsson en de USS Enterprise liggen in de Golf en worden aangedreven door nucleaire energie. Beide schepen lijken meer op een drijvende stad dan op een vaartuig. De VS hebben negen van deze kostbare reuzen in dienst. Vliegdekschepen van dit type Nimitz hebben ruim 5.600 opvarenden aan boord. Er zijn restaurants, een ziekenhuis, een tandartsenpraktijk, een stomerij, wasserijen, een bank, een gevangenisje en een school. Plus een aantal cafés. Alcoholvrij, natuurlijk. Maar privacy is er nauwelijks, de piloten en mariniers zijn ieder moment van de dag tot elkaars gezelschap veroordeeld.

De Enterprise en de Carl Vinsson beschikken over een eigen luchtmacht, met jachtbommenwerpers, helikopters, radarvliegtuigen, radarstoringstoestellen en onderscheppingsjagers. Bij de landing `grijpt' een haak aan het vliegtuig een staalkabel die over het dek van het vliegdekschip is gespannen. Dat vergt de uiterste concentratie van een piloot. Opstijgen gaat met behulp van een stoomkatapult die een jachtbommenwerper in twee seconden een snelheid van maar liefst driehonderd kilometer per uur geeft.

Het vliegdekschip Kitty Hawk ligt in de Indische Oceaan en is bescheidener van opzet. Dit schip dient volgens het Pentagon als `drijvende basis voor helikopters en strijdkrachten die bij speciale operaties worden ingezet'. Het heeft een `representatieve verzameling vliegtuigen' aan boord en een compleet arsenaal aan artillerie, maar van een complete luchtmacht is geen sprake.