Veel vraagtekens rondom screenen

De overheid krijgt meer mogelijkheden om er via screenen achter te komen of ondernemers criminele banden hebben. Maar wat zijn de gevolgen van deze verruiming?

Eigenlijk is de overheid jaren te laat met een wet die screenen mogelijk maakt. Dit liet minister De Vries (Binnenlandse Zaken) zich donderdagavond in de Tweede Kamer ontvallen, toen hij de nieuwe Wet-BIBOB (bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur) verdedigde.

Voortaan kan de overheid individuen, die in aanmerking willen komen voor vergunningen of overheidsopdrachten, screenen. De Tweede Kamer nam deze week een wetsvoorstel van het kabinet aan. Op basis van screening kunnen vergunningen of aanbestedingen vervolgens geweigerd worden. De BIBOB-wet is een belangrijk gevolg van de bevindingen uit het eindverslag van de parlementaire enquêtecommissie-Van Traa, die in 1996 onderzoek deed naar infiltratie van de georganiseerde criminaliteit in `de bovenwereld'.

Van Traa opende bestuurlijk Nederland de ogen voor het feit dat criminelen vergunningen en overheidsopdrachten als springplank gebruiken om op grote schaal zwart geld wit te wassen. Daarvóór handelde de overheid in de woorden van De Vries ,,in goed vertrouwen, naïef en met een halve blinddoek voor ogen'' als het ging om het verlenen van vergunningen.

Wie een horecavergunning aanvraagt, moet door de Horecawet aan tal van voorwaarden voldoen, zoals een bepaald opleidingsniveau en een verklaring van goed gedrag. Maar wie een bordeelvergunning aanvraagt of zich inschrijft voor aanbestedingsprocedures van de overheid hoeft dat niet. Gemeenten die malafide ondernemers wilden opsporen, hadden tot nu toe geen kans om mogelijke criminele antecenten te achterhalen of indien die wel bekend zijn aanvragen te weigeren.

De roep om die armslag wél te krijgen groeide met name in Amsterdam, toen midden jaren negentig duidelijk werd dat daar voor miljarden aan bouwprojecten in voorbereiding waren, zoals IJburg en de uitbreiding van het metrostelsel met de Noord/Zuidlijn. Screening en de mogelijkheid van uitsluiting bij aanbestedingsprocedures moest het mogelijk maken om malafide bouwconsortia te weren. Ook vreesde Amsterdam omkoping van ambtenaren vanwege de financiële belangen.

De BIBOB-wet biedt mogelijkheden om te screenen én te weigeren. Een speciaal BIBOB-bureau met informatiebronnen bij justitie, politie, de fiscus en het Meldpunt Ongebruikelijke Transacties (MOT) gaat op verzoek van gemeenten, provincies en andere vergunningverleners verdachte aanvragers screenen.

Toch is de BIBOB-wet omstreden, dit vanwege de privacy-gevoelige kanten die er aan kleven. Ook afgelopen donderdag, bij de afrondende behandeling in de Kamer, toonden alle fracties nog grote aarzelingen. Dat betrof niet alleen het privacy-argument. Zo ontbreekt het bij BIBOB-onderzoek aan een internationaal kader, zodat de concurrentiepositie van Nederlandse bedrijven bij aanbestedingsprocedures in het geding kan komen. De wet omschrijft verder niet hoe zwaar eventuele sancties moeten zijn. Is verdenking van betrokkenheid bij vrouwenhandel voldoende om een bordeelvergunning te weigeren? Het wetsvoorstel geeft geen uitsluitsel.

Lokale overheden kunnen de uitkomst van de BIBOB-onderzoeken ook verschillend interpreteren. Het landelijke BIBOB-bureau geeft advies, maar bepaalt niet of de bevindingen tot uitsluiting of weigering moet leiden. Ook de wetstekst zelf biedt geen eenduidige weigeringsgronden, daar moeten de vergunningverleners over beslissen. Met andere woorden: in vergelijkbare omstandigheden kan de ene gemeente tot weigering overgaan en de andere niet.

De vertrouwelijkheid van de BIBOB-informatie plaatst het lokaal bestuur ook voor andere dilemma's. Ambtenaren die betrokken zijn bij het besluit om vergunningen al dan niet te verlenen en die tegelijk toegang hebben tot de BIBOB-dossiers, zijn kwetsbaar. Op rijksniveau worden ambtenaren op vertrouwensposities door de BVD gescreend. Hierbij worden niet alleen justitiële antecedenten nagetrokken, maar wordt ook onderzoek gedaan naar het privéleven van betrokkenen. Op lokaal niveau bestaat dergelijk onderzoek niet. Toch zal dat ook op daar moeten gebeuren, voordat betrokken ambtenaren mogen besluiten over de consequenties van screenings. De jurisprudentie zal moeten leren of de wet een effectief middel is om criminele infiltratie in het openbare leven te weren, zonder de gevaren van rechtswillekeur en grote aantasting van privacy.