Tony Blair, Amerika's beste ambassadeur

De Britse premier Tony Blair kreeg `een stoel aan tafel' toen hij na 11 september het voortouw nam bij het formuleren van een antwoord op de terreuraanvallen.

Een Britse premier die belooft ,,schouder aan schouder'' te strijden met de Verenigde Staten? Het heeft iets van de muis die tegen de olifant zegt dat ze samen zo lekker stampen. Toch lijkt Tony Blair sinds 11 september een maatje groter dan een eerste minister van een middelgroot land in Europa.

,,Amerika's belangrijkste ambassadeur'', noemde The Wall Street Journal hem, de krant die Blair vóór de zomer nog verweet een Derde-Wereldland te leiden met scholen en ziekenhuizen die de naam niet verdienen. Hij is ,,Amerika's meest gepassioneerde en standvastige bondgenoot'', schreef The New York Times, na zijn toespraak waarin hij het terrorisme de wacht aanzegde én de aanslagen een uitdaging noemde om een nieuwe wereldorde te scheppen. Aan het thuisfront, dat hem ondanks zijn verkiezingsoverwinning in juni besluiteloosheid bleef verwijten, is hij tijdelijk vrijgesteld. Eén van de tabloid-kranten noemde hem al Winston Blair. En zelfs The Daily Telegraph, de Tory-spreekbuis, sprak over ,,Blair's finest hour''.

Tony Blair (48) is sinds een maand de meest zichtbare Europese leider op het wereldtoneel. In de `internationale coalitie tegen terreur' lijkt hij door zijn retoriek en energie naast president Bush op de bok te zitten. Het grondwerk daarvoor legde hij in een reflex. In de minuten na het instorten van de Twin Towers formuleerde hij al wat in de dagen daarna de mantra van meer Westerse leiders zou worden. ,,Dit is geen gevecht tussen de VS en het terrorisme'', zei hij, ,,maar een gevecht tussen de vrije en democratische wereld en het terrorisme. Wij, de democratieën van de wereld, moeten daarom [het terrorisme] verdelgen.''

Hij beloofde militaire steun, maar probeerde ook de gewonde supermacht te kalmeren. Sinds drie weken reist hij uit naam van de coalitie als een bezetene rond. Van Berlijn, via Parijs naar New York en Washington. Via Moskou naar Pakistan en New Delhi. En gisteren sloot hij een rondreis in het Midden-Oosten af. ,,Dit moment moeten we grijpen'', zei Blair vorige week over de hoofden van zijn partijgenoten in Brighton tegen de wereld. ,,De kaleidoscoop is geschud, de stukjes zijn in flux en ze zullen zich snel weer vastzetten. Laten we vóór dat gebeurt de wereld opnieuw ordenen.'' Aan hemzelf zal het niet liggen, lijkt hij te willen zeggen.

,,Blair spreekt als een wereldleider'', zegt Sir Timothy Garden, ex-topmilitair en hoogleraar aan King's College in Londen. ,,De vraag is wel of hij het kan waarmaken, want de politieke en militaire macht van Bush heeft hij niet. Wat zou het mooi zijn als Bush de retorische gaven van Blair bezat.''

John Chipman, directeur van het International Institute for Strategic Studies (IISS), een politiek-militaire denktank in Londen, is minder sceptisch. ,,Blair heeft het briljant gespeeld'', zegt hij. ,,Hij besefte van meet af aan dat hij de VS voetstoots moest steunen om de invloed die hij heeft te kunnen aanwenden. Het Verenigd Koninkrijk heeft een oude relatie met Pakistan, India en het Midden-Oosten. Het is nuttig dat iemand van een ander continent en zonder Amerikaans accent in die landen de argumenten herhaalt.''

Brits links huivert bij Blairs ,,presidentiële stijl'' en zegt dat hij in de houding springt op Amerikaans bevel. Niettemin bleek deze week opnieuw hoe Blair het transatlantisch geweten wil spelen.

Ten eerste weigerde hij nogal bot eventuele militaire operaties uit te breiden tot in Irak, zoals Republikeinse haviken zouden willen. Blair onderstreepte dat de campagne beperkt moet blijven tot Afghanistan, zolang er geen bewijzen zijn voor betrokkenheid van Saddam Hussein bij de aanslagen.

Ten tweede vroeg hij president Bush om verder te kijken dan de oorlog tegen Osama bin Laden. De VS moeten hun ,,traditionele weerzin tegen nation building opgeven'', aldus hoge diplomaten in Londen, en ,,een heldere strategie uitzetten om Afghanistan na de Talibaan stabiel te maken''. Wat Londen betreft betekent dat: nu al humanitaire hulp en later een losse, multi-etnische federatie en een grote rol voor de Verenigde Naties.

Ten derde doorbrak hij nog een Amerikaans taboe door een uitdrukkelijk verband te leggen tussen het offensief tegen terrorisme en een vredesregeling in het Midden-Oosten. Tijdens een bezoek aan Egypte zei hij dat alleen een nieuw vredesproces kan voorkomen dat nieuwe ,,generaties de Palestijnse kwestie als excuus gebruiken voor terrorisme''. Weliswaar sprak Bush op dezelfde dag opnieuw over ,,een Palestijnse staat'', maar burgemeester Giuliani van New York weigerde een miljoenengift van een Saoedische prins, die suggereerde dat de aanslagen in de VS de noodzaak van een Palestijns-Israëlisch akkoord onderstrepen. ,,Er ís geen moreel equivalent [tussen de aanslagen en het vredesproces]'', aldus Giuliani.

De drie initiatieven maken deel uit van een wijdere Britse campagne om wereldwijd hearts and minds te winnen van moslims. Blair gelooft dat moslimlanden uit de coalitie weglopen als er bommen op Irak vallen. Hij denkt dat bommen op Afghanistan alleen kunnen werken als de coalitie nu al belooft dat land straks weer op te bouwen. En hij erkent dat de anti-Amerikaanse sentimenten onder moslims, ook de ,,gezagsgetrouwe, niet-fanatieke burgers'' waar hij graag over spreekt, worden aangewakkerd door de vermeend kritiekloze houding van Amerika jegens Israël. Stilzwijgend accepteert hij dat moslims de aanslagen in de VS als een koekje van eigen deeg beschouwen.

Die gewone moslims bereiken is een stuk lastiger dan de sultans en presidenten bij wie Blair op vergulde troontjes heeft gezeten. Naast zijn shuttle-diplomatie voert hij daarom ook een propagandaoorlog, waarop de vingerafdrukken zitten van Alastair Campbell, zijn chef-spin doctor. Toen Al-Jazira deze week een nieuwe Bin Laden-clip uitzond, ontbood Blair meteen een verslaggever van het `Arabische CNN' en eiste wederhoor. Zo kreeg hij toegang in thee- en koffiehuizen over de hele wereld om Bin Laden rechtstreeks van repliek te dienen. In de Arabische bladen die in Londen worden uitgegeven en gelezen worden in de Golf, verschijnen stukken onder zijn naam, waarin hij zegt dat er ,,enorme druk'' is om het Midden-Oosten-overleg vlot te trekken. En het was evenmin toeval dat het dossier met `bewijzen' tegen Bin Laden, waarom de moslimwereld al zo lang vroeg, juist in Londen werd gepubliceerd.

,,Blair heeft in praktijk de voorwaarden neergelegd waaronder de Britten bereid blijven aan de strijd deel te blijven nemen'', zei de Financial Times gisteren. Zijn militaire steun van het eerste uur geeft hem ,,een stoel aan tafel''. Door in de `strategische ruimte' te stappen die Washington openliet, is Blair ,,ontsnapt aan de beperkingen van een junior partner'', aldus de krant.

Dat valt nog te bezien, zegt Steven Everts, analist bij het Center for European Reform (CER), een invloedrijke Londense denktank. ,,Washington bepaalt uiteindelijk zelf zijn strategie en vraagt vervolgens wie er mee doet. `Ik', heeft Blair tot nu toe gezegd, maar er zijn geen harde bewijzen voor een disproportionele invloed. Ik hoop dat het zo is, want dat leidt tot verstandiger beleid, maar the proof of the pudding is in the eating, bijvoorbeeld als de Amerikanen het bombarderen van Irak zouden doorzetten.''

Mogelijk durven de VS hun ,,trouwste bondgenoot'' niet van zich te vervreemden. Zo niet, dan moet Blair kiezen tussen de VS en andere loyaliteiten. Eén daarvan, de verhouding met Europa, staat nu al onder spanning. Hoe meer de Brits-Amerikaanse special relationship bloeit, hoe verder weg het continent lijkt. Om zijn land ,,in het hart van Europa'' te parkeren, zoals hij heeft beloofd, ontbreekt hem op zijn minst voorlopig de tijd.

Twee andere problemen broeien thuis. Eén is de `messianistische' toon die volgens John Rentoul, zijn biograaf, voortkomt uit het christelijk besef ,,moreel gelijk'' te hebben. Zijn toespraken, waarin hij begrippen als vrijheid, gemeenschap en democratie aaneenrijgt, met het broeikaseffect en de armoe in Afrika, leiden soms tot de reactie: tut-tut-ho-ho.

Als Blairs ambassadeursschap goed uitpakt, wordt hij thuis sterker, zegt Everts. Maar bij een Amerikaanse Alleingang zal hij een harde landing maken. ,,Hij is kwetsbaar, want hij vliegt solo.''

Het tweede probleem is de onwerkelijke stilte in Westminster. Politiek dynamiet – het faillissement van het spoor, het uitgelekte memo van een spin doctor dat ,,het nu een goede tijd is om alles naar buiten te brengen wat we willen begraven'' – wordt gesmoord in de eensgezindheid over de oorlog.

,,Mogen we onze politiek terug, please?'' vroeg The Economist gisteren. De man die het politieke leven in toenemende mate centraal bestuurt, zou een vervanger moeten aanstellen als hij andere dingen aan zijn hoofd heeft, aldus het blad. Maar dat durft hij niet uit vrees dat rivaliteiten in zijn kabinet de kop opsteken. Als Blair een halve wereldleider is, verdient het land geen part-time premier.