Tarte tatin met appel en frambozen

Doe de bloem in een grote kom en schep er de suiker en wat zout door. Snijd de boter in stukjes en snijd die met behulp van een deegsnijder of twee messen door het bloemmengsel tot het mengsel op broodkruim lijkt. Schep er geleidelijk het water door tot u een bal deeg kunt vormen. Wikkel het deeg in folie en leg het ten minste twee uur in de koelkast.

Schil de appels en snijd elke appel in acht partjes. Doe de partjes in een kom en schep er het citroensap door om te voorkomen dat ze verkleuren. Zet even weg.

Vet de bodem van zes kleine taartvormpjes van 12 centimeter doorsnee licht in met olie en bekleed ze dan met rondjes bakpapier. Strooi in elk vormpje 1 eetlepel van de 125 gram suiker over de bodem. Schik er dan de partjes appel iets overlappend in een cirkel in. Verdeel er 300 gram frambozen over. Strooi de rest van de 125 gram suiker over de zes gevulde vormpjes en leg er vervolgens de plakjes boter op. (U kunt de vormpjes nu desgewenst met plasticfolie afdekken en in de koelkast zetten tot u ze in de oven gaat zetten.)

Rol het deeg op een met bloem bestoven werkvlak uit tot een grote cirkel van circa 3 mm dik. Snijd er zes cirkels uit die iets groter dan de doorsnee van de vormpjes zijn. (U kunt dit ook van tevoren doen: stapel ze dan op een bord met bakpapier ertussen en bewaar ze in de koelkast.) Drapeer het deeg over het fruit in de vormpjes en stop het deeg aan de binnenkant van de vormpjes zodat het fruit ingepakt is. Strooi poedersuiker over de deegdeksels en zet de taartjes 20 tot 25 minuten in een op 230° C voorverwarmde oven tot het deeg goudgeel is. Neem ze uit de oven en laat ze een minuutje afkoelen. Stort ze dan uit op individuele, grote borden met het deeg onderop en spuit er frambozencoulis en limoensiroop omheen. Dien onmiddellijk op.