Snij weg die ipotiroideo!

De nieuwe woordenboeken Italiaans-Nederlands en Nederlands-Italiaans van Van Dale bevatten een grote rijkdom aan uit het leven gegrepen vertalingen en voorbeeldzinnen. Maar met de samenhang tussen de twee delen is het zwak gesteld.

Van Dale's woordenboeken Italiaans-Nederlands en Nederlands-Italiaans hebben een merkwaardige broedtijd achter de rug. In het midden van de jaren tachtig trad Vincenzo Lo Cascio aan als hoofdredacteur. Lo Cascio, hoogleraar taalkunde aan de Universiteit van Amsterdam, stelde zijn doel hoog. Hij nam zich voor met gebruikmaking van de moderne technologie een enorme dubbelslag te maken: twee monumentale lexica die de lenigheid en rijkdom van beide talen alle ruimte zouden bieden. De aangezochte uitgeverij Van Dale zag daar geen brood in. Verder dan de uitgave van twee handwoordenboeken wilde zij niet gaan.

De gedreven en ideeënrijke professor Lo Cascio hij was aan de Amsterdamse letterenfaculteit een der eersten die de computer voor taalonderzoek inschakelden liet zich niet ontmoedigen. Hij zette zich aan de taal die hem het beste lag, Italiaans, en begon uit het niets met de fundering van het eerste deel, Italiaans-Nederlands (I-N). Het deel Nederlands-Italiaans (N-I) was van later zorg.

Lo Cascio wist wat hij wilde. Een woordenboek moest inzicht geven in het gebouw van de taal en in de daarin wonende micro-eenheden, de woorden. Elk woord voelt zich thuis in combinatie met andere woorden. Dit `combinatorisch gedrag' diende in het woordenboek scherp tot uitdrukking te komen. En omdat een hoofdvertaling de specifieke betekenis van een woord lang niet altijd exact kan weergeven, zouden de lemma's zo veel mogelijk vergezeld moeten gaan van verhelderende voorbeeldzinnen.

Geen `valse vriend'

Die lemma's zelf moesten in het teken staan van de correcte, hedendaagse taal. Spreektaal wel te verstaan, gehanteerd door de doorsnee Italiaan. Het Toscaans, eens toonaangevend, had zijn beste tijd gehad, in de afgelopen decennia hadden de massamedia het Italiaans opgeschud en de schrijftaal naar de achtergrond gedrukt. Dat minder formele Italiaans, met inbegrip van platte uitschieters, behoorde in het woordenboek ruimhartig aandacht te krijgen. Een woordenboek stelt geen normen, wat dat betreft onderschreef Lo Cascio de mening van de communistische theoreticus Antonio Gramsci (1891-1937) dat taal, resultaat van interactie tussen sprekers, geen keurslijf verdraagt. Dat beloofde weinig goeds voor de puristische Italianist en voor de Dante- en Petrarcavertaler, die in zijn dwaaltocht door een donker woud de hoop had gevestigd op een lichtende gids. Maar het was een interessante en duidelijke keus.

En zo ploegde een team van meer dan honderd medewerkers zich in het Amsterdamse Bungehuis tot het midden van de jaren negentig door een immense brij van Italiaanse trefwoorden. Zij putten uit de grote Italiaanse lexica (Zingarelli, Devoto/Oli, Palazzi) en stroopten, op zoek naar hedendaags taalgebruik, het internet af. Intussen ontwikkelde Lo Cascio met zijn medewerkers een gecompliceerd digitaal programma met een diepgaand codeersysteem, dat zijn weg vond in een groeiende elektronische databank. Eenvoudig was een en ander niet. Het project werd wegens geldgebrek enkele keren stilgelegd, maar vooral toen de Commissie Lexicografische Vertaalvoorzieningen (verbonden aan de Taalunie) bijsprong, kon de gang er tot het eind toe in blijven.

Vijf jaar geleden, na tien jaar noeste arbeid, werden Van Dale en Lo Cascio de contacten waren nooit verbroken dan toch in elkaars armen gedreven. Het prestige van de eerste, de kennis en het aanlokkelijke bestand van de laatste gaven de doorslag. De uitgeverij bleef echter vasthouden aan een bescheiden opzet. De twee woordenboeken moesten in haar tweetalige reeks passen, in omvang gelijk aan de twee Spaanstalige en Zweedstalige delen. Het was niet anders: het overstelpende materiaal in de database van hoofdredacteur Lo Cascio, met z'n schat aan gegevens voor taalonderzoek en didactische methodes, moest tot een handzaam excerpt worden teruggesnoeid. Dat proces vergde kostbare tijd, maar die tijd werd met een elektronische truc teruggewonnen. De pijnlijk gekortwiekte Italiaans-Nederlandse letterbak werd in een paar uur tijds virtueel `omgekeerd'. Alle trefwoorden en de hele rijkdom aan contextgebonden vertalingen en voorbeeldzinnetjes vielen dwarrelend uiteen, waarna zij zich in het Nederlands-Italiaanse deel in nieuwe lemma's samenvoegden. Van `fijn' bijvoorbeeld bleken nu meer dan dertig voorbeelden keurig bij elkaar te staan, waarvan er na selectie elf vertalingen overbleven, met als laatste: `zo fijn als gemalen poppenstront'.

Na de omkering ontbrak natuurlijk nog een aantal veelgebruikte Nederlandse woorden die om opname vroegen. Selectief vissend in het Nederlandstalige databestand van Van Dale haalde Lo Cascio met de zijnen zo veel mogelijk van die woorden op en liet ze, met de vele voorbeeldzinnetjes, in het Italiaans vertalen, een proces dat enkele jaren in beslag nam.

Patate fritte

En nu zijn de twee delen er dan, samen meer dan 2.000 pagina's, in totaal ruim 115.000 trefwoorden, uitgebreid gelabeld en beide afgesloten met een beknopte grammatica. Bij de eerste controle is geen `valse vriend' te bekennen, zoals cocomero (natuurlijk niet komkommer, maar `watermeloen'). Ook de klassieke fout bistecca is correct vertaald (`lapje vlees') en de verraderlijke klip patate fritte is stijlvol omzeild: `gebakken aardappelen'. `Kip' wordt vertaald met gallina en pollo, alleen de laatste is dood en die bestelt men dus in een restaurant. De terecht opgenomen `spaghettivreter' (mangiaspaghetti) zal, in tegenstelling tot zijn op z'n teentjes getrapte Turkse pendant, wel niet tot juridische actie overgaan.

Bij iets extensiever zoeken blijken enkele vertalingen wel erg historieloos of schraal: verismo (`verisme'), stilnovismo (`Genre van de Dolce Stil Nuovo'). Mafia krijgt er een f bij, maar dat is alles (bij camorra en 'ndrangheta worden tenminste nog Napels en Calabrië genoemd). Het veel gebezigde bè (de Italiaanse pleinen zinderen ervan) wordt alleen met `bè!' vertaald, wat gemekker doet vermoeden maar `nou!' of `wel' betekent. Ben, de afgeknotte vorm van bene (`goed' als bijwoord), ontbreekt als apart trefwoord. Eigenaardig is het lemma `opzouten'. De enige vertaling luidt: andare a quel paese, wat zoveel betekent als `naar de pomp lopen'. Onterecht privilege voor de eigentijdse spreektaal, daar had `opkroppen' en de letterelijke betekenis `in het zout leggen (om voor verderf te behoeden)' bij gemoeten. Palio, de paardenrace in Siena. Natuurlijk, maar er ontbreekt wat de palio is: een geborduurde of beschilderde doek voor de middeleeuwse winnaar. Menefreghismo: `onverschilligheid'. Beetje slap. Het begrip is tenslotte afgeleid van de onder het fascisme gecultiveerde kreet me ne frego (het kan me geen donder schelen). `Pieremachochel' heeft als enige vertaling: `(logge vrouw): balena'. Die balena betekent eigenlijk walvis. Kan altijd van pas komen, maar waar is het roeibootje?

Dit alles is makkelijk te vergeven. Ernstiger wordt het wanneer ispettore di polizia wordt vertaald met `hoofdcommissaris' (moet zijn: politie-inspecteur), `sloppenwijk' het moet doen met quartiere popolare di periferia (dat is een volksbuurt) en wanneer provincia niet verder komt dan `gewest' en `provincie' (een provincia Italië heeft er meer dan honderd is eigenlijk een stad met een gebied eromheen, het zou moeten worden omschreven in plaats van vertaald). Voor formazione del governo is een betere vertaling te vinden dan `regeringsformatie'. Onbevredigend zijn ook de omzettingen van `indo' (mesticcio, wat mesties, halfbloed betekent) en `allochtoon' (straniero, immigrato, dus buitenlander, immigrant). Hulpverlener krijgt assistente sociale (maar dàt is een maatschappelijk werker), pleegouders worden gebombardeerd tot genitori adottivi (adoptiefouders).

Ook de ichtyologische kennis is niet altijd waterdicht. `Zeewolf' is inderdaad pesce lupo, maar ook lupo di mare, en de `poon (zool. vis)' biedt twéé mogelijkheden: gallinella en capone. De eerste is echter een kip of een andersoortige vogel, de tweede is een àndere vissoort of een kapoen (dat is een voor menselijke consumptie vetgemeste haan). Voorts is het niet juist om van chilolitro `kiloliter, hectoliter' te maken (voor de hectoliter ontbreekt het getal tien) en is een okshoofd niet circa 286 litri, maar ongeveer 230 liter. Acro: `acre'. Dat is te lapidair. Een oppervlaktemaat wellicht? En welke, de Engelse of de Franse?

Nu we toch aan het bladeren zijn: far buon viso a cattivo gioco is niet `de tering naar de nering zetten', maar lachen als een boer die kiespijn heeft. Sleutelgeld krijgt cauzione mee, maar cauzione is borgsom, een geldbedrag dat men in beginsel juist wel terugkrijgt. Ook het trefwoord carnale houdt niet over: bij rapporti carnali schiet de zinnelijkheid te kort (`lichamelijke omgang', moet zijn: geslachtsgemeenschap of, als men erop staat, vleselijke omgang), terwijl fratelli carnali als `vleselijke broers' door het leven moeten (`volle broers' zou goed zijn).

Maffer

Merkwaardigerwijs is carnale bij het lemma fratello wel goed vertaald. Daar is de broer wel `vol', evenals zijn elders staande neef. Dat gebrek aan samenhang, dat je binnen één deel èn tussen de twee delen veelvuldig tegenkomt, kan tot verrassende carrièrezwenkingen leiden. De `raio' (uditore giudiziario met een plusminteken) heeft in het andere deel de opleiding met succes afgerond en fungeert daar als `rechter-commissaris'. De `accountant' in N-I krijgt twee vertalingen mee: contabile en ragioniere. Zoek je ze op in I-N, blijken ze allebei tot `boekhouder' te zijn teruggezet. Aardig is ook `maffer (Belg.): werkwillige tijdens staking': crumiro. De crumiro in I-N is zijn nationaliteit kwijt en is (pej.) ook nog eens `onderkruiper' geworden. Zowel `hoofdartikel' als `column' wordt vertaald met editoriale. Sla je editoriale op, dan vind je: `hoofdartikel, editoriaal'. Soms vàlt er in het andere deel niets op te slaan om de eenvoudige reden dat de vertaling daar ontbreekt. Dat is te verdedigen als het woord in de ene taal veel couranter is dan in de andere, maar dat is toch nauwelijks het geval met lettera di credito (`kredietbrief'), monocamera (`studio'), nanometro, nanosecondo en perestrojka.

Als een exact dekkende vertaling niet mogelijk is dat komt nu eenmaal regelmatig voor dan wordt dat door middel van een een plusminteken of een verticale pijl aangegeven. Die pijl duidt erop dat de vertaling van een ander (hoger of lager) stijlniveau is, in vaktermen: een ander `register' heeft. Het is jammer om het te moeten constateren, maar op het gebruik van die pijl is vaak geen peil te trekken. Nu eens staat hij er als dat niet nodig is, omdat de vertaling volkomen correct is chiedersi (`zich afvragen'), chiudere (in prigione) `opsluiten (in de gevangenis)'. Dan weer staat-ie er niet als hij er wèl hoort te staan (`pleuren', vertaald met buttare en lanciare, die beide gooien, ten hoogste smijten betekenen).

Soms ook wordt de pijl ernstig misbruikt. Meretrice, de directe afstammelinge van de verheven meretrix uit de gymnasiumtijd ze was een veile vrouw, lichtekooi was op het ràndje, de leraar oude talen had wat moeite om die begrippen in extenso te verklaren. En hier? `Prostituee' en `hoer' met een pijltje. Hoe nu, is het soms niet de taak van de vertaler op hetzelfde stijlniveau te vertalen, en platte in platte en verheven in verheven woorden om te zetten? Registerblunder van het laagste niveau.

Van dezelfde orde: Che cazzo stai facendo? (vulg.= vulgair): `wat zit je nou te doen?' Vertáál het dan op niveau, zou je zeggen, maak ervan: `wat doe je goddomme nou?' Of `wippen (inf.= informeel)': andare a letto (wat naar bed gaan betekent). Nooit van scopare gehoord? het staat vermeld in het andere deel, hoewel het misschien een ietsje vulgairder is. En op subtieler niveau: indi (form.= formeel, schrijftaal) `en daarom', `en dus'. Nee: ergo of derhalve. Nisba (inf.) `niets, niks'. Dat `niets' is dus fout, `niks' is goed, noppes zou helemaal mooi zijn. Grana (jarg.= jargon) wordt vertaald met `geld', `poen'. Poen is niet gek, maar dat `geld' is te neutraal.

Medische termen

Van de medische termen in de tweedelige Van Dale wordt een gebruiker ook niet beter. De meerderheid daarvan figureert zelfs niet in de Grote Van Dale (230.000 lemma's) en hoort dan ook niet hier thuis, maar in een medisch compendium. Medici en niet-medici schieten er niet veel mee op, omdat die termen in de meeste gevallen zijn vertaald in dezelfde, uit het Grieks of Latijn stammende begrippen. Snij weg die ipotiroideo (`hypothyreoïdie-')! Ga heen met die trofoneurosi (`trofoneurosis'), tromboflebite (`tromboflebitis'), brachicefalia (`brachycefalie') en zoonosi (`zoönose'). En gooi dan met de fleboclisi (`fleboclisis') die niet eens bestaat de `ristbeitel' eruit, `holothurie', `beug', `spanningsschaaf', `doorstroomregelaar', `pelsbij', `kuitziek', benevens `saffisme', `onparighoevigen' (òf maak er onevenhoevigen van), `overdubben', `frontpassage', `frottégaren', `polykopiëren', `oversteeksel'. Dat schept ruimte voor de ontbrekende beeldend kunstenaar, gouden handdruk, kort geding, lerarenopleiding, freule, destructiebedrijf, aso, studiehuis, melkertbaan, poldermodel, gsm, downloaden en de hele verdere santenkraam aan computertaal.

En wat het Italiaans betreft: doe ze erin, de nu afwezige globalizzazzione, cadaveri eccellenti (door de maffia vermoorde magistraten), Operazione Mani Pulite, Tangentopoli (Milaan, smeergeldstad), Polo, Olivo, Scala, Italietta, viado (Braziliaanse travestiet die aan de Italiaanse stadsrand zijn vleselijke diensten aanbiedt) en orario continuato (in de zin van `winkel de hele dag open' oftewel geen siësta).

Onevenwichtig gebruik van symbolen, trefwoorden die ten onrechte door de bestandsmazen zijn geglipt, gebrek aan consistentie de vraag is of dat alles uit de ongebruikelijke totstandkoming is voortgevloeid. Van Dale maakt er de gewoonte van bij de vervaardiging van tweetalig werk met het Nederlandse deel te beginnen, maar de door professor Lo Cascio bewandelde weg is in principe niet onjuist. What went wrong? We houden het maar op gebrek aan geld en aan tijd, de twee erfvijanden van de woordenboekenmaker, waardoor de eindredactie te weinig aan muggenziften is toegekomen.

Zijn Van Dale's woordenboeken Italiaans-Nederlands en Nederlands-Italiaans hiermee gediskwalificeerd? In het geheel niet. Elk woordenboek is onvoldragen, zeker een eerste uitgave. Ter vergelijking: de tweede druk van Van Dale's Groot Woordenboek Frans-Nederlands, in 1989 zes jaar na de eerste druk verschenen, telde 50.000 wijzigingen correcties, schrappingen, aanvullingen en aanpassingen. In zijn morbide zoektocht naar de fout is de mens te zeer geneigd het goede over het hoofd te zien. De lichte kritiek hierboven is dan ook niet meer dan een zwakke rimpel in een onafzienbare vijver van wèl correcte lemma's met hun schat aan vertalingen en uit het leven gegrepen voorbeeldzinnetjes. Verrassende vondsten. Om het tot korte Nederlandse voorbeelden te beperken: `De kat krabt de krullen van de trap', `als je begrijpt wat ik bedoel', `wat heb ik nou aan mijn fiets hangen', `gehakt van iemand maken' (fare polpette di qualcuno), `totdat het je neus uitkomt' (fino alla nausea), `oud lijk' (cariatide), `kijk eens wie we daar hebben' (guarda chi si vede), `moet je horen wie het zegt' (senti chi parla), `potloodventer' (esibizionista), `een held op sokken' (un eroe da quattro soldi), `kopzorg' (grattacapo), `joetje' (deca, biljet van 10.000 lire), `een bodempje wijn' (un dito di vino), `betonvoetbal' (catenaccio).

Die dingen te vinden is meestal een kwestie van hard peinzen. Soms komt het in een flits: (ecco fatto!): `zo!'

Van Dale Handwoordenboeken Italiaans-Nederlands en Nederlands-Italiaans. Ruim 1.000 pagina's per deel. ISBN 90.6648.3067 (I-N), 90.6648.3075 (N-I) en 90.6648.3083 (set van twee delen). Prijs per deel ƒ 99,17 (45 euro), per set: ƒ 185,11 (84 euro).

Op donderdagavond 18 oktober, aanvang 20.15 uur, zullen de woordenboeken I-N en N-I worden gepresenteerd. Locatie: Keizersgrachtkerk, Keizersgracht 566 te Amsterdam. Gratis entree. Voor verdere informatie: Italiaans Cultureel Instituut, tel. 020 - 6265314.