Onderzoek naar Brueghel de Jonge

Het Bonnefantenmuseum in Maastricht heeft veertig versies van vier composities van schilder Pieter Brueghel de Jonge (1564-1638) bij elkaar gebracht om deze te onderzoeken op onder meer herkomst en detailverschillen. Tegelijk met dit onderzoek worden de schilderijen tentoongesteld.

De schilderijen zijn allemaal aan Pieter Brueghel de Jonge toegeschreven. Uit eerder onderzoek naar tien van de dertien bekende versies van de Volkstelling te Bethlehem bleken deze echter door vijf verschillende schilders, onder wie Brueghel de Jonge, gemaakt te zijn. Dat betekent dat mogelijk slechts 20 procent van de aan Brueghel de Jonge toegeschreven schilderijen ook echt van hem zijn. De rest komt uit een atelier rondom zijn persoon. Pieter Brueghel de Jonge kopieerde in grote oplagen de schilderijen van zijn vader, Pieter Brueghel de Oude. Van de jonge Brueghel zijn zo'n 1.600 kopieën bekend, maar aangenomen wordt dat hij of zijn atelier er in totaal 4.000 hebben gemaakt. De naam `Brueghel' moet dus niet zozeer worden opgevat als de naam van de kopieerder, maar als merk. Vandaar dat de tentoonstelling, die tot 17 februari loopt, ook de `Firma Brueghel' heet.

Het onderzoek verloopt op verschillende manieren. Zo wordt onder andere met infrarood gezocht naar de tekening die onder de olie verborgen zit. Medewerkers van de Universiteit van Luik bepalen via zogenoemde dendrochronologie de datering van een kunstwerk. Met uv-licht kijken de onderzoekers naar eventuele latere overschilderingen. Het publiek kan dit onderzoek van achter een glazen wand op de voet volgen.