Onberispelijke, inwisselbare foto's

De grootste verworvenheid van de fotografie is dat ze haar toeschouwer beter laat kijken. Een goede fotograaf ziet dingen die anderen over het hoofd zien en maakt zijn publiek bewust van de wereld om hem heen. Daarvoor moet hij wel een idee hebben van wat anderen over het hoofd zien. Het gevaar ligt op de loer dat een fotograaf zijn eigen blik zozeer koestert, dat hij ieder beeld dat hij ziet bijzonder vindt. Gewoon, omdat het gebeurt is en hij het heeft gezien. Voor zo'n fotograaf kan ieder alledaags tafereel een monument van subtiliteit worden. Maar de toeschouwer haalt zijn schouders op en constateert dat hij dit al honderden keren heeft gezien. Maar dan zelf. En echt.

De Rotterdamse fotografe Lidwien van de Ven (1963) is een typische exponent van deze manier van werken. Van de Ven is een gelauwerd fotografe, onlangs nog kreeg ze de Maria Austria Prijs. Technisch zien haar (zwartwit) foto's er altijd onberispelijk uit, goed licht, mooie contrasten, lokkende diepten. Maar dat is voor Van de Ven niet genoeg. Haar werk straalt een groot verlangen uit om de wereld door haar ogen te tonen. Ook wil ze haar toeschouwers meeslepen door haar blik.

Wie daar in meegaat merkt op haar tentoonstelling in Het Domein in Sittard dat haar foto's zich in twee categorieën laten indelen. Aan de ene kant is er het sobere werk, foto's waarop zo goed als niets gebeurt. Een grote, kale flat in Lille, met in een hoekje wat jongens die rondhangen in een portiek en een meisje dat uit een raam kijkt. Een foto van auto's die wachten voor een stoplicht, voor een pand waarop `Neues Deutschland', staat. Een muur in Lille met de tekst `La France aux Français'. Het zijn foto's die het moeten hebben van hun suggestie, of, zoals fotografen graag zeggen: ze zijn de aanzet tot een verhaal dat de toeschouwer zelf mag afmaken. Maar dank je de koekoek, dan wil je als toeschouwer wel geactiveerd worden. En daar doen voornoemde foto's niet aan. Alledaagse, beschaafd gefotografeerde tafereeltjes zijn het. Netjes, maar inwisselbaar.

Daar tegenover staat een groep foto's waar de suggestie duimendik bovenop ligt. Een foto van de Rijksdag bijvoorbeeld, bijna volledig verpakt in bouwplastic, wat dramatisch wordt aangezet doordat Van de Ven op de voorgrond een enorme hoop puin vastlegt. Een pleintafereel in Brussel, bewust onscherp, waarbij je nog net kunt zien dat het plein vol ziekenwagens staat. Een groep televisiewagens op een erfje, met zeven grote lampen die de toeschouwer in het gezicht staren. Deze foto's smeken om interpretatie, maar doen dat op zo'n kinderachtige, kunstmatige manier dat je je vooral ergert aan Van de Vens theater. Neem de foto Judith. We zien een meisje, rechtopstaand, haar hoofd gebogen, opnieuw gehuld in onscherpte. Daardoor zijn de objecten in haar handen onbestemd. Pas na lang kijken herken je ze als pistolen – pistolen! Een klein meisje! Drama! Help! Terwijl het echte drama toch is dat zoveel pathos zo'n nietszeggende foto oplevert.

Wie die twee categorieën samen ziet merkt dat Van de Vens werk één grote worsteling is met het probleem hoe je als fotograaf betekenis geeft aan de wereld. Daarin schiet ze er bijna consequent naast – ze geeft óf te weinig, of te veel. In Het Domein hangt ook een werk, opnieuw met Judith, dat daar tussendoor glipt. Beide foto's tonen een pruilend meisjeshoofd, ze lijken identiek. Maar al snel knaagt er iets, en uiteindelijk zie je dat op de rechter foto Judiths irissen twee millimeter lager staan dan op de linker. Het vastleggen van zo'n miniem verschil is knap, het idee om ze zo naast elkaar te hangen is uitstekend. De toeschouwer wordt uitgedaagd en gaat daardoor vanzelf beter kijken, net zolang tot Judith zich in je hoofd heeft vastgezet. Dat lijkt me precies het doel van Van de Vens foto's. Misschien zou ze haar toeschouwers eens wat serieuzer moeten nemen.

Tentoonstelling: Lidwien van de Ven: seul/la main qui efface/peut écrire. in: Museum Het Domein, Kapittelstraat 6, Sittard. Di t/m zo 11-17u. T/m 21 oktober. Inl.: www.hetdomein.nl