OCEAANKOMPAS HOUDT JONGE ZEESCHILDPAD OP DE JUISTE KOERS

Jonge zeeschildpadden vinden hun weg in de Atlantische Oceaan aan de hand van lokale verschillen in het aardmagnetische veld. Dat concluderen onderzoekers onder leiding van Kenneth Lohmann van de University of North Carolina na laboratoriumproeven met pas uit uit het ei gekropen dikkopschildpadden (Caretta caretta). De dieren blijken een aangeboren neiging te bezitten hun zwemrichting aan te passen aan de sterkte en de richting van het magneetveld (Science, 12 okt.).

Dikkopschildpadden leggen hun eieren op de stranden van Oost-Florida. De uitgekomen jongen kruipen uit het zand er zwemmen naar zee. Ze komen terecht in de Noord-Atlantische kringstroom rond de Sargassozee. Als ze daar in weten te blijven, komen ze na enkele jaren (ze zijn dan inmiddels volwassen) terug bij hun geboortegrond. Slagen ze daar niet in, dan loopt het vaak slecht met ze af. Als ze voor de kust van Portugal te ver naar het noorden afdrijven, komen ze in een noordelijke stroom die ze meevoert naar koude wateren voorbij Groot-Brittannië waar ze spoedig sterven van de kou. Komen de schildpadden in de zuidelijke bocht van de kringstroom te zuidelijk uit, dan geraken ze ver buiten hun normale verspreidingsgebied. Dikkopschildpadden hechten nogal aan hun geboortegrond om zich opnieuw voort te planten. Lohmanns team zocht uit hoe toch een aardig aantal het klaarspeelt om jaar in jaar uit weer op de kust van Florida terug te keren.

Eerder hadden de onderzoekers al gevonden dat pas uitgekomen schildpadden in staat zijn de richting en de sterkte van een magnetisch veld te detecteren. In het nieuwe experiment plaatsten Lohmann en zijn medewerkers de jonge schildpadden in een ronde watertank omgeven door een computergestuurde magnetische spoel. Vervolgens varieerden zij het magnetische veld in de tank nauwkeurig volgens de natuurlijke waarden van het aardmagnetisch veld die in de kringstroom in de Atlantische Oceaan gemeten zijn en keken hoe de diertjes hun zwemrichting daarop aanpasten.

Het gros van de dikkopschildpadden reageerde op een manier die hen in de kringstroom zou houden: bij een simulatie van het aardmagnetische veld voor de kust van Florida zwommen ze richting oost-zuidoost, voor het virtuele Portugal pal zuid en halverwege Afrika en Zuid-Amerika in west-noordwestelijke richting. Een paar schildpadden kozen eigenwijs hun eigen koers en zouden onder natuurlijke omstandigheden waarschijnlijk afgedreven zijn.

De onderzoekers vermoeden dat de jonge schildpadden, die de oceaan nog niet kunnen kennen, een complete magnetische oceaankaart erven van hun ouders. Een andere mogelijkheid is dat zij zodanig geprogrammeerd zijn dat zij aan de hand van magnetische aanwijzingen op een paar cruciale punten hun koers aanpassen. Dat er enkelingen zijn die desondanks afdrijven, past goed in een evolutionair plaatje: het maakt het voor de dieren mogelijk in te spelen op nieuwe natuurlijke omstandigheden, zoals periodieke variaties in het aardmagnetisch veld of poolomkeringen.