Nu nog een damesdiner

Prins Willem-Alexander en Máxima zijn druk bezig met een reeks bezoeken aan de twaalf Nederlandse provincies en de grote steden. Deze bezoeken, bedoeld om kennis te maken met land en volk, worden wel aangeduid als `Blijde Inkomsten'.

Dat is een beetje vergezocht, maar inderdaad hebben hun bezoeken iets weg van de middeleeuwse traditie van de blijde inkomste of blijde intrede. Het was in die tijd gebruikelijk dat het eerste officiële bezoek van een (aanstaande) vorst aan zijn steden en gewesten gepaard ging met allerlei feesten en plechtigheden. Zo'n persoonlijk bezoek was erg belangrijk. Er waren toen immers nog geen onpersoonlijke, nationale staten, alleen directe banden van trouw met een bepaalde heerser. Met de Graaf van Holland bijvoorbeeld, of met de Hertog van Gelre. Als een graaf of hertog was overleden, kon zijn opvolger alleen de regering aanvaarden als hij zelf naar zijn graafschap of hertogdom reisde om ter plekke de persoonlijke band te vernieuwen. Voor de bevolking was zijn bezoek van groot belang, omdat de vorst tijdens zijn blijde inkomste beloofde de oude privileges van de betreffende stad of provincie te respecteren. Soms gaf hij tot groot genoegen van de bevolking ook nieuwe rechten.

Aanvankelijk ging dat allemaal mondeling, maar geleidelijk begon men de beloften van de vorst op papier vast te leggen. Dan wist men tenminste waar men aan toe was. Bovendien kon men een lastige heerser nog eens wijzen op zijn toezeggingen. Toen een ver familielid van Willem-Alexander, Engelbert I graaf van Nassau, en zijn vrouw Jehenne van Polanen in 1404 als erfgenamen van de Heerlijkheid Breda hun blijde intrede in deze plaats deden, schreef men daarom nauwkeurig op wat zij zoal beloofden. Aan de bewaard gebleven oorkonde hangen de zegels van Engelbert en Jehenne, die verklaren dat zij `onser Voorvaderen weldaden ende saligen wegen gerne natreden souden, soo wy best conden.'

Er werden talloze van zulke oorkonden gemaakt – maar één ervan kreeg ook de naam van de gelegenheid en heette dus sedertdien de `Blijde Inkomste' of `Joyeuse Entrée'. Het stuk werd opgesteld bij de intrede van hertogin Johanna van Brabant op 3 januari 1356 te Leuven. Er stonden allerlei regels in waaraan zij zich moest houden, bijvoorbeeld bij het beginnen van een oorlog of het uitgeven van belastinggelden. Na Johanna hebben alle Brabantse hertogen deze oorkonde moeten bezweren. Hiermee was Brabant het eerste gewest in de Nederlanden dat de verhoudingen tussen vorst en onderdanen regelde en rechtszekerheid bood. Het aanzien ervan was erg groot, ook in het buitenland.

Deze `Blijde Inkomste' had door een cruciale bepaling ook verstrekkende gevolgen voor ons gehele land. Er stond namelijk in dat de onderdanen de hertog slechts hoefden te gehoorzamen zolang deze zijn verplichtingen nakwam. Het hertogdom Brabant werd later geërfd door de Spaanse koning Filips II. Volgens de Nederlanders die in opstand kwamen tegen zijn bewind, hield deze vorst zich niet aan de afspraken. Hij schond de `Blijde Inkomste' en dus mocht zijn volk de gehoorzaamheid aan hem opzeggen. Dat gebeurde in 1581 bij het beroemde Plakkaat van Verlatinge.

Willem-Alexander en Máxima hoeven bij hun bezoeken aan gewesten en steden geen oude rechten te bezweren. Hun `blijde inkomsten' zijn daarom misschien beter te vergelijken met de luisterrijke intochten die jonggehuwde vorstenparen in de late Middeleeuwen maakten. Ze waren vooral bedoeld om de bruid welkom te heten en kennis te laten maken met haar nieuwe vaderland. Zo werd Isabella van Portugal in 1431 met haar bruidegom Filips de Goede, hertog van Bourgondië, in Brugge onthaald. In de straten verdrongen zich ontelbare nieuwsgierigen, die het grote spektakel rond hun intocht juichend en zwaaiend gadesloegen.

Bij de feestelijkheden rond de bruid hoorde ook een damesdiner. Hier mochten, behalve twee bisschoppen, géén heren aanzitten. De taak van de mannen op zo'n damesdiner was de bediening. Op deze manier hield men vast aan het ridderlijke ideaal van de Middeleeuwen, waarin men de vrouw alle eer die zij verdiende bewees. Krijgt Máxima in een van de provincies ook een damesdiner? En zal de Prins van Oranje haar dan bedienen?