Nieuwe leraren

Stel dat een minister had besloten dat er nieuwe instituten moeten komen voor de opleiding van dansers, of van violisten of voetballers. En stel dat u de opdracht kreeg dat besluit uit te voeren, hoe denkt u dat dan aan te pakken? U zult dan, neem ik aan, in de eerste plaats op zoek gaan naar ervaren dansers, of violisten of voetballers. Mensen die hun sporen op het betreffende terrein hebben verdiend. Die zult u vragen als adviseur bij het opstellen van een plan van aanpak. Ook zult u proberen om de meest virtuoze onder hen te interesseren voor een leraarschap of eventueel het geven van master classes. Inspirerende voorbeelden waar leerlingen niet alleen veel van kunnen leren, maar die op grond van hun reputatie kunnen dienen als lichtend voorbeeld.

Stel nu dat de minister tot zijn besluit is gekomen om deze nieuwe opleidingen voor danser, violist of voetballer uit de grond te stampen omdat hij meent dat er verkeerd wordt gedanst, viool gespeeld of gevoetbald; dat hij daarom meent dat er `nieuwe' dansers, `nieuwe' violisten en `nieuwe' voetballers moeten komen. Dan is het de vraag of gebruik kan worden gemaakt van gerenommeerde deskundigen. Die doen het immers al jaar en dag verkeerd. Maar aan de andere kant is het natuurlijk ook weer zo dat je leerlingen niet kunt leren dansen, vioolspelen of voetballen wanneer de docenten dat zelf nooit hebben gedaan, of slechts een blauwe maandag en daar zo veel kritiek op hadden dat ze meenden dat het allemaal heel anders moest. Na dit alles te hebben doordacht, gewikt en gewogen, zult u zo verstandig zijn de opdracht terug te geven, eventueel vergezeld van het advies andere maatregelen te bedenken ter bevordering van het nieuwe dansen, vioolspelen of voetballen. Dit ter inleiding.

Zon vijfentwintig jaar geleden werden overal in den lande nlo's opgericht. Nlo staat voor nieuwe lerarenopleiding. Die instellingen moesten niet zo maar leraren opleiden, maar nieuwe leraren ten behoeve van het nieuwe voortgezet onderwijs zoals dat Van Kemenade voor ogen stond. De oude leraren, mensen met verfoeilijke denkbeelden die het al jaar en dag verkeerd deden, moesten buiten de deur worden gehouden. Dus deed de minister iets wat u nooit zou doen. Hij gaf de opleidingen in handen van mensen wier deskundigheid zich beperkte tot de opvatting dat het anders moest, maar hoe anders? Nieuw dus, niet al die aandacht voor iets zo achterhaalds als vakdeskundigheid maar met nieuwe onderwijskundige denkbeelden. En zo kwamen massaal Nieuwe Leraren het onderwijs binnen. Daar moesten ze ervaren dat de praktijk er anders uitzag dan hen was voorgehouden, dat de mensen die er werkten vaak verstandige lieden waren met een gedegen opleiding waar ze veel van konden leren.

De opleiders bedachten een naam voor de kloof tussen theorie en praktijk: de Praxis Shock, waarmee de suggestie werd gewekt dat het vanzelfsprekend is dat de opleiding tot leraar niet fatsoenlijk kan voorbereiden op de vigerende praktijk.

Onderwijs is een gebied dat decennialang werd overgelaten aan deskundigen. Dat zou zo erg nog niet zijn geweest wanneer dat nu niet net een periode was geweest in de historie van het vaderlandse onderwijs die als geen andere gekenmerkt werd door hervormingen. Onderwijsvernieuwingen in het jargon van de deskundigen. Het gebrek aan maatschappelijke controle heeft ertoe geleid dat het onderwijs gebukt gaat onder problemen waar we voorlopig nog niet van af zijn, omdat ze te maken hebben met de manier waarop veel van het personeel is opgeleid.

prick@nrc.nl