Markt dicteerde productiestop opium

De Afghaanse opiumteelt, een doorn in het oog van het Westen, is het afgelopen jaar drastisch beperkt. Waarschijnlijke reden: overproductie.

Wie aanwijzingen zoekt voor de rechtschapenheid van Talibaan-leider Mullah Omar, wende zich tot de Amerikaanse Drugs Enforcement Administration (DEA). Op hun website (dea.gov) is te lezen dat de productie van ruwe opium, grondstof voor heroïne, in Afghanistan sinds vorig jaar in een vrije val is geraakt: van 3.600 ton in 2000 naar 74 ton dit jaar. Op 28 juli vorig jaar gelastte Omar op religieuze gronden een algeheel verbod op teelt van papaver – waaruit opium wordt gewonnen. Dat lijkt effect te hebben.

Eerdere verboden haalden niets uit. De jaarlijkse groei van de opiumproductie sinds de machtsovername van de Talibaan in 1994 ging normaal door. Maar na het verbod vorig jaar is er iets veranderd, stelt ook de nationale criminele inlichtingendienst (NCIS) van de Britse politie vast. ,,Wat het motief ook mag zijn, de indicaties zijn dat het verbod [van Omar] effectief is'', aldus het rapport `Brits dreigingsbeeld' van begin deze maand.

Toch was het de Britse premier Blair die onlangs het Talibaan-regime verweet aan de basis te staan van 80 procent van alle heroïne die in West-Europa op de markt komt. Dat gegeven is onder deskundigen onomstreden: in het recente verleden is in Franse, Britse en Amerikaanse rapporten alsmede studies van de VN hetzelfde cijfer opgetekend. Er wordt mee bedoeld dat 80 procent van alle heroïne die in West-Europa omgaat is gemaakt met opium van Afghaanse afkomst. Daarmee zetten Afghaanse boeren per jaar 100 tot 150 miljoen dollar om. De DEA zegt te hebben vastgesteld dat de Talibaan dit geld voor een deel via belastingheffingen afromen.

VN-onderzoekers die anoniem willen blijven om hun lokale relaties niet te verliezen, zeggen dat er drie redenen zijn voor de plotselinge productieval van Afghaanse opium dit jaar. Ten eerste spelen religieuze motieven een rol. De Talibaan zouden een actieve politiek hebben gevoerd om de papaverproductie terug te dringen. Een programma van het VN-drugsbureau (UNDCP), waarbij boeren worden gestimuleerd alternatieve gewassen te telen, was hiervoor mede motief.

Maar de meest cynische verklaring voor de productieval wordt onder Westerse deskundigen en politiemensen het waarschijnlijkst geacht: door de stijgende productie van de laatste jaren was de markt verzadigd, en dat drukte de prijs. Een tijdelijke productiestop kon de prijsval tot staan brengen en had als bijkomend voordeel dat de overschotten van de laatste jaren alsnog tegen een fatsoenlijke prijs van de hand konden gaan. Het feit dat de opiumprijs na 11 september een vrije val doormaakte, duidt er op dat die overschotten er inderdaad waren – en dat boeren met een snelle verkoop de vernietiging van hun opslagplaatsen door Amerikaanse aanvallen voor wilden zijn.

Ondanks dit alles blijven de drugsverdiensten van Afghanistan marginaal. De grootverdieners in het internationale heroïnecircuit zijn de zogenoemde Turkse netwerken. Zij maken de ruwe opium te gelde die ze in Afghanistan kopen en vervoeren deze vanuit dit land, meestal via Iran, naar Oost-Turkije waar het spul wordt verwerkt tot heroïne. Daarna gaat het op transport naar Nederland, het drugshandelscentrum van Europa. Van daaruit wordt de rest van West-Europa voorzien.

De papaverteelt in Afghanistan is veel ouder dan de Talibaan. Twee ontwikkelingen stimuleerden de productie al voor hun machtsovername in 1994. In de strijd met de Russische bezetter, vanaf 1980, betaalde het Afghaanse verzet zijn wapens met inkomsten uit opium. En na het vertrek van de Russen, in 1989, breidde de afzet voor Afghaanse opium zich uit: buurland Pakistan stond onder internationale druk de papaverteelt niet langer oogluikend toe. Zo waren de marktcondities in 1994 voortreffelijk voor de Talibaan. De groei van de productie werd bovendien gestimuleerd door de gebiedsuitbreiding die de Talibaan in de burgeroorlog boekten.

Maar de overproductie die zo ontstond, in combinatie met de concurrentie van `nieuwe' heroïnelanden (Turkmenistan, Oezbekistan) en de afnemende populariteit bij gebruikers in West-Europa voor `bruine Afghaan', creëerden als vanzelf de noodzaak van de productiestop dit jaar. Dat te zelfder tijd toch 74 ton ruwe opium uit Afghanistan werd geëxporteerd, wordt door deskundigen vrijwel geheel op het conto van de oppositionele Noordelijke Alliantie geschreven. Voor de DEA, de Britse politie en VN-onderzoekers staat dan ook vast wat de eventuele val van de Talibaan voor de opiumproductie zou betekenen: niets.