LEUKE DINGEN MAKEN

Techniek is leuk bij de meisjeclub Technika 10. Maar een bètastudie kiezen ze niet.

Jolein Bots (11), roze badslippers en een gele handdoek om de heup, ligt op de grond. Op haar buik schitteren drie breukstukjes van zonnepanelen, met klittenband vastgeplakt op haar badbak. Van de stukjes zonnepaneel loopt een draad naar een houten bruggetje, dat Jolein over haar borst heeft neergezet. Er zitten twee mini-propellers aan de onderkant van het bruggetje. ``Nou, en als ik dan op het strand lig en de zon schijnt op de panelen, dan gaan de propellertjes draaien. Zo heb ik altijd een koel windje tijdens het zonnen.''

Jolein zit bij Technika 10, een club voor meisjes met belangstelling voor techniek. ``Ik hield altijd al van timmeren en zagen. Maakte m'n eigen boekenplankjes gewoon zelf. Bij Technika 10 heb ik ook nieuwe dingen geleerd, zoals hoe een stroomkring werkt. Je moeten even goed nadenken over hoe het zit met de plus en de min, maar als je dat eenmaal doorhebt is het helemaal niet moeilijk.'' Jolein staat niet alleen met haar voorkeur voor technische snufjes. In Nederland nemen duizenden meisjes tussen 8 en 14 jaar elke week deel aan een bijeenkomst van Technika 10. In totaal zijn een kleine zeshonderd Technika 10-clubs actief.

Jolein doet mee aan de modeshow `Solar Girls' ter gelegenheid van het 15-jarig bestaan van Technika 10. De modeshow in een bijzaaltje van NEMO in Amsterdam is tegelijk een tentoonstelling, want de meisjes showen de werkstukken die ze bij Technika 10 hebben gemaakt.

``En dit is Elise. Elise kan heel veel zon vangen met deze zonnehoed'', zegt een stem terwijl Elise de Kok met grote passen naar voren loopt. Haar hoofd houdt Elise krampachtig rechtop. Want de hoed, gemaakt van een oranje paraplu zonder steel, is zwaar. Er zijn dan ook acht breukstukjes van zonnepanelen in verwerkt. Een stroomkring verbindt de panelen met elkaar en met een kleine batterijoplader. Die weer met een draadje vast zit aan een walkman. ``Bij zonnig weer kan Elise lekker naar haar muziek luisteren'', vervolgt de stem. ``Applaus.''

Elise en Jolein zagen elkaar voor het eerst toen ze zich vorig jaar aanmeldden voor de Technika 10-afdeling in Valkenswaard. Sindsdien zijn het vriendinnen. Ze hebben om dezelfde reden plezier in Technika 10. Jolein: ``Bij handenarbeid op school timmeren en zagen we haast niet. Meestal is het iets met papier en lijm. Dat is minder leuk.'' Elise: ``We maken bij Technika 10 hele leuke dingen. Bijvoorbeeld een houten paddestoel waar je potloden in kunt zetten. En een voetenbankje, die gebruik ik nu als nachtkastje. En een draaimolentje op zonne-energie. Enneuh...'' Ze kijkt vragend opzij. ``En die kerstballen die we gesoldeerd hebben'', vult Jolein aan. ``Die hingen vorige kerst bij ons thuis in de boom.''

Mieneke Knottenbelt, een van de twee directeuren van Technika 10, had vijftien jaar geleden kinderen in de leeftijd van Jolein en Elise. Knottenbelt stond aan de wieg van Technika 10, maar ze heeft de club niet verzonnen. Dat deden drie Nederlandse leden van de internationale vrouwenorganisatie YWCA (Young Women's Christian Association). Op een congres in Athene merkten de drie vrouwen dat in andere Europese landen heel wat meer vrouwen verstand hebben van techniek. De drie, zelf a-technische vrouwen, overlegden in het gebouw van de YWCA wat ze konden doen om Nederlandse meisjes technische vaardigheden bij te brengen. In datzelfde gebouw repareerde Knottenbelt die avond een kraan. Ze werd bij het overleg geroepen. ``In het land der blinden is eenoog koning'', zegt Knottenbelt vijftien jaar later.

Knottenbelt is van huis uit fysiotherapeute, maar haalde (``omdat ik zelf de klusjes in huis wilde opknappen'') halverwege de jaren tachtig een diploma aan wat toen nog heette: de Christelijke Lagere Technische School voor Jongens. Een enkele keer kluste ze buitenshuis, zoals die keer bij de YWCA. Samen met de drie vrouwen bedacht Knottenbelt technische activiteiten voor meisjes. ``Zeker in die tijd waren de hobbyboekjes gericht op jongens: dan lieten ze bijvoorbeeld zien hoe je van hout een autootje kunt maken.'' Aan de keukentafel in huize Knottenbelt werden de eerste ideetjes getoetst. ``Als ik met iets kwam waarvan m'n dochters zeiden: `bah mam, daar heb ik nou helemaal geen zin in', dan wist ik dat we verder moesten zoeken.''

In 1986 startten in Utrecht, Rotterdam en Eindhoven de eerste clubs. Aanvankelijk alleen gericht op tien- en elfjarigen, omdat uit onderzoek zou blijken dat meisjes op die leeftijd nog open staan voor techniek. ``Als je rond die leeftijd belangstelling weet te wekken voor techniek, kun je erop voortborduren. Maar als op die leeftijd het idee ontstaat dat techniek iets is voor jongens, krijg je dat er later nauwelijks nog uit'', zegt Knottenbelt.

En inderdaad bleek onlangs dat oud-cursisten van Technika 10 op school vaker bètavakken kiezen dan andere meisjes van hun leeftijd. Maar verder geeft het onderzoek van het SCO-Kohnstamm Instituut en de Vrije Universiteit naar de loopbanen van oud-cursisten van Technika 10 geen reden tot optimisme. Net als hun leeftijdgenoten wijzen de oud-cursisten een technische toekomst massaal af. Ze kiezen na de middelbare school studies die helemaal niets met techniek van doen hebben.

``Jammer natuurlijk'', vindt Knottenbelt. ``Het zou heerlijk zijn geweest als het anders was. Maar zo eenvoudig zit deze problematiek niet in elkaar. Het imago van technische opleidingen is nog steeds slecht. Bij ons kunnen meisjes techniek wel leuk vinden maar als ze dan op een open dag van een techniekopleiding lopen en zien hoe zo'n opleiding zich profileert, denken ze toch weer: nee, dit is meer iets voor m'n broer.''

``Waaah. Hij doet 't niet meer.'' Jolein kijkt zoekend rond. En roept tegen de begeleidsters uit Valkenswaard: ``Wie heeft er een schroevendraaier?'' Bijna verliest ze een roze slipper als ze op een begeleidster af snelt. Ze demonstreert: ``Als ik deze stekkers erin doe, gebeurt er niets. Kijk maar.'' De vrouw frunnikt aan een paar draadjes. Een ander houdt een gloeilamp op het badpak van Jolein ter hoogte van haar buik. Drie paar ogen kijken verwachtingsvol naar de propellers. Niets. ``Misschien moeten we er een propeller afhalen'', suggereert een begeleidster. Maar Jolein wil er niets van weten: ``Ze hebben het alletwee gedaan. Echt waar. Het moet aan dat draadje liggen.'' Dat komt er nou van, zeggen de leidsters even later tegen elkaar, als je met al die werkstukken in een tas de trein in moet. Ze hebben Jolein dan al gerustgesteld. ``Het licht is gewoon niet fel genoeg'', zegt deze.

Jolein en Elise hebben nog geen flauw idee wat ze willen worden. En al helemaal niet of het iets technisch wordt. Knottenbelt: ``Ik kwam laatst een meisje tegen die ik van Technika 10 ken. Ze zei: `U zult het wel jammer vinden dat ik Engels ben gaan studeren. Maar ik heb vorige maand wel zelf mijn eigen hoogslaper gebouwd.' Kijk, daar is het ons nou om te doen. We willen vooral bereiken dat meisjes niet meer lijdzaam afwachten tot hun vader of hun vriendje hen te hulp schiet als de computer vastloopt of een fiets kapot is.''