Kwakvervolging

Drastische actie ondernamen de Procureurs-Generaal en de Inspectie van de Gezondheidszorg op 20 september: eendrachtig besloten zij tot een formeel onderzoek naar de medische uitspraken van Jomanda. Deze historische beslissing heeft weinig aandacht gekregen, want op diezelfde dag verklaarde Bush min of meer de oorlog aan Afghanistan. Alleen een halfbakken Jomandadeskundige zoals ik werd gebeld hoe het zat met die vervolging. Die status als kenner van Het Medium uit Tiel ontleen ik aan een éénmalig tv-optreden met Jomanda, zoals ik hier eerder heb beschreven.

Inmiddels weet ik dat kwakvervolging niet simpel is. Tot eind 1997 was de wet duidelijk en streng: wie geen arts was, mocht geen geneeskunde bedrijven. Zelfs medische raad of bijstand waren volgens de WUG (Wet Uitoefening Geneeskunde) strafbaar. In de praktijk werd er echter niet vervolgd. Nederland wemelde van de alternatieve behandelaars zonder arts diploma, maar die werden gedoogd. Uitwassen konden echter makkelijk worden aangepakt.

Aan dit gedogen kwam een eind in 1997 met de Wet-BIG (Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg). Voortaan kon iedere kwak, geschoold of niet, zijn/haar diensten straffeloos aanbieden. Het onbevoegd uitoefenen van de geneeskunde bestaat niet meer. Wel zijn er gespecialiseerde beroepen waarvoor je een opleiding gevolgd moet hebben. Een alternatieve behandelaar mag zich niet zomaar arts, verpleger of tandarts noemen. Dat zijn beschermde titels. Vandaar die rare naam van de Wet-BIG: Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg. Een alternatieve genezerik mag ook niet alles met u doen. Injecties of operaties zijn voorbehouden aan mensen die een erkende opleiding hebben gevolgd.

Dat betekent niet dat verder alles mag, want de Wet-BIG kent ook een artikel 96 met strafbepalingen. Ook de alternatieve genezeriken zijn `strafbaar als zij buiten noodzaak schade of een aanmerkelijke kans op schade veroorzaken'. Wie kankerpatiënten een macrobiotisch dieet aanpraat in plaats van een reguliere behandeling, kan door justitie worden aangepakt. De bewijsvoering is echter moeilijker dan vroeger, zoals in de praktijk is gebleken. Het vooronderzoek tegen Nelissen, de kwak die kanker behandelt met een macrobiotisch dieet, is nog steeds niet rond. Zolang Nelissen niet veroordeeld is kan hij zijn praktijk rustig voortzetten.

Vandaar dat er nu aanvullende wetgeving bij de Tweede Kamer ligt, een nieuw artikel 96a voor de Wet-BIG, dat het mogelijk moet maken om de praktijk van een aangeklaagde kwak te stoppen als `de bescherming van de volksgezondheid dat dringend vordert, ...'. De politici, die met zoveel enthousiasme ruim baan hebben gemaakt voor de kwakzalver, beginnen zich nu zorgen te maken over het voortijdig afsterven van kiezers. Veel zal het niet helpen, dit nieuwe artikel 96a. De drempel ligt nog steeds bij de vervolging van kwakzalvers en onder de huidige wet is die drempel veel te hoog.

Volgens artikel 22 van de Grondwet heeft de overheid de taak de samenleving te beschermen regen riskante en schadelijke vormen van beroepsuitoefening. De overheid doet ook iets aan die taak: Gasfitters en dokters moeten diploma's hebben. Waarom kunnen alternatieve genezeriken dan zonder toezicht hun gang gaan? Waarom heeft de kwak met de Wet-BIG wel het recht gekregen om zorg aan te bieden, maar niet de plicht om toezicht te accepteren? De overheid vindt dat mondige burgers mans genoeg zijn om hun eigen zorg te kiezen, maar heeft daarbij haar taak om de samenleving te beschermen tegen schadelijke vormen van zorg uit het oog verloren.

Wat dan? Vervolgen uiteraard! Ook al is het bewijs dat een patiënt geschaad is moeilijk te leveren, van vervolging gaat toch een preventieve werking uit. Als er van tijd tot tijd een Jomanda in het gevang verdwijnt, worden kwakzalvers voorzichtiger. Art. 96a moet ook maar worden ingevoerd. Ik verwacht er weinig van, maar alle beetjes helpen. Wat mij echt nodig lijkt, is dat alle zorgaanbieders onder de Inspectie voor de Gezondheidszorg worden gebracht en dat de Inspectie de mogelijkheid krijgt om richtlijnen te stellen aan de praktijkvoering en preventief in te grijpen. Die richtlijn zou alternatieve behandelaars kunnen verplichten om hun patiënten altijd door te sturen naar de reguliere arts. Dit sluit aan bij de praktijk van het Tuchtcollege van de Alliantie van Alternatieve Genezers: `Een patiënt een reguliere behandeling onthouden is het ergste wat een alternatieve genezer kan doen' (De Volkskrant, 2.12.1998). De ziektekostenverzekeraars zouden die richtlijn morgen al toe kunnen passen door alternatief alleen te vergoeden als de patiënt ook gezien is door een reguliere arts.

In de tv-uitzending van `Het zwarte schaap' vorig jaar, waarin Jomanda de hoofdrol speelde, heb ik haar hier over doorgezaagd. Toen heeft zij mij nog verzekerd dat ze al haar cliënten altijd doorstuurt naar echte dokters. Ik ben benieuwd of dat bevestigd wordt door het gerechtelijke vooronderzoek. In die tv-uitzending heb ik ook gezegd dat het vrij makkelijk is na te gaan of het instralen van water door Jomanda enig effect heeft op de kwalen die daarmee behandeld worden. Ik heb zelfs gewed dat die waterproef negatief uit zal pakken.

Van die weddenschap heb ik spijt gekregen. Ik ben eindeloos gebeld door journalisten die wilden weten of die waterproef al gedaan was en mijn nevenactiviteit als waterexpert kreeg weinig bijval van collega-onderzoekers. Mijn argument dat je als onderzoeker de kans moet grijpen om te laten zien hoe onderzoek in zijn werk gaat, sprak hen niet aan. Onderzoek van onzinnige denkbeelden is nutteloos, zonde van de moeite en niet zonder risico. Een waterdichte proefopzet is moeilijk te ontwerpen en vereist de loyale medewerking van Jomanda, haar organisatie en haar cliënten.

Zelfs een waterdichte waterproef blijft riskant. Er is 50% kans dat het ingestraalde water beter lijkt te werken dan het niet-ingestraalde. Zo werkt het toeval nu eenmaal. Ook als je vooraf heel goed definieert wat een statistisch significant effect is, loop je toch 50% kans dat Jomanda trots gaat pronken met een marginaal positief effect dat door toeval is ontstaan. Ook als dat wordt afgegrendeld door een strak reglement, blijft er een lek: stel dat een positief effect alleen positief genoemd mag worden als de kans minder dan 1 op de miljoen is dat zo'n resultaat door toeval ontstaat, dan nog loop ik een risico van 1 op de miljoen dat de watertest door toeval positief uitpakt. Met een goede dobbelsteen gooi je niet makkelijk acht maal zes achter elkaar, maar het kan wel. Vandaar dat ik niet rouwig ben dat mijn ontwerp voor een watertest nog in mijn bureaula sluimert.

Of dat vooronderzoek door de Procureurs-Generaal ooit iets zal opleveren, betwijfel ik. Jomanda lijkt mij een gewiekste en capabele zakenvrouw, die niet voor één gat is te vangen. Het Openbaar Ministerie is onderbemand en sinds de Clickfonds affaire zal niemand ook meer durven hopen dat daar nog slimme en capabele mensen rondlopen. Alleen een drastische ingreep van de overheid, waardoor vervolging van malafide alternatievo's aanzienlijk eenvoudiger wordt, kan soelaas bieden.