`Ik houd wel van een fel debat'

Na de aanval op Amerika is het vijandbeeld van de islam nieuw leven ingeblazen. Een paniekreactie, vindt hoogleraar godsdienstwetenschappen Peter van der Veer. `Er bestaat geen tegenstelling tussen democratie en islam.'

`In nederland en in andere westerse landen bestaat een vijandbeeld van de islam. En dat beeld wordt almaar negatiever. Zolang mensen geen last hebben kunnen ze onverschillig blijven, maar na de aanslag op Amerika is die houding niet langer mogelijk. Iedereen is getroffen als de economie klappen krijgt; terreur uitoefenen kan nu ook hier. De zekerheid is weg en daarmee is ook de onverschilligheid weg. Ik weet niet wat de fall out zal zijn van de aanval op Afghanistan, maar als het in die regio echt een brandhaard wordt en blijft kunnen wij ons daar niet van afschermen. Al die mensen wonen ook hier.'

Het is vrijdagmiddag. Op het Leidse Rapenburg koesteren studenten zich in de najaarszon en de B-2 stealth-bommenwerpers moeten nog naar Afghanistan vertrekken. Op zijn kamer, op zolder bij het International Institute for the Study of the Islam in the Modern World (ISIM), is mededirecteur Peter van der Veer er niet gerust op. ``De angst neemt toe'', zegt hij, ``een positieve betrokkenheid op de moslims in Nederland is ver te zoeken. Ze worden apart gezet. En dat terwijl je in de media vooral bedaarde moslims ziet die hopen dat deze storm over hen heen blaast. Die mensen, schoonmaker en intellectueel, zijn óók bang dat het uit de hand loopt.''

Maandag kreeg Van der Veer, sinds 1992 hoogleraar godsdienstwetenschappen aan de Universiteit van Amsterdam, van de Akademie van Wetenschappen de Hendrik Mullerprijs voor gedrags- en maatschappijwetenschappen. Het gaat om 40.000 gulden. Van der Veer, aldus de Akademie in een toelichting, heeft in het in de versukkeling geraakte godsdienstwetenschappelijke onderzoek, gedomineerd door een christelijke perspectief, weer naar de internationale voorhoede geloodst door zijn oriëntatie op `de maatschappelijke rol van godsdienst in de ruimste zin'. ``Het aparte is dat ik hoogleraar godsdienstwetenschap ben in de sociale faculteit'', zegt van der Veer. ``Daarmee ben ik uniek in Nederland, misschien wel in de wereld.''

Pieter Tjitse van der Veer (1953) studeerde Indo-Iraanse talen en culturen en ook antropologie in Groningen. Na het gymnasium reisde hij een half jaar door India. ``Dat was zo'n beetje het verste waar je kon komen'', zegt hij. ``Toen ik terug kwam, halverwege het studiejaar, ben ik Sanskriet en taalkunde gaan doen. Dat laatste vak bleek volledig bezet door Chomskyanen en die benadering interesseerde me te weinig. Dus bleef ik in het Indo-Iraans hangen en deed er antropologie bij omdat ik iets met het moderne India wilde. In plaats van oude teksten te bestuderen wilde ik weten wat mensen in de praktijk met klassieke ideeën doen. Filologie is zo monopolitisch. Je kiest een bepaald tekstgebied en daar werk je je helemaal in. Omdat er zo weinig mensen zijn die dat niveau halen, valt er eigenlijk niks te communiceren. Je ontleent een geweldig gezag, een geweldige autoriteit aan beweringen waarop zo goed als niemand je kan uitdagen. Dat creëert niet de gemakkelijkste omgangsvormen. Ik zeg het maar zo beschaafd mogelijk.''

Filologen staan vaak argwanend tegenover sociale wetenschappers. Die zouden de bronnen niet beheersen en zich veel te gemakkelijk in de luren laten leggen.

``Mensen die bij het ISIM zijn aangesteld beheersen de moderne talen in de islamlanden vaak beter dan de filologen. Naar mijn idee is het even legitiem om je met een veertiende-eeuwse tekst bezig te houden of met modern sociaal wetenschappelijk onderzoek. Het probleem van de `kleine letteren' is dat men het hele terrein wil bestrijken en dan gaat het vaak mis. Om zinnig over moslims in de 21ste eeuw te praten is het niet voldoende dat je oude teksten kent, daarvoor heb je sociale wetenschap nodig.''

Na de ontzuiling was er lange tijd een taboe op godsdienstwetenschap. Dat is voorbij? Godsdienst mag weer?

``De rol van godsdienst in de maatschappij is belangrijk, dat is evident. Studenten zijn daarin geïnteresseerd, die hebben niet meer die parti pris van de jaren zestig, die aversie is van voor hun tijd. Wat je nu ziet is dat de meeste aandacht uitgaat naar de islam, terwijl bij hindoeïsme, boeddhisme en christendom precies dezelfde processen spelen. Maar ja, de islam is overal en hindoeïstische en boeddhistische toestanden blijven nog beperkt tot India, Tibet, Sri Lanka of Thailand.''

Hoe ziet u de verhouding tussen islam en democratie?

``Neem Indonesië, een in meerderheid islamitisch en democratisch land. Veel politieke bewegingen zijn islamitisch geïnspireerd. Ook in de kritiek op de Nieuwe Orde van Soeharto speelden moslimorganisaties een grote rol. Kijk, Iran is een eigenaardig soort democratie, dat zie ik ook wel. Maar de participatie is enorm, de mensen gaan massaal naar de stembus. Ook in Pakistan is er veel debat. Er komen misschien regimes uit waar wij niet zoveel trek in hebben, maar op de politieke participatie van de mensen is niets af te dingen. In Amerika geldt een strikte scheiding van kerk en staat maar de ruggengraat van de democratie bestaat er uit civiele, religieus geïnspireerde organisaties. Ook de christelijke verenigingen in verzuild Nederland speelden een grote rol in de politieke participatie. Ik zie geen tegenstelling tussen democratie en godsdienst.''

Sommige islamkenners benadrukken de frustratie bij moslims om een verloren wereldrijk. De islam is superieur, horen ze steeds, maar voor welvaart moet je naar het westen. Dat steekt.

``Daar kan ik niks mee. Het gaat om de werkelijke politieke aanwezigheid van het westen in de islamitische wereld. Mensen in moslimlanden worden dagelijks geconfronteerd met de grote betekenis van Amerika in hun regio. Amerika houdt regimes in stand, Amerika verwijdert regimes, Amerika heeft belang bij de olie. Dat roept een scala aan reacties op en één daarvan is ongelukkigerwijs terrorisme. Daarmee los je niks op maar het vloeit wel voort uit Amerika's rol in Afghanistan, Pakistan of het Midden-Oosten. Het verschil met vroeger is dat de strijd niet langer daar is gelokaliseerd maar nu ook in het westen wordt uitgevochten.''

Bij het demoniseren van de moslim-immigranten in reactie op de aanval op Amerika speelt steeds hun loyaliteit aan de natie-staat, aan de normen en waarden van de Nederlandse samenleving. Zijn ze trouw aan Mekka en Marokko, of aan Nederland, is de vraag. Moet integratie worden afgedwongen?

``Dat is het teruggrijpen op oude, nationalistische reflexen die iets willen terugroepen wat al verdwenen is: de homogene natiestaat. Natuurlijk moet je loyaal zijn aan de Nederlandse grondwet, daar is ons democratische bestel op gebaseerd. Vroeger was er iets mis met de katholieken omdat ze loyaal aan Rome zouden zijn. Minderheden gaan niet op in het conglomeraat. Daar moeten we politiek mee leren omgaan.

``Immigranten meer vaderlandse geschiedenis bijbrengen, zoals Paul Scheffer (bekend van zijn essay over `het multiculturele drama', red.) wil, is prima maar dan moet je die geschiedenis wel anders inkleden. Moslims dateren niet van de jaren zestig, ze waren al in de koloniale tijd deel van de Nederlandse geschiedenis. Dat is iedereen vergeten. Intussen is de nationale identiteit gemarginaliseerd ten gunste van een transnationale netwerksamenleving. De weinig gecentraliseerde, op wisselende gezagsbronnen berustende islamitische organisatievormen passen bij uitstek in zo'n netwerksamenleving. Nederland aan de Noordzee is te eng als vaderlandse geschiedenis.

``De meeste religieuze transnationale bewegingen zijn vreedzaam van aard en verwachten het heil van vrijwillige bekering tot de Waarheid. Maar er zijn er ook die met terrorisme politieke doeleinden nastreven. Dat was al zo in de koloniale tijd. Niet voor niets stuurde het Ministerie van Koloniën Snouck Hurgronje een eeuw geleden naar Mekka om te zien wat de moslims uit ons Indië er zoal uitspookten. Dachten sommigen dat met de opkomst van de onafhankelijke staten in Azië en Afrika de angel uit het transnationale islamisme weg was, sinds de aanval op Amerika weten we beter.

``Een mooi voorbeeld van zo'n transnationaal netwerk is dat van Indiase software-ingenieurs. Vooral in Silicon Valley heb je er een hoop, maar ze zitten overal. Hoe kom je Amerika in? Hoe krijg je een baan? Hoe zet je vanuit Amerika in India een bedrijfje op? Het zijn vragen waarvoor je een netwerk nodig hebt. Ik zoek die mensen op, onderhoud email-contact en volg hun websites en chatboxen. Ik wil weten in hoeverre ze zich aan hun vaderland gebonden voelen, of godsdienst een rol speelt bij het handhaven van hun cultuur en welke rol het internet speelt. Wat opvalt is dat fundamentalisten oververtegenwoordigd zijn. Dat intrigeert me en ik heb er nog geen verklaring voor.''

Roert de Nederlandse moslimgemeenschap zich genoeg in het publieke debat?

``Het wachten is hier op de moslimintellectuelen, een nieuw fenomeen. Dat vergt tijd, de immigranten kwamen toch vooral naar Nederland om laaggeschoolde arbeid te verrichten. Maar hun kinderen zullen zich weldra in het debat mengen, en dan zal blijken hoe uiteenlopend islamitische opvattingen zijn. Voor veel media is dat te complex. Professor Masud, mijn collega-directeur op het ISIM, komt uit Pakistan en kan dus prima uitleggen welke islam-bewegingen daar aanwezig zijn, welke opinies tegenover elkaar staan. Ik heb hem bij de media proberen te pushen maar dat blijft moeilijk. Onbegrijpelijk, vind ik dat.''

elite

Voor zijn proefschrift deed Van der Veer veldwerk onder priesters en asceten in een Hindoe-pelgrimsoord in Noord-India. Aan het eind van die periode, in 1984, laaide er een hevig conflict op over de 16de-eeuwse Babri Masjid-moskee in Ayodhya. Hindoes beweerden dat op de plaats van die moskee een Hindoetempel had gestaan die ze wilden herbouwen. In 1992 werd de moskee na jaren agitatie inderdaad verwoest. Van der Veer: ``Omdat ik er zat kreeg ik er toevallig mee te maken. Zo is mijn interesse voor hindoe-moslimtegenstellingen ontstaan, het onderwerp van mijn tweede boek.''

Van dit jaar is Imperial Encounters: Religion, Nation, and Empire. In dat boek betoogt Van der Veer dat de ontwikkeling van India en Groot-Brittannië gezien moet worden in het licht van een gedeeld koloniaal verleden. Iets dergelijks gaat ook op voor Nederland en `ons Indië'. ``Neem de wens van de overheid om onder de moslimbevolking een elite te creëren die als aanspreekpunt kan fungeren. Dat gebeurde in de koloniale tijd, en in de recente discussie over islam en homoseksualiteit zag je het opnieuw. Toen werden in Nederland imams aangesproken als zouden zij de grote leiders van de Marokkaanse gemeenschap zijn. Maar dat zijn ze niet. Als je als overheid moslimnotabelen zelf uitzoekt loop je het risico dat je op grond van verkeerde analyses de verkeerde mensen krijgt. Beter kan de staat terughoudend zijn, natuurlijk leiderschap moet uit de groep zelf voortkomen.''

Met zijn artikelenbundel Modern Oriëntalisme zorgde Van der Veer in 1995 voor flinke opschudding. In dit polemisch getoonzette boek bouwde hij voort op de opvatting van de Amerikaans-Palestijnse literatuurcriticus Edward Said als zou in de westerse wetenschap en cultuur op het `statische, achterlijke Oosten' zijn neergezien. Misplaatst superioriteitsgevoel zou ook moderne onderzoekers parten spelen, concludeerde Van der Veer. Vooral de Leidse historici Fasseur en Wesseling moesten het ontgelden de laatste sloeg in deze krant terug met een column onder de titel `Moderne domheid'.

Van der Veer heeft weinig trek de zaak weer op te rakelen. ``Wat ik me toen te weinig realiseerde is dat theorieën over oriëntalisme en de post-koloniale samenleving, die elders gemeengoed zijn, in Nederland relatief onbekend waren. Ik wil niet zeggen dat het hier een provincie is, maar mijn uitspraken sloten aan bij het internationale debat. Maar niet bij het nationale debat, en dat heb ik geweten. Overigens mag ik graag scherp formuleren. Nederlanders zijn uit op consensus. Ze debatteren niet, ze mijden elkaar. De Engelse en Indiase cultuur van openlijk en stevig discussiëren met na afloop een pilsje bevalt me veel beter. Dan kom je verder. Nederlandse wetenschap heeft iets hiërarchisch, iets stijfs. Ik kan daar slecht tegen.''