Hollands Dagboek: Bart Sorgedrager

Bart Sorgedrager (42) studeerde fotografie aan de Rietveld Academie. Als freelance- fotograaf maakte hij tien boeken, onder meer over Ajax en de Nederlandse landbouwkolonies in Brazilië. De afgelopen twee jaar werkte hij aan een fotoproject over de nieuwbouwwijk Leidsche Rijn. Sorgedrager woont samen met Froukje Boer.

November 1998

De telefoon gaat. Of ik de jaarlijkse documentaire foto-opdracht van het Rijksmuseum en NRC Handelsblad wil uitvoeren. De genrestukken van de meesters uit het Rijksmuseum veranderden de schilderkunst. Het alledaagse werd een onderwerp. Johannes Vermeer, Carel Fabritius, Samuel van Hoogstraten en Jan Steen schilderen wat ze zagen. Net als de zeeschilder Willem van de Velde de Oude. Hij beeldde zichzelf af in zijn galjoot, schetsen makend van de zeeslag bij Ter Heide. De doeken van Van de Velde werden en worden onder andere gewaardeerd vanwege hun informatieve en documentaire oogmerk. En dit geldt ook voor het werk van Pieter Saenredam. Ik weet het, ik loop met zevenmijlslaarzen door de vaderlandse cultuurgeschiedenis. Maar voor mij is de stap van de meesters uit het Rijksmuseum naar documentaire filmers en fotografen als Joris Ivens, Bert Haanstra, Cas Oorthuys, Hans Aarsman, Niek Koppe, Theo Baart, Maarten Schmidt en Thomas Doebele, Rineke Dijkstra en Jos de Putter niet zo groot.

En dan gebeld worden met de vraag ik onder één dak zou willen hangen met Vermeer, Saenredam en Frans Hals geeft een onwennig gevoel van rijkdom en erkenning.

Toch maakt de euforie snel plaats voor twijfel en zorg. Nomen et omen. Tot nu toe ben ik gewend mijn fotoprojecten zelf te moeten bedenken, organiseren en financieren. Bovendien heb ik mijn bedenkingen bij het onderwerp.

De opdracht luidt Vinex, preciezer, Leidsche Rijn. Ik woon zelf in een binnenstedelijke Vinex-wijk, het Amsterdamse oostelijk havengebied, dus ik ben enigszins bekend met de materie. Punt is dat ik niet direct zie welke bijdrage ik zou kunnen leveren. De Vinex-wijken mogen zich al verheugen in een enorme fotografische belangstelling. Het Nederlands Foto Instituut in Rotterdam hield onlangs een tentoonstelling van liefst vier Vinex-foto-opdrachten. Leidsche Rijn heeft een vaste fotograaf die het hele wordingsproces van de wijk volgt, en IJburg idem dito.

Februari 1999

In een vergadering met het `Rijks' en de NRC stel ik voor om de opdracht te sturen in een richting waarbij ik als fotograaf onderzoek welke rol de fotografie speelt bij de ontwikkeling van Leidsche Rijn. Bij de aanleg van een Vinex-locatie worden eerst de fotoarchieven van de Royal Air Force geraadpleegd om te kijken of er mogelijk bommen in de grond liggen. Ook architecten en stedebouwkundigen maken graag gebruik van fotografie. Met fotomontages geven ze een indruk van hun plannen. Foto's van steden als La Coruna of Siena plaatsen ze dan in opnamen van het Nederlandse polderlandschap.

En wat te denken van de instantfoto's die keukenverkopers maken van schaalmodellen van nieuwe keukens? Ook de toekomstige bewoners fotograferen er lustig op los. Van kavel tot eerste paal, van pannenbier tot oplevering, hele fotodagboeken worden er bijgehouden. De commissie reageert enthousiast maar vraagt wel wat ik zelf ga fotograferen. Tja, exit plan.

Augustus

Een lichtpuntje is dat Vinex-wijken bijna altijd aan de buitenkant worden gefotografeerd: de architectuur, liefst zonder mensen. En dan wordt de eenvormigheid benadrukt en de lulligheid geaccentueerd. Ook oprukkende bulldozers versus de maagdelijke natuur is een gewild thema. Slechts weinig fotografen verplaatsen zich in de positie van de toekomstige bewoners. Mensen die zich vaak diep in de schulden hebben gestoken en alleen daarom al niet kunnen wachten tot de eerste paal van hun huis geslagen wordt.

Voorjaar 2000

Afgelopen zomer heb ik enkele panoramafoto's gemaakt van het bouwterrein van Langerak II. In dit wijkje komen zes verschillende typen koophuizen. Ik ben van plan de toekomstige bewoners een brief te sturen met de vraag of ik hen mag volgen van hun oude naar hun nieuwe huis. Want waar komen die duizenden Vinex-bewoners vandaan?

Opvallend veel vrouwen reageren op mijn oproep. Wonen en sociale contacten blijken toch het domein van de vrouw. Kent u een man die de verjaarskalender op de wc invult? Van een aantal typen huizen krijg ik verschillende reacties. Hoewel de fotografie een rijkgeschakeerd medium is, kent het ook haar beperkingen. Om mijn verhaal zo helder mogelijk te vertellen moet ik gebruikmaken van contrasten en vereenvoudigingen. Dat vereist een scherpe selectie. Mijn keuze, voor zover ik die heb, valt daarom op de gezinnen die uit oudbouw komen, uit een flat of uit de provincie. Ook gezinnen met kinderen zijn welkom. Van het type Firenze worden maar een paar woningen gebouwd. Het kost veel moeite daar een gezin bij te vinden. Via via raak in contact met de Surinaamse familie Troenokarso, een uitzondering in een overwegend witte wijk. Wanneer ik Humphry Troenokarso bel en vertel dat mijn keuze op zijn familie is gevallen, merkt hij trots op: ,,Dan kunnen mijn kleinkinderen straks naar het Rijksmuseum gaan en ons in de archieven vinden.''

September

Joost en de hoogzwangere Inge zijn de eersten die ik fotografeer. ,,Zeg maar wat we moeten doen.'' De eerste keer is altijd lastig. Ik heb het liefst dat ze me negeren en doorgaan met wat ze aan het doen waren, zeker niet gaan opruimen of de haren kammen. Maar ja, de eerste keer... Het fotograferen van iemands huis is al met al een intieme aangelegenheid. (De redactie van het televisieprogramma Big Brother zal hier zeker om glimlachen.)

December

Irene ziet er aangeslagen uit, doodmoe. De mannen van Passies zijn al vroeg begonnen met verhuizen. De verhuizers merken op dat ze weinig in Leidsche Rijn komen. De meeste Leidsche Rijners staan aan het begin van hun wooncarrière. Ze hebben weinig spullen en veel vrienden die bij de verhuizing kunnen helpen.

Krista heeft zich nooit gerealiseerd hoeveel tijd een nieuwbouwhuis kost. Er moeten zoveel beslissingen worden genomen en zoveel afspraken gemaakt met leveranciers van de keuken, de badkamer, de vloer, over het schilderwerk, etcetera. Bij een bestaand huis is de te investeren tijd veel beter te overzien, zegt Inge.

Januari 2001

Loek van der Molen, de directeur van het Nederlands Foto Instituut in Rotterdam, is overleden. Loek was de grote motor achter het in oprichting zijnde Centrum voor Beeldcultuur Las Palmas. Hij was 55 jaar. Een buitengewoon aardige en charmante man. Ik ben bestuurslid van het NFI en zijn oprechtheid en gedrevenheid hebben een diepe indruk op me gemaakt. Verslagen laat hij ons achter.

Februari

Simone (Villa Caletta in Leidsche Rijn) is zwanger.

Mei

Ook Humphry is de verhuizing niet in de koude kleren gaan zitten. Een combinatie van een drukke baan en de vele problemen met de keuken, de gordijnen en de vloer zijn hem te veel geworden. Hij moet het rustiger aandoen en krijgt van zijn werk zelfs een golfcursus aangeboden om zich te ontspannen.

Juni

Ook Krista (Villa Acilia) is zwanger.

Juli

Van elk gezin maak ik een (statie)portret voor het huis. Voor deze ene keer moet er worden geposeerd en mogen de haren gekamd. Marijke trekt zelfs haar traditionele Javaanse jurk aan. Na de opname sprint Humphry naar boven om zijn korte broek weer aan te trekken.

Augustus

Het Nederlands Foto Instituut lijkt niet onder een gelukkig gesternte geboren. Het Centrum voor Beeldcultuur Las Palmas is gesneuveld. Toch geloof ik dat de mogelijkheden en kwaliteiten die het NFI bezit nog lang niet voldoende tot hun recht gekomen zijn. Er zijn weinig media zo breed en diep in onze maatschappij verankerd als de fotografie. En als je dan bedenkt dat er in Nederland slechts twee mensen met fotografie als specialisatie zijn gepromoveerd, is er nog een hoop werk te doen.

Ook de bezoekcijfers van het NFI blijven een zorg. Maar als de fotoliefhebbers niet naar Rotterdam komen dan moet het instituut misschien maar naar de bezoekers gaan. Het NFI maakt over de hele wereld succesvolle tentoonstellingen in samenwerking met buitenlandse instituten en musea. Die rol zou het instituut ook in Nederland kunnen vervullen. Denk je eens in: het NFI presenteert tentoonstellingen in Leeuwarden in samenwerking met bijvoorbeeld Museum het Princessehof, of in Sittard, Amsterdam en al die andere plaatsen in Nederland waar het veelal ontbreekt aan geld en mogelijkheden. De kinderachtige stedenstrijd over de vestigingsplaats van een nieuw fotoinstituut zou beslecht zijn en de bestaande fotografische infrastructuur zou een enorme stimulans krijgen. Budget voor zulke grootse plannen heeft het NFI niet. Maar persoonlijk denk ik dat de fotografie enorm gebaat zou zijn bij zo'n initiërende en coördinerende rol voor het NFI.

Augustus

Een fotoboek uitgeven zonder subsidie is in Nederland bijna onmogelijk. Behalve fotograaf voel ik me af en toe een straathond die om bijdragen moet bedelen. Gelukkig lukt het ditmaal om projectbureau Leidsche Rijn en Bouwfonds/Fortis enthousiast te maken. Ik ben erg blij met het boek. De interviews met de zes gezinnen, de historische bijdrage van Irene Cieraad en de grafische vormgeving van Lex Reitsma geven mijn fotografische verhaal meer diepte en inhoud. Ik behoor niet tot de school die vindt dat het beeld voor zich moet spreken. Integendeel, ik zie het juist steeds meer als opgave om beeldinformatie te ordenen en te duiden, en zodoende van (nieuwe) betekenis te voorzien.

September

Fotolaborant Michael Windig maakt de afdrukken voor de tentoonstelling. Behalve de inrichting van de expositie rest mij het zelfportret voor deze rubriek. Ik vind dat ik niet alleen mijn hoofd kan afbeelden. Meer dan een jaar heb ik mijn lens in andermans huizen gestoken en daarom voel ik me verplicht ook iets van ons huis te laten zien. Froukje drukt op de knop.

Irene uit Leidsche Rijn is blij dat ik klaar ben: ,,Kan ik tenminste eindelijk opruimen.''