Discoganger verandert in een extremist

Abd-Samad Moussaoui zoekt een antwoord op de vraag hoe zijn broer Zacarias, ook wel de `twintigste terrorist', een extremist kon worden.

De eventuele aanklacht moet nog geformuleerd worden, laat staan dat zijn schuld bewezen is, maar voor Abd-Samad Moussaoui (34) staat het vast: zijn broer is ,,een schoft''.

,,Ik heb hem zien afzakken naar het fanatisme en de haat – en ik heb er niets tegen kunnen doen.'' Abd-Samad noemt de mogelijke betrokkenheid van zijn broer Zacarias bij de aanslagen van 11 september ,,buitengewoon moeilijk''. Omdat het om zijn broer gaat, maar ook omdat hij by association verdacht wordt gemaakt. Zijn geloofwaardigheid als lid van de Vereniging van Islamitisch Welzijnswerk is daardoor in het geding, net als, meer in het algemeen, de reputatie van de moskee waaraan hij is verbonden, aan de Rue Bernard Délicieux in zijn woonplaats Montpellier. ,,Ik strijd al heel lang tegen het islamitisch extremisme, allang voor de elfde september.''

De ,,verdraaiingen en halve waarheden in de pers'' maken hem prikkelbaar. Fel valt hij uit tegen een televisiemaakster, die hem onaangekondigd in de moskee staat op te wachten. Hij wil onder geen beding met haar praten en snauwt haar toe ,,uw soort'' te kennen. Vanuit het kleine kantoor boven, waar hij zijn gast ontvangt, roept hij later nog een keer, dat ,,die televisieploeg'' in de gaten gehouden moet worden. ,,Ze proberen ons in de val te lokken, met verborgen camera's en al'', zegt hij tegen een medewerker.

Achter het ene drama gaat het andere schuil. De insinuaties komen niet alleen van buitenstaanders. Ook hun eigen moeder, Aïcha Moussaoui, noemde in vraaggesprekken haar beide zoons ,,godsdienstfanaten''. Voordat ze onderdook voor de media, wees ze ook op de oorzaak: een nichtje, dochter van een zus, die in de jaren negentig voor studiedoeleinden uit Marokko naar Frankrijk kwam. Dat nichtje is inmiddels de echtgenote van Abd-Samad, die de ,,infame leugens'' van zijn moeder – met wie hij het contact verbroken heeft – ,,bijna te pijnlijk'' vindt ,,om te weerleggen''. Het gaat volgens hem om ,,het verhaal van een schoonmoeder die haar schoondochter haat''. ,,Het is onfatsoenlijk je moeder in het openbaar af te vallen, zoiets doe je niet. Ik onderga het dus, maar ik hecht er aan te verklaren, dat mijn vrouw een academica is met een open geest, dat zij iedere vorm van extremisme verwerpt en dat zij in geen enkel opzicht iets te maken heeft, heeft gehad of wil hebben met zogenaamde gelovigen die de islam misbruiken om president Sadat en toeristen in Luxor te vermoorden, of zesduizend andere onschuldigen, onder wie nota bene moslims, in New York.''

Af en toe slaat Abd-Samad Moussaoui – donkere huid, baard, zeer welbespraakt – met zijn vuist op tafel om zijn betoog kracht bij te zetten. Hij wil het leven van zijn broer reconstrueren, maar hij weet zelf ook niet meer wat waarheid is en wat leugen: ,,Ik twijfel aan alles wat hij beweerde te doen.''

De ouders van Moussaoui emigreerden met hun twee dochters al voor de geboorte van de beide broers van Marokko naar Frankrijk. Aïcha Moussaoui, al snel na de verhuizing gescheiden van haar man, vertelde in vraaggesprekken ter bescherming van haar kinderen nooit in een van de beruchte banlieus te zijn gaan wonen. Ze gaf haar kinderen een zo ,,Westers'' mogelijke opvoeding, zonder speciale aandacht voor het geloof.

Die lezing wordt door Abd-Samad onderschreven. ,,We hadden een jeugd die ik iedereen zou toewensen. We woonden in Narbonne, brachten hele zomers door op het strand, gingen uit, zaten achter de meiden aan, hadden lol. Wel had mijn broer altijd problemen met mijn moeder, een kwestie van temperament. Hij schijnt haar in 1997, naar ze nu zelf in vraaggesprekken heeft gezegd, om vergiffenis te hebben gevraagd.''

Hijzelf zag zijn broer voor het laatst in 1995, toen hij hem naar het vliegveld in Marseille bracht, vanwaar Zacarias naar zijn woonplaats Londen terugvloog. ,,Hij was altijd mijn broertje geweest, met wie ik alles deelde, maar we hadden elkaar toen al niets meer te zeggen. Nadat ik hem de uitgeschreven visie van onze imam Khaleb had toegestuurd, verbrak hij alle contact.''

De verwijdering begon met het vertrek van Zacarias naar Londen in 1992, na zijn technische studie aan het Lycée Arago in Perpignan. In Londen ging hij voor een half jaar een vervolgopleiding doen, die hij, getuige een op televisie vertoonde foto van de diploma-uitreiking, ,,klaarblijkelijk'' met goed gevolg aflegde. Later hoorde Abd-Samad Moussaoui dat zijn broer in Londen de beruchte Baker Street-moskee frequenteerde.

,,Bij mijn weten is hij nog nooit in een moskee geweest, ik heb hem ook nooit zien bidden. Mensen die ik nu over hem spreek, kennen hem ook niet anders dan als een enthousiast discoganger, met een glas bier in zijn hand en een sigaret in zijn mondhoek. Op het losbandige af. Maar toen hij de eerste keer uit Londen terugkwam, was hij sterk veranderd. Hij was verwilderd, had harde trekken in zijn gezicht en hij praatte almaar over het geloof – op een manier waar ik niets van begreep. Hij zei bij voorbeeld dat er geen echte moslims meer waren. Dat onze schriftgeleerden het ware geloof niet verkondigden. Dat vrouwen niet mochten autorijden. Ik was in die tijd zelf al praktizerend moslim en vond het verontrustend wat hij beweerde. De islam is een `logische' godsdienst, alles is geargumenteerd, al zijn er stijlen en stromingen, ongeveer zoals in de literatuur. Deze lezing kende ik niet.''

Voortdurend wijst Moussaoui op de vreedzame leer van de sunnitische islam en op de noodzaak teksten in hun historische context te zien. ,,Ik ging op onderzoek uit, liep alle moskeeën in de omgeving af, omdat ik wilde weten wat hem bezielde. Pas na twee jaar, in 1994, kreeg ik zogenaamd van de koran afgeleide teksten onder ogen, die overeenkomsten vertoonden met de radicale opvattingen van mijn broer. Alarmerende teksten, oproepend tot haat, geweld en uitsluiting, volkomen in strijd met wat de sunnitische islam voorstaat. Ik zag het gevaar, omdat ik zag wat het met mijn broer deed, met wie niet meer te communiceren viel. Op dat moment heb ik besloten me in te zetten om jongeren voor die valstrik te behoeden. Een valstrik, die gezet wordt door lieden die uitsluitend gedreven worden door machtshonger en geldzucht.''

Gevraagd naar een verklaring voor het ,,succes'' van het islamitische extremisme laat Moussaoui zijn antwoord voorafgaan door een bijna dreigende waarschuwing: ,,Laat het duidelijk zijn dat de verklaring die ik geef géén rechtvaardiging inhoudt: er is geen excuus voor moord en doodslag. Maar de kiem van het kwaad schuilt in sociale uitsluiting. Het is een feit, dat onze jongeren daar, om welke reden dan ook, in meer of mindere mate mee te kampen hebben. Ik heb er zelf mee te maken gehad, gezien mijn huidskleur, maar toevallig en gelukkig heb ik de juiste mensen ontmoet, waardoor ik niet ontspoord ben. Maar ik besef hoe gemakkelijk het is om geïsoleerde, ontwortelde, onwetende, in sociaal opzicht vogelvrije jongeren voor je karretje te spannen. Door hun kwetsbaarheid zijn ze ontvankelijk voor haattheorieën.''

Volgens Moussaoui is het gevaar onder ,,zijn'' jongeren in Montpellier ,,marginaal'', maar hij kent enkele ,,twijfelgevallen''. In de gaten houden, is zijn devies, praten, proberen ze te overtuigen op basis van ,,de boeken''. Bij de ingang van de moskee aan de Rue Bernard Délicieux ligt een dichtbeschreven stencil van vier kantjes, ,,een advies aan moslims'', dat waarschuwt tegen de ,,dwaalleer'' van de Wahabieten – dat zijn de strikt orthodoxe moslims die in Saoedi-Arabië aan de macht zijn. De tekst wemelt van de citaten uit de koran, reden waarom een medewerker verzoekt het stencil na lezing ,,niet in de vuilnisbak'' te gooien. Moet dit ontoegankelijke geschrift jongeren overtuigen? Nee, zegt Moussaoui, het is volgens hem slechts de ,,wetenschappelijke'' verantwoording van wat de imams jongeren mondeling proberen bij te brengen.

Maar gaat zijn verklaring ook op voor zijn broer, die net als hij een zorgeloze jeugd heeft gehad en goede scholing? Ja, zegt Mousssaoui, ,,want opvoeden houdt niet alleen in dat je kinderen een dak boven het hoofd biedt en te eten geeft''. ,,Mijn zussen, mijn broer en ik zijn geboren als moslims – alleen de tantes en ooms doen je dat al beseffen. Maar de daarbij behorende gebruiken en houding zijn ons nooit geleerd. We waren iets waar we geen weet van hadden. We waren ontworteld in spirituele zin, afgesneden van onze cultuur en geschiedenis. Dat is gevaarlijk. Het creëert een geestelijk en religieus isolement. In precies dat vacuüm is mijn broer de weg kwijtgeraakt.''