Dichters

Het is herfst en ik hoor de stem van Jean Nelissen. Uit Lissabon, de stad van Fernando Pessoa.

Jean en Fernando: twee succesvolle dichters.

Zoals Jean gisteren weer het woord Espoirs uitsprak, als een waarnemer met verwachtingen. Espoirs is een lelijk woord, maar in de mond van de Limburgse tv-commentator wordt het de ouverture van een mantra.

Dat kan niet de bedoeling zijn. Jean heeft een stem voor aan de rand van het graf. Altijd herfst in de keel. Hij moet nog geboren worden, de campionissimo die dat eruit kan fietsen. Jawel, soms jubelt de commentator zich door alle mistvlagen en bladerval heen, maar het blijft herfst. De geschramde woorden waaien na als zaagsel van de dood.

Het zijn verdrietige dagen. De combinatie WK–wielrennen–oktober–Jean Nelissen is een dictatuur voor weemoedige mensen. Elk verweer is zinloos, elke vreugde schijnheilig. Verzet is niet mogelijk. Weemoed is als miltvuur: ongrijpbaar. Dat hoor je oprechte wielerfans niet aan te doen.

Het WK-wielrennen komt te laat. Vroeger werd er in augustus voor de gouden plak gefietst. De maand van Maria, van hoogbloei en rijpe vruchten, van de kermissen in het dorp, van keukenstoelen langs de gevels van de huizen, van verhalen en zomerse roddel. Ideale maand om wereldkampioen te worden. De voetbalcompetitie ligt stil, het biljartwezen bivakkeert in Lapland, de F1 dendert door Azië of Latijns-Amerika.

In augustus zijn de bloemenmeisjes op hun mooist, de sponsors op hun nonchalants, de ellendige Joop Atsma's van deze wereld het minst op hun qui vive. Augustus is de maand van het rijtjesvolk – swing in het hoofd, swing in de kont. Als daar dan de halfgod Rik van Looy dwars doorheen komt gefietst, in een triomfantelijke millimeterspurt, dan liggen volk en helden eindelijk weer in elkaars verlengde.

En daar gaat het toch om, zelfs in een democratie.

De vervaldatum voor het WK-wielrennen situeert zich in de eerste week van september. Alles wat daarna komt, heeft niet meer het momentum van mens en bidon, van verzet en goeie benen. Oktober is voor wielrenners een vooruitgeworpen anachronisme: over goed anderhalve maand gaan ze weer op winterstage voor het volgende seizoen. De wereldtitel krijgt in deze diepe herfstmaand geen glans meer, niet in de criteriums, niet op de tuinfeesten van de lokale slager en bakker, niet in de media. WK-wielrennen in oktober is een discontinu epos, en epische vertoningen die niet stroken met de tijd worden vanzelf pathetisch.

Augustus is de enige maand in het jaar dat ik Hein Verbruggen heb zien lachen. Gekitteld door de zon of door de naakte lijflustigheid van het dorp om zich heen, wie zal het zeggen, kon de UCI-preses nog wel eens uit zijn geföhnde mandaat vallen. Die losbandigheid van geluk moeten we morgen niet van hem verwachten. Oktober is ook voor de katholiek Hein Verbruggen het voorgeborgte van Allerzielen, van chrysanten op het kerkhof, van de doodsklanken in de stem van Jean Nelissen. Lissabon is mooi in de herst, mooier dan Ede, maar het is in deze tijd van het jaar een stad van schimmen, niet van kampioenen. Het is een stad van averechtse druksels, niet van martiale duidelijkheid op de meet.

Ik hoop dat juist in deze stad Jan Ullrich wereldkampioen wordt. Of Richard Virenque. Nee, niet Erik Dekker en nog veel minder Michael Boogerd. Dekker en Boogerd zijn augustusfietsers in Boxmeer. Zij kennen het gevoel van deze herfsttijd niet, staan torenhoog buiten weemoed en verval. Zij zijn gelukkig en gezond, en goed verzorgd. Hun machteloosheid is theoretisch en dan nog voorgekauwd door Jan Raas.

Ullrich en Virenque zijn verdachten. Zij fietsen aan de rand van het graf, aan de rand van de stem van Jean Nelissen. Zij hebben drama in de genen, geen gladiolen. Zij zijn de herfst bij geboorte. En zij kennen de lust van wraak. Wraak op het verkeerde land, wraak op de verkeerde soigneurs, wraak op de frustatie van columnisten. Zij weten dat elke titel te laat komt, Dekker en Boogerd en Raas en Rabobank weten dat niet.

Lissabon, 13 oktober 2002. Als Pessoa nu zou geleefd hebben, zou hij in zijn geliefde café tegen de eerste de beste freule gezegd hebben: ,, Mevrouw, val uit uw machtige kapsel, luister naar de zingzang van de benen.'' Jean Nelissen zegt ongeveer hetzelfde, maar, helaas, hij laat de benen niet de benen. Hij nationaliseert de benen. En dat doe je niet als stem aan de rand van het graf.