De verwachting

Ze kochten hun huis van de bouwtekening. In een buurt die nog niet bestond. Ze moeten wennen aan het idee dat ze in de nieuwbouw terechtkomen. Over hun toekomstige leven in Leidsche Rijn kunnen ze alleen maar fantaseren.

Edwin: Ik heb altijd gezegd: ik wil niet in Leidsche Rijn wonen, het is een grote bouwput en dat zal het ook nog een tijd blijven. Maar wij komen wel mooi te zitten: wij kijken uit over weiland en water.

Humphry: Ik wilde de stad uit, puur uit nieuwsgierigheid naar het landelijke wonen. Aan de overkant van ons nieuwe huis loopt de Leidsche Rijn. Het was voor mij een droom om weer aan het water te wonen, mijn ouderlijk huis in Suriname stond aan een rivier.

Irene: Een van de redenen dat we wilden verhuizen: we wilden de kinderen naar een andere school hebben. Op de oude school had Rebecca weinig aansluiting. Er zat maar één Nederlands kind in haar groep.

Edwin: Noodgedwongen zijn we in Leidsche Rijn terechtgekomen. We wilden in bepaalde wijken wonen, en in bepaalde wijken niet.

Victor: Eerst hebben we in Utrecht gezocht. In Oog van Al, dat was vroeger een wijk van stand. Maar daar kun je alleen maar huizen kopen voor een ton duurder dan ons oude huis waard was. Dan had je precies hetzelfde en moest je nog verbouwen.

Irene: Uiteindelijk zei John, onze makelaar, ga dan een keer kijken in de nieuwbouw. Toen zag Victor een plaatje in de krant van dit huis, een computersimulatie, daar hebben we op gebeld, en dat is het geworden.

Inge: Nieuwbouw was prijstechnisch een overweging.

Edwin: Het is goed voor starters. De prijzen liggen lager.

Joost: Maar not done. Al mijn vrienden hebben jaren-dertighuizen gekocht in de Utrechtse binnenstad. Over Leidsche Rijn zeiden ze: `Wonen daar al mensen dan?'

Krista: Toen we ons wilden inschrijven, was de bouw al begonnen. We dachten: keuze genoeg, maar de keuze was beperkt.

Joost: In deze wijk heb je drie typen huizen. De goedkoopste zijn de Dolces, daarna de Acilia's en dan de hoekhuizen Belfortes.

Inge: Aanvankelijk hadden we de Acilia's op het oog, omdat we dachten dat de Belfortes te duur waren en al verkocht zouden zijn.

Joost: We hadden net het voorlopig koopcontract getekend toen we hoorden dat er nog Belfortes te krijgen waren. Na het weekend hebben we geruild. Volgens mij komen er veel jonge mensen te wonen. Verder denk ik dat het een enorme forenzenbuurt is. Twee auto's voor de deur en niemand die in de buurt werkt.

Irene: Voor de kinderen wordt het een paradijsje, verwachten wij. Er komt een speeltuin in de buurt. De school zal op loopafstand zijn. Ze kunnen overal spelen. En ze krijgen alle drie een eigen kamer.