De tuin

De eerste zomer in Leidsche Rijn. De aandacht van de bewoners verlegt zich van binnen naar buiten. Ze maken een ontwerp voor de tuin, spitten de aarde om en rijden in het weekeinde naar het tuincentrum.

Inge: In het begin hadden we dagelijks een flyer in de brievenbus: voor de aanleg van de tuin of voor de zonwering.

Irene: Bij het oude huis hadden we een plaatsje van vijf bij zes meter. Ik verplantte alles twintig keer tot ik het perfect had.

Victor: Nu hebben we 140 vierkante meter tuin.

Irene: Als bij dit huis een tuintje van vijf bij zes had gezeten, dan hadden we het niet gekocht.

Krista: We hebben een hoekwoning, maar de tuin is kleiner dan die van anderen. We hebben het recht van overpad en een pad langs het huis. Een soort hondenuitlaatcentrum. Gelukkig gaat dat weg.

Simone: Het zijn grote tuinen, voor én achter. Een voortuin, dat heeft iets voornaams. Langerak II is wel de goudkust van Leidsche Rijn.

Victor: De tuin is een ontwerp van Irene.

Irene: Het is mijn leukste uitje: naar het tuincentrum. Vroeger liep ik twee uur rond en dan kocht ik één plant. Nu kan ik veel kopen. Ik ga niet meer naar Intratuin, daar hebben ze potjes en kabouters.

Victor: We gaan nu naar plaatselijke kwekerijen.

Joost: Ik heb me laten verneuken door iemand die mijn tuin wilde ploegen voor driehonderd gulden. Veel te veel, zei mijn buurman. Ik had een boer uit de buurt moeten vragen.

Inge: En daarna moesten we weer alles afgraven om wit zand te storten voor de terrassen. Rechts een klein terras, links een groot terras.

Humphry: De tuin hebben we niet zelf aangelegd. Bij het vorige huis wel, maar hier hebben we er bewust voor gekozen om het te laten doen. We hebben het te druk op het werk. En we kunnen het ons veroorloven. Het kostte 25.000 gulden, en we krijgen nog een offerte voor zes keer per jaar onderhoud.

Marijke: We hebben het wel zelf ontworpen. Een grasveld voor de jongens om te voetballen, en een pad naar het tuinhuisje. En geen schutting, want we willen van het uitzicht genieten.

Jaap: We werden een beetje zenuwachtig over de tuin, iedereen liet voor veel geld een tuin aanleggen en wij hadden niks.

Humphry: Volgens de architect zit de voorkant van het huis weggestopt naast de carport. Maar voor mij zijn de tuin en de straat de voorkant. Gasten laat ik binnen via de poort en de schuifdeuren van de woonkamer.

Marijke: Dat grote houten terras is net zoiets als de veranda in Suriname, een verlengstuk van je huis.

Humphry: Ik wist ook meteen dat er een tweepersoons schommel moest komen. Daar zitten we 's avonds bij mooi weer.

Inge: Onze tuin moet een knipoog naar het boerenleven worden. Langs het huis wil ik bodembedekkers, en tussen de perken rode klinkers.

Joost: Ik dacht aan een wagenwiel.

Simone: De buren aan de ene kant wilden een beukenhaag, net als wij. Aan de andere kant willen ze coniferen en een schutting. Best. Maar aan de voorkant willen ze witte gietijzeren stoeltjes. Dat past niet zo bij zo'n strak huis.

Jaap: Eerlijk gezegd vinden we al die strakke tuinen hier een beetje saai. De buurman heeft onze tuin aangelegd. Als klus, niet als vriendendienst.

Petra: Ik moest ik mijn eentje grind storten omdat Edwin moest werken. Twee buren kwamen helpen en toen was het zo gebeurd. Dat was wel aardig.

Edwin: Ja, moeten we een leuk plantje voor kopen.