De smaak van water

Kun je jezelf veranderen? Nee, zegt sociaal werker Hes (Gerard Thoolen) in De smaak van water. Want ,,het mes kan alles snijden, behalve zichzelf''. Sterker nog, het doet er niet toe of je leeft. Alles groeit toch wel door, met of zonder jou. Volgens hem zijn we ons hele leven eigenlijk alleen maar bezig met reorganiseren, iets wat links lag rechts leggen en wat rechts lag links. Er verandert niets.

Hes heeft deze levenshouding te danken aan een jarenlang dienstverband als ambtenaar bij de sociale dienst, waar hij dagelijks tientallen mensen met een kluitje in het riet stuurt. In deze surrealistisch vormgegeven onderwereld moeten al die arme zielen een nummertje trekken, om vervolgens urenlang te wachten op niets. Eén man waagt het om zich te beklagen. ,,Ik wacht al mijn hele leven lang'', roept een verhitte Hes terug.

Regisseur Orlow Seunke (Gordel van Smaragd, Oh boy!) maakte een droomdebuut met De smaak van water (1982), dat geïnspireerd is door György Konráds De bezoeker.

De Nederlandse pers prees de avantgardistische vormgeving en de pregnante maatschappijkritiek, en op het Filmfestival Venetië ontving Seunke een gedeelde Gouden Leeuw voor het beste speelfilmdebuut. Hij kon putten uit het arsenaal acteurs van het Werktheater, zoals Thoolen, Joop Admiraal, Olga Zuiderhoek en Dorijn Curvers. Laatstgenoemde speelt degene die Hes van zijn cynisme afhelpt: hij ontfermt zich over dit meisje dat haar hele leven lang opgesloten heeft gezeten in een kast en elk contact met de buitenwereld heeft verloren, een soort personage dat we dit jaar weer terugzagen in Lodewijk Crijns' Met grote blijdschap. Als een vrouwelijke Kaspar Hauser komt dit beestmens vooral in aanraking met bekrompen mensen die hun armzalige normen aan haar willen opleggen. Hes raakt ondertussen steeds meer verwilderd, getuige zijn groeiende baard en panische blik.

Bijna twintig jaar later ligt de pregnante maatschappijkritiek er iets te dik bovenop: het is de tijd dat film nog een voorbeeldfunctie moest hebben en gekken werden afgebeeld met badmutsen op hun hoofd. Nog steeds heel mooi is de claustrofobische vormgeving. Eindeloze kelders, ondergrondse gangen en archieven vol met ordners, witte jassen, lange muren, ijzeren trappen; hier wordt al het kleine leed zorgvuldig onder een dikke laag stof opgeborgen.

,,Als je maar lang genoeg leeft, dan word je vanzelf cynisch'', zegt de oude Hes. De herboren Hes heeft zich vastgeklampt aan het waanidee dat hij daadwerkelijk `het systeem' in zijn eentje omver kan schoppen. Hij eindigt met beurse tenen en lege handen, maar niemand kan zeggen dat hij het niet heeft geprobeerd.

De smaak van water (Orlow Seunke, 1982, Nederland), zaterdag, Ned.1, 23.58-1.36u.