De chaos laat zich niet vangen in simpele denkschema's

Denkschema's en modellen zijn handige simplificaties om vat te krijgen op de internationale verhoudingen. Maar hoe aantrekkelijk ze ook zijn, ze geven per definitie een vertekening van de complexe politieke werkelijkheid, vindt Rosan Hollak.

De terroristische aanslagen in de Verenigde Staten, inmiddels gevolgd door de bombardementen op Afghanistan, lijken een voorbode van een nieuwe wereldwijde tweedeling: de islamitische wereld tegenover het Westen. Maar klopt die kijk op de gebeurtenissen van de afgelopen weken wel? Zelfs Samuel P. Huntington, schrijver van het boek The Clash of Civilizations and the Remaking of World Order, ontkende onlangs op CNN dat er sprake is van een aanstaand conflict tussen de westerse en de islamitische beschavingen. De aanslag op het Pentagon en het WTC beschouwde hij als een aanval op de beschaving door een kleine groep terroristen. ,,Pas als een democratische regering omver wordt geworpen door moslimfundamentalisten'', zei hij, ,,is er sprake van een werkelijke confrontatie tussen twee beschavingen.'' Als Huntington al tot deze conclusie komt, waarom schermen commentatoren dan zo gemakkelijk met het begrip `clash of civilizations'?

We zijn altijd geneigd tot simplificering van de chaotische wereld om ons heen. Daarvoor zijn dan wel bruikbare schema's nodig met theorieën die de interstatelijke verhoudingen voorspellen. Nu de Amerikaanse president Bush een internationale coalitie heeft gevormd voor de strijd tegen terrorisme en islamitische fundamentalisme, is het verleidelijk te denken dat de nu ontketende oorlog tegen het Talibaan-regime zal uitmonden in een grootschalig conflict tussen de westerse en de islamitische beschaving. Want daarmee hebben we gelijk een overzichtelijk kader geschapen om de verhoudingen op wereldniveau te interpreteren.

Toch moeten met name journalisten, wetenschappers en opiniemakers zich niet te veel verliezen in dit soort `wereldmodellen'. Want de enigen die werkelijk baat hebben bij een simpele opdeling van de wereld, zijn de politici. Een simpele strijd tegen `het communisme', `de islam' of `het terrorisme' vereenvoudigt immers de legitimering van een oorlog. De strijd tegen een `groot kwaad' rechtvaardigt het verlies aan mensenlevens en creëert een kunstmatig gevoel van eenheid onder de bevolking.

`The Clash of Civilizations?', het artikel dat Huntington in 1993 publiceerde in het Amerikaanse tijdschrift Foreign Affairs, was destijds een antwoord op 'The End of History?', een artikel van de Amerikaanse filosoof Francis Fukuyama. Deze stelde dat na de val van de Muur de combinatie van een liberale democratie en de vrijemarkteconomie het enige overgebleven alternatief vormden voor de mensheid. Huntington was het daar niet mee eens. In zijn ogen getuigde het van pure overmoed te denken dat door de val van het communisme, het Westen de wereld voor altijd voor zich had gewonnen. Waarom zouden moslims, Chinezen, Indiërs zich haasten om het westerse liberalisme te omarmen als het enige overgebleven alternatief?

In zijn boek The Clash of Civilizations and the Remaking of World Order, dat drie jaar later verscheen, presenteerde Huntington een nieuwe visie: met het eindigen van de Koude Oorlog zouden de toekomstige oorlogen religieus van aard zijn en worden uitgevochten langs de breuklijnen van de verschillende beschavingen. Vooral de Chinese en de islamitische beschavingen zouden een permanente bedreiging gaan vormen voor het Westen.

Er is veel op dit wereldmodel van Huntington af te dingen. Want wat houdt zo'n 'botsing der beschavingen' nou precies in? De Franse filosoof Pierre Hassner reageerde destijds smalend op Huntingtons stelling door zich af te vragen: Betekent dat soms dat als China wapens verkoopt aan Libië er sprake is van een alliantie tussen het confucianisme en de islam? En is een handelsconflict tussen de Verenigde Staten en Japan dan op te vatten als een oorlog tussen verschillende beschavingen? Hoe noemt hij dan een handelsconflict tussen de VS en West-Europa?

Een tweede tekortkoming is dat Huntington de grote beschavingen voornamelijk op macro-niveau analyseert. Zijn wereldmodel doet geen recht aan de verscheidenheid aan identiteiten en loyaliteiten die leven binnen de verschillende beschavingen. Hij besteedt te weinig aandacht aan onderlinge conflicten tussen bevolkingsgroepen zoals de strijd tussen de shi'iten en de soennieten of de Koerden tegen de Turken. Ook maakt hij geen afdoende onderscheid tussen islam en fundamentalisme.

Een derde probleem is dat westerse denkbeelden over liberale democratie, markteconomie en mensenrechten allang zijn doorgedrongen tot andere beschavingen. De grootste bron voor conflicten tussen de beschavingen is misschien wel het feit dat andere culturen door het proces van globalisering het afbrokkelen van nationale grenzen, toenemende migratiestromen en economieën die steeds meer met elkaar raken vervlochten ongewild al met westerse waarden in aanraking zijn gekomen. Huntington mag het dan met Fukuyama oneens zijn dat er geen geloofwaardige alternatieven bestaan voor de liberale democratie, toch resteert dan de belangrijke vraag hoe de islamitische en andere beschavingen moeten omgaan met de modernisering die hun van buitenaf wordt opgedrongen. Hoe kunnen de westerse waarden worden overgenomen en getransformeerd door bijvoorbeeld de Chinezen of door de islamitische beschavingen? En hoe moeten andere culturen omgaan met de zwakke punten in de westerse denkbeelden en instellingen?

Een laatste probleem waar Huntington geen aandacht aan heeft besteed is de crisis waarin de westerse democratieën verkeren. De Franse denker Pierre Hassner was de afgelopen jaren vaak in discussie met zowel Fukuyama als Huntington. Zijn visie op de ontwikkelingen op wereldniveau is breder dan die van zijn beide collega's. De Fransman weigert om de statelijke verhoudingen, na het einde van de Koude Oorlog, in een nieuw wereldmodel onder te brengen. In plaats daarvan wijst hij op een nieuw fenomeen: door de toenemende globalisering ontwikkelen mensen meervoudige identiteiten. We maken allemaal deel uit van het persoonlijke, het plaatselijke, het nationale, het universele en het wereldwijde, zonder dat de nationale en internationale instanties, die horen te bemiddelen tussen al die niveaus, goed functioneren. Daardoor verliezen burgers het gevoel dat ze nog werkelijk ergens bij horen en nemen ze steeds minder deel aan de politiek en worden de westerse democratieën van binnenuit uitgehold.

Gezien de hierboven geschetste ontwikkelingen is het een achterhaald idee om na het einde van de Koude Oorlog de wereld opnieuw te willen indelen langs economische, culturele of ideologische scheidslijnen. Voor politici blijft het echter verleidelijk om een polarisatie op wereldniveau te forceren. Want een nieuwe herindeling van de wereld of het nu gaat om een strijd van `de terroristen' tegen `de beschaving', `het Westen' tegen `de islam' of `het communisme' tegen `het liberalisme' creëert een tijdelijk gevoel van eenheid en drukt de wereldwijde verwarring die is ontstaan door de globalisering naar de achtergrond.

Maar waar het uiteindelijk om gaat is de wereld te begrijpen in al haar complexiteit. Daarom moeten een term als `clash of civilizations' niet te gemakkelijk in de mond worden genomen. En als Huntington het al niet doet, moeten wij het zeker niet doen.

Rosan Hollak is medewerker van NRC Handelsblad.