De buren

Iedereen moet wennen aan iedereen. De eerste contacten worden gelegd en er wordt besproken welke schutting er tussen de tuinen komt. De bewonersvereniging organiseert het eerste buurtfeest. Langzaam begint zich af te tekenen wie op koffie met de buren zit te wachten en wie niet.

Victor: De nieuwe buren belden ons al op voordat het huis opgeleverd was, over de afscheiding tussen de tuinen.

Irene: Hij wilde dat geregeld hebben. Hij had een voorstel: een stuk houten schutting, dan een stuk gaas, dan hout, dan weer gaas. Zij wilden boogjes, maar wij wilden het recht hebben.

Victor: Het wordt dus recht.

Edwin: Met de buren hier links hadden we een koffie-afspraak om over de schutting te praten. We waren er na vijf minuten uit.

Petra: Met de buren rechts moeten we het er nog over hebben.

Edwin: Wij willen hardhout, maar zij hebben aan hun andere kant al geïmpregneerd vuren.

Petra: Dat past niet zo goed bij het huis. Hardhout is wat roder.

Edwin: Het is leuk om buren te hebben, maar: op een flinke afstand. Ze moeten niet op de koffie komen.

Petra: Het moet niet té worden.

Irene: Ik ben niet uit op diepe contacten, maar ik vind het wel belangrijk om te weten wie wie is en wie waar woont. We zijn lid van de bewonersvereniging, die in de zomer buurtfeesten organiseert. Als er een barbecue komt, dan zijn wij erbij.

Edwin: Je hebt van die straten, dan gaan ze met z'n allen voetbal kijken.

Petra: Ik denk niet dat dat bij ons gaat gebeuren.

Krista: We hebben het getroffen met onze buren. Het klikt goed. Voor de rest van de wijk geldt: je hebt elkaar nodig, dus stel je je aan elkaar voor.

Irene: De cirkel van mensen die we kennen wordt langzaam groter. Dat moet groeien.

Rebecca: Mijn vriendinnetjes wonen in het Kliftrakplantsoen. Ik haal ze op en dan lopen we samen naar school.

Irene: Haar leven is veranderd. Staan er opeens drie meisjes op de stoep: komt Rebecca buiten spelen? Ze kunnen hier overal buiten spelen.

Boris: Ik vind het hier saai. Er zijn geen kinderen van mijn leeftijd.

Inge: Overdag is hier geen leven op straat. De meeste mensen met kinderen werken twee of drie dagen en toch zie je ze weinig.

Petra: Alleen de vrouwen met kinderen zijn overdag soms thuis.

Edwin: Pas had ik een dag vrij, en dan zie je niemand. Iedereen werkt.

Inge: Alleen in de weekeinden is het druk.

Joost: Dan zie je iedereen bij de Gamma. `Hé buurman.'

Marijke: In de stad woonden we in een buurtje, dat was een hechtere gemeenschap dan hier. Iedereen kende elkaar, hier herken je alleen het gezicht van iemand die langs loopt. Maar ja, het is hier ook veel groter.

Humphry: Wij wonen aan de elitekant van Leidsche Rijn. Aan de andere kant, in Parkwijk, wonen wat meer Surinamers. Als ik me voorstel zegt iedereen: oh, u bent van dat mooie huis op de hoek, u woont op de mooiste plek van Leidsche Rijn. Dat vind ik zelf ook.

Krista: Wij zijn de enige dinky's uit de buurt, double income no kids. Welgesteld volk, elk huishouden verdient tenminste een ton per jaar.

Simone: De buren passen op de katten, maar ook niet meer dan dat. Je maakt een praatje en je merkt al snel dat dat genoeg is. We hebben ons eigen sociaal leven. Ik ben eerder bang voor te veel contact.

Edwin: Het is de vrees dat de ander zich opdringt.

Petra: Maar er is ook wel een bepaalde verbondenheid: je hebt met z'n allen geklust. Je hebt allemaal tegelijk de sleutel gekregen.

Krista: De tolerantie is hier groter dan ergens anders. Dat komt doordat het nog rommelig is. In de supermarkt loopt iedereen gewoon in zijn gore broek. In Bussum moest alles zo en niet anders: je kleding, je auto, je huis.

Edwin: Een buurtgevoel is er nog niet. Het hangt als los zand aan elkaar. Binnen de projecten, per rijtje, is wel wat meer samenhang. Maar met de overkant bijvoorbeeld heb ik niks.

Petra: Vooral met de buren links hebben we een leuk contact.

Edwin: Gisteren hebben we nog tot half drie 's nachts met ze buiten gezeten.

Petra: Een soort campinggevoel krijg ik ervan.