Beurzen wagen sprong in het diepe

De beurzen zijn weer terug op het niveau van voor de aanslagen op 11 september. Hoe houdbaar is het teruggekeerde optimisme op de beursvloer?

Ga in het zwembad op de hoge duikplank staan, en de waterspiegel lijkt veel dieper dan de beloofde drie meter. Duik vervolgens naar de bodem en kijk omhoog: de waterspiegel lijkt daar veel hoger dan hij zou moeten zijn.

Zo is de stemming op dit moment ook op de financiële markten. Top down, vanaf de duikplank, schetst het gros van de macro-economen een bleek beeld voor de vooruitzichten van de wereldeconomie. Het herstel van de conjunctuur is door hen vooruitgeschoven tot de tweede helft van volgend jaar, zodat zowel 2001 als 2002 per saldo slechte jaren worden voor de wereldeconomie. De schattingen lopen ver uiteen. De zakenbank J.P. Morgan gaat uit van 1,5 procent wereldwijde economische groei dit jaar en 2,6 procent volgend jaar. De zakenbank CSFB is bijzonder pessimistisch, met een geraamde wereldwijde economische groei van slechts 1,6 procent en 1,4 procent in dit en volgend jaar. De VS worden verondersteld door CSFB bijvoorbeeld volgend jaar maar 0,2 procent te groeien.

Bottom up, vanaf de bodem, geven bedrijfsanalisten een heel ander beeld. IBES, het bureau dat analistenprognoses verzamelt, raamt voor de wereldwijde beursgenoteerde ondernemingen in 2001 een winstdaling van 10 procent, maar volgend jaar stijgen de winsten meer dan 15 procent.

Het pessimisme over de wereldeconomie won het in de anderhalve week na de aanslagen op New York en Washington van het ingebouwde optimisme van de aandelenanalist. Maar zeker de laatste week hebben de internationale beurzen een indrukwekkende rally achter de rug. De meeste indices staan al weer boven het niveau dat zij aan de vooravond van de aanslagen hadden.

Nu speelt er op de beursvloer nog een ander effect bij de koersvorming. September is de derde maand van het kwartaal. En in die derde maand komen bedrijven, die daar de noodzaak toe zien, voortijdig met hun winstwaarschuwingen over dat kwartaal. Dat kwartaaleffect is goed te zien. Tussen de tiende dag van de derde maand en de eenentwintigste dag van elke derde maand was er het afgelopen jaar al een dip waar te nemen. De markt wordt overstelpt met winstwaarschuwingen, gaat door de knieën, en toont daarna een technische herstel — dat overigens weer niets zegt over de koersen van de weken daarna. Tussen 11 en 21 december vorig jaar viel de AEX-index met 8,1 procent. Tussen 10 en 22 maart van dit jaar viel de index met 13 procent, en tussen 10 en 20 juni met 7,6 procent.

Dat speelde ook vorige maand, na de aanslagen. Tussen 10 en 21 september werd de koersdaling van 27 procent tot het dieptepunt van ruim 378 punten versterkt door het winstwaarschuwingen-effect. De weg terug omhoog tot het niveau van voor de aanslagen kan, als eerder kwartalen een leidraad zijn, voor een deel worden gezien als een technisch herstel.

Welk resterend deel van het beursherstel te wijten is aan een groeiend optimisme is moeilijk uit te maken. Gezien de relatief goede prestaties van de technologie-, media- en telecom (TMT-)fondsen hebben de beurzen hun defensieve karakter de afgelopen weken laten vallen. Het uitblijven van vervolgaanslagen kan het gedaalde vertrouwen van consumenten, beleggers en ondernemers weer doen opveren. Maar het gevaar voor verdere calamiteiten kan de markt zó weer in zijn greep krijgen.

De bottom up-benadering heeft tijdelijk terrein teruggewonnen: beleggers kijken door het conjuncturele dal heen waarvoor hoog vanaf de duikplank wordt gewaarschuwd. Dat is niet zonder risico's. De Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs constateerde deze week in een rapport dat de `consensus' onder analisten in tijden van vallende bedrijfswinsten doorgaans veel te hoog is. Conclusie van dat rapport: de meest pessimistische analisten krijgen onder die omstandigheden achteraf het vaakst gelijk.