Waarnemer zonder verwachtingen

Nobelprijswinnaar V.S. Naipaul schildert in zijn werk een somber beeld van de Derde wereld die zich probeert te ontworstelen aan het verleden. De grootste fout van het kolonialisme is volgens hem, dat het heeft gefaald. Een persoonlijke liefdesverklaring aan een hatelijke schrijver.

Er zijn gebeurtenissen die je gerechtigdheid moet noemen. De Nobelprijs voor V.S. Naipaul is er zo één. Liefhebbers van literatuur hadden het eigenlijk al niet meer verwacht. De 69-jarige Naipaul komt uit het Caraïbisch Gebied, West-Indie, zoals hij dat graag noemt, en in 1992 had al een West-Indiër de prijs gekregen, de dichter Derek Walcott. Persoonlijk herinner ik me, dat ik toen nijdig reageerde, omdat Naipaul gepasseerd was. Er zijn zoveel regio's die erkenning behoeven, redeneerde ik, dat Naipaul nu wel niet meer aan de beurt zou komen. Schande, heren Nobel-prijsgevers, dat u de verkeerde West-Indiër honoreerde, en waarom eigenlijk? Omdat Naipaul te rechts was, te conservatief, of zelfs te racistisch? Omdat hij de zwarte bevolking van zijn geboorte-eiland Trinidad een tikje achterlijk vond? Omdat hij als kleurling een Engelse gentleman wilde zijn? Omdat hij ook walgde van India, waar zijn voorouders vandaan komen?

Maar Vidiadhar Surajprasad Naipaul kreeg de prijs toch, gisteren. Er is gerechtigdheid.

Toen het nieuws hier in New Delhi bekend werd, om half vier `s middags, was ik zo uitgelaten dat ik het wilde delen. Maar er was niemand om mij heen. Ik deed de buitendeur open en riep naar de bewaker van het gebouw tegenover mijn huis. Hij kwam verlegen binnen, in zijn onberispelijke zwarte uniform, en ik zei: `Het is vandaag een grote dag'. `Deze man', en ik haalde het ene boek na het andere uit mijn boekenkast, `deze man heeft de belangrijkste prijs van de wereld gewonnen.'

De glimlach van de bewaker vertrok tot een blik van bezorgdheid, alsof hij zich afvroeg of hij mijn gedrag niet ergens moest melden. Ja laat maar ook, zei ik, en hij liep mijn kamer uit. Maar toen ik de boeken weer wilde opbergen vielen kaartjes en briefjes en zelfs foto's op de grond. Waar ik met eenzelfde soort bezorgdheid naar keek: ik ben, alles overziende, een groupie.

Er was een vergeeld briefje uit 1989 met als tekst `vanwege expertise inzake Naipaul' en het laatste was van elf jaar later met de opmerking: `Hierbij de jongste Naipaul, alle thema's die je nodig hebt.'

Op zichzelf is dat onschuldig, de Nederlandse edities van Naipauls boeken heb ik bijna allemaal van vrienden gekregen, maar wat te zeggen van een afgescheurde pagina uit een telefoongids van Trinidad, pagina 348, waarin `Naipaul, Seepersad' nog gewoon vermeld staat, de vader van de schrijver, alsof die niet al heel lang geleden overleed aan het feit dat hij zelf geen groot schrijver was? Ja, dat klopt, Naipauls vader stierf aan gebrek aan schrijverschap. Het komt niet vaak voor, maar het gebeurt soms en we weten het dankzij de publicatie van Between Father and Son (1999), brieven die zoon Vidiadhar in Londen en vader Seepersad in Trinidad aan elkaar schreven; er zitten bedelbrieven bij van de vader, om zijn verhalen gepubliceerd te krijgen. En antwoorden van een zoon die niet op het verzoek ingaat. Omdat de verhalen te slecht zijn. Maar dat zegt hij niet. Uit medelijden. Waarop, later, de dood volgt. Het komt niet vaak voor, maar het kan.

Ik draaide destijds het nummer uit de telefoongids van Trinidad en kreeg een man aan de lijn die zo beschaafd Oxfords sprak, dat het V.S. Naipaul had kúnnen zijn. Het was een neef. De schrijver zelf zou mij nooit zo uitbundig uitnodigen om naar het ouderlijk huis te komen. De schrijver zelf zou mij liever eigenhandig hebben omgebracht, in plaats van toe te staan dat ik als groupie zou merken dat hij opgroeide in een dorp van niks, en dat zijn huis omhuld wordt door de stank van stront. De schrijver houdt zijn verleden met al zijn macht verborgen, maar het was dus gelukkig zijn neef. `Kom gerust', zei de neef en ik ging ernaar toe met vrouw en kinderen. En ik vertelde mijn kinderen, terwijl we daar op het balkon zaten van het huis van V.S. Naipaul, dat dit het huis was van `s werelds grootste schrijver. Mijn kinderen keken me aan, en hoewel ze nog erg jong waren, merkte ik hun medelijden onmiddellijk. Maar vader heeft toch mooi gelijk gekregen.

Het werk van V.S. Naipaul gaat ook altijd over mislukt vaderschap. In A House for Mr. Biswas (1961), zijn belangrijkste roman, gaat het om het tragikomische verhaal van zijn eigen vader, die zijn kinderen een huis wilde nalaten. En in zijn reisboeken, in zijn omzwervingen over de wereld, gaat het ook over het mislukte vaderschap van de westerse kolonialen, hun mislukte imperialisme, de mislukking van de opvoeding van de kinderen in de derde wereld.

Dat klinkt niet erg Nobelprijswaardig: wie durft vandaag de dag te zeggen dat het kolonialisme vooral verwerpelijk is omdat het heeft gefaald? Iedereen veroordeelt tegenwoordig het kolonialisme vooral omdat het intrinsiek onrechtvaardig is om andere volkeren te onderwerpen en die volkeren je eigen cultuur op te dringen. Maar niet Naipaul: het kolonialisme had beloofd beschaving te brengen, en het faalde, stelt hij mismoedig vast. Niet in een bijzin, maar in ruim een meter aan reisboeken en romans, van An Area of Darkness (1964) over India tot Guerillas (1975) over de Caraïben en A Bend in the River (1979) over post-koloniaal Afrika.

Dat is ook de reden waarom Naipaul zo gehaat wordt in voormalig gekoloniseerde gebieden in de Derde wereld die zich bevrijd hebben van hun opvoeders, maar vooral na de parmantige bevrijding in verval zijn geraakt. Wie in India over Naipaul begint, of zelfs maar suggereert dat India nog altijd bij elkaar wordt gehouden dankzij het spoorwegennet dat door de Engelsen is aangebracht, loopt bijna het gevaar te worden gekeeld. Indiase vrienden schelden mij regelmatig uit voor `Naipauliaan', wat wil zeggen: rechts, conservatief en racistisch. Ik vertel die Indiase vrienden natuurlijk niet dat ik zelfs foto's heb genomen van zijn ouderlijk huis in Trinidad en van het huis van de schoonouders van zijn vader, waarin het belangrijkste deel van Een Huis voor meneer Biswas zich afspeelt.

Dit huis is nu een museum en alle details aan de buitenkant kloppen. De stenen beeldjes van aapgod Hanuman, de zuilen en de plantenbakken, precies als waren ze aangebracht na de publicatie van het boek. Naipaul heeft de Nobelprijs dan ook inderdaad niet alleen gekregen voor zijn culturele, maatschappelijke of filosofische `visie', mogelijk zelfs juist níet voor die nogal discutabele visie, maar voor zijn `observaties'. Naipaul neemt wáár, in zijn reisboeken gaat hij niet uit van een inzicht vooraf, of erger: een ideologie.

Toen hij voor het eerst door de islamitische landen reisde voor zijn boek Among the Believers (1981), kort na de revolutie van Khomeiny in Iran, had hij zelfs geen idee wat deze mensen in Iran, Pakistan, Indonesië of Maleisië bewoog. En toen hij bijna twintig jar later, in 1997, de reis opnieuw ondernam, in Beyond Belief (1998), kon hij niet weten dat zijn waarnemingen over de explosieve lading van de islam in de bekeerde landen, ook loepzuiver het huidige internationale conflict rond Bin Laden en de Talibaan zou voorafschaduwen.

De bekeerde moslims in deze landen, zei hij, hebben er niet zozeer een manier van denken bij gekregen; ze hebben een vroegere manier van denken afgeleerd. Om een goede bekeerde moslim te zijn in een land als Pakistan moet je het menselijke vermogen tot nuchtere interpretatie van het verleden van je afwerpen. Je moet afleren te schrijven en te dichten. Je moet erkennen dat alles wat geschreven had kunnen worden, al geschreven is, en wel in de Koran. Bekeerde moslims, zei Naipaul, die `verlost' zijn van hun speelsheid met taal en betekenis, nemen alles letterlijk en zijn dus in aanleg gevaarlijk. De actualiteit leert dat het niet alleen in aanleg is.

Zou V.S. Naipaul het leuk hebben gevonden dat ik in zijn huis op Trinidad ronddwaalde? Ik denk het niet. Zijn privé-leven behandelt deze schrijver als een manuscript, waar je uiterst geheimzinnig over moet doen. En wie zijn geheimen zomaar prijs geeft, krijgt de typisch Naipauliaanse geseling: hij wordt doodgewegen.

De man die het meeste heeft verklapt is zijn vroegere kennis Paul Theroux, geen onverdienstelijke reisschrijver en langer dan dertig jaar een discipel van guru Naipaul. Maar er ging iets mis tussen die twee en Theroux verklapte in zijn autobiografische Sir Vidia's Shadow (1999) zomaar dat Naipaul ook in de dagelijkse omgang een rechtse, conservatieve en racistische man was. Sindsdien weigert Naipaul Therouxs bestaan te erkennen. Het laatste wat hij hem toevoegde bij een toevallige ontmoeting op straat, toen Theroux informeerde naar hun verbroken contact, was: `Neem het als een man en ga door.'

Theroux gaf niet op. Zoals zijn liefde voor Naipaul hartstochtelijk was, zo is zijn haat het nu ook. In zijn boek schreeuwt hij het uit: Naipaul haat negers, heeft een lage dunk van moslims, en Naipaul heeft een moeizame verhouding met vrouwen.

Dat van die negers en moslims wisten we al, maar vrouwen?

We wisten dat hij een probleempje had. Naipaul kan niet schrijven over seks. En als hij dat wel doet, dan over een slechterik die vrouwen anaal penetreert. Die vorm van seks is Naipauls ultieme zonde en sinds Freud weten we: waarschijnlijk zijn ultieme verlangen. Naipaul heeft inderdaad iets met de anus. En met wat eruit komt. In Een huis voor meneer Biswas, zijn meesterwerk, gaat een lange passage over de buikloop van de hoofdfiguur, die daardoor gered wordt uit de traditie en kan toetreden tot het moderne leven. In zijn eerste grote reisboek over India, An Area of Darkness (1964), is zijn klacht vooral dat mensen langs de spoorweg poepen en in Guerrillas, een van zijn laatste pogingen om de geschiedenis van zijn eiland Trinidad te herschrijven, heeft een van de personages, de belangrijkste verzetsstrijder op het eiland, maar één obsessie: anaal geslachtsverkeer.

Het kan allemaal verklaard worden door zijn afkomst, zeggen critici en deskundigen: V.S. Naipaul is een brahmaan, hij groeide op in een huis waarin boeken werden vereerd, waarin vis en vlees werden gemeden, waarin alles op reinheid aankwam. Brahmanen, zo zegt men, verstaan de kunst om te begrijpen wat God voorschrijft en juist op grond daarvan het omgekeerde te doen.

In Naipauls geval gaat dat redelijk goed op: zijn vegetarisme is twijfelachtig, zijn drankgebruik zou hem een verkeersverbod opleveren en hij is recentelijk getrouwd met een veel jongere moslimvrouw uit Pakistan.

Mensen die hem kennen weten dat hij sindsdien, zo'n vier jaar geleden, een nieuw mens werd. Zoals zijn literaire aartsrivaal Salman Rushdie een nieuw mens schijnt te zijn geworden door zijn eigen verhouding met een jong Indiaas fotomodel. Maar er zijn ook karakteristieke verschillen. Naipauls nieuwe vrouw is lang niet zo jong, knap en langbenig als die van Rushdie. Bovendien gebruikt Rushdie zijn vrouw als een persoonlijke trofee, wat van Naipauls nieuwe ega niet kan worden gezegd. Het is eerder omgekeerd. Tijdens persconferenties neemt zij ineens het woord en begint Naipaul nerveus zijn baard te strelen, terwijl ze dingen zegt die hem vroeger tot razernij zouden hebben gebracht. Zo zei ze dat Naipauls biograaf beslist niet de schrijver en journalist Ian Buruma kon zijn, met wie de onderhandelingen al in een ver gevorderd stadium waren, omdat Buruma toch maar een man van `het Westen' is: Naipauls biograaf moet een `Derde-wereldbewoner' zijn, zei zijn nieuwe vrouw op die persconferentie. En dat was nu juist het woord dat de vroegere Naipaul nooit, maar dan ook nooit zou hebben gebruikt.

Sinds het succes van Salman Rushdie als een groot Indiaas schrijver is er veel veranderd. Voor de publicatie van Rushdie's Midnights Children had Naipaul de alleenheerschappij over de Engelstalige literatuur uit India. Naipaul kwam weliswaar niet uit India, en schreef ook niet alleen over India, maar door zijn uiterlijk en zijn dominante aanwezigheid wist hij wel alle anderen die ook maar iets over India te melden hadden in de schaduw te stellen. Tot Rushdie. Rushdie is een generatie jonger, energiek en optimistisch, en blufte de gevestigde Naipaul bijna omver.

Rushdie kreeg daarom de typische Naipauliaanse straf: verzwijging. De naam Rushdie kwam niet meer over zijn lippen. En toen de Iraanse imam Khomeiny een fatwah uitsprak over Rushdie, wegens vermeende godslastering In diens roman The Satanic Verses, en iedereen in het Westen vreesde dat de schrijver vermoord zou worden, beperkte Naipaul zijn commentaar koeltjes tot de opmerking: `Hij wilde toch beroemd worden? Dat is hij nu.'

We kunnen er eigenlijk kort over zijn: Naipaul is geen aangenaam mens. Hij is wel met Charles Dickens en Joseph Conrad vergeleken, met E.M. Forster en met James Joyce, en hij heeft deze schrijvers op zijn beurt allemaal bij deze of gene gelegenheid betiteld als bedriegers van de literatuur. Dat hij ooit zei dat de romankunst dood was, omdat alles al was geprobeerd, om vervolgens dit jaar zelf te komen met een nieuwe roman Half a Life (2001), over een Indiase jongen die tot in Afrika op zoek gaat naar de ware seksualiteit dat hoeft natuurlijk absoluut niet te gelden als bedrog. En eerlijk gezegd: het is ook geen bedrog. Het is gewoon niet zo'n goed boek. Naipaul kan nu eenmaal niet schrijven over seks.

Maar tegenover Naipaul word je mild, naarmate je ook zelf ouder wordt. Hoe woedend was ik niet, toen ik hem voor het eerst in levende lijve ontmoette. Het was een bijeenkomst in Het Schrijvershuis in Amsterdam, in 1982, en hij stapte op me af, vermoedelijk omdat ik de enige andere kleurling was in het gezelschap. Waar ik vandaan kwam, wilde hij weten.

`Suriname', zei ik.

`Interessant', zei hij. `En wat wil je in de toekomst gaan doen?'

`Naar mijn land terug om het op te bouwen.'

`Je wilt dus heus terug naar de jungle? Neem dan in ieder geval je trommels mee', zei hij.

Zoals ik zei: de mens V.S. Naipaul is rechts, conservatief, racistisch. En wat betreft de Nobelprijs voor de schrijver: er is gerechtigdheid.