Voor offensief Afghaanse oppositie is het nog te vroeg

Na zes jaar op de terugtocht maakt de Noordelijke Alliantie zich op voor het offensief. De Afghanen willen rust, maar de volgende ronde in de oorlog dient zich al aan.

,,Geen Afghaanse vrouw die in deze eeuw nog zo'n man baart'', zegt generaal Kabir. Onder het portret van Kabirs vroegere commandant Ahmed Shah Massoud kauwen zijn mannen amandelen en drinken thee. Een stoffige namiddag. De oorlog lijkt ver weg in de huiskamer van de generaal. ,,Maar blijft u nog even'', zegt Kabir. ,,We vallen spoedig aan.''

Na zes jaar op de terugtocht is dat iets nieuws. Vorig jaar moest Kabir nog de stad Abassan opgeven, één bergrug verderop. Een strategische terugtocht, benadrukt de generaal. ,,De Talibaan waren toen te sterk, Pakistan gaf ze de beste wapens. Massoud, mijn leider, voorzag dat een vertragingsoorlog de enige optie was.''

Na vijf nachten Amerikaanse bombardementen is het hier wachten op de eerste zet van de Afghaanse bondgenoten. Te vroeg, zegt Kabir. ,,Onze leiders praten met de Amerikanen. Maar op tactisch niveau is er nog geen coördinatie.'' Bij de pont van Kukul staan 20 oude Russische tanks in het gelid, onderdeel van een eerdere wapendeal met Rusland, zegt Kabir. Hulporganisaties klagen over de schaarste aan vrachtwagens, wat wijst op troepenverplaatsingen. Maar zolang de generaals hun jeeps aan journalisten verhuren, gebeurt er hier niets.

Hoe staat het met het moreel van de Noordelijke Alliantie? En hoe groot is het gemis van generaal Ahmed Shah Massoud, `de leeuw van de Panshir' die vorige maand gedood is? Droevig fronsend kijkt zijn portret ons overal aan. In klaslokalen, huiskamertjes, vanaf de voorruiten van jeeps.

Daarmee is de Noordelijke Alliantie een martelaar rijker en een militair genie armer. Als jonge leider van de mujahedeen (islamitische strijders) sloeg Massoud zeven grootschalige sovjetoffensieven op zijn Panshirvallei af. Vanaf 1992 verloor hij als minister van Defensie in de hoofdstad Kabul veel van zijn glans. Ook zijn troepen plunderden, moordden en verkrachtten. Ook Massoud maakte complete woonwijken met de grond gelijk. De sovjets verwoestten het Afghaanse platteland, de mujahedeen de hoofdstad.

Met de opmars van de Talibaan in 1994 raakte Massoud weer in zijn element: de verdediging. Al zijn oude rivalen vluchtten of werden gevangen genomen, alleen Massoud behield de controle over zijn stamgebied in de bergen en dalen van noordoost-Afghanistan. Maar ook Massoud was op de terugtocht. [Vervolg AFGHANISTAN: pagina 3]

AFGHANISTAN

Stof, schorpioenen en malaria, meer is er niet

[Vervolg van pagina 1] Zijn laatste tegenslag volgde anderhalf jaar geleden, toen de stad Taloqan viel, het handelscentrum van zijn slinkende rijkje. In de woestijn achter de volgende bergrug sloeg Massoud zijn nieuwe hoofdkwartier op, in het slaperige dorpje Chwatta Baha-Udin. Daar werd hij vorige maand vermoord.

In Chwatta Baha-Udin hangen nog steeds zwarte vlaggen halfstok, maar de situatie is intussen drastisch veranderd. Met hulp van Amerika is er voor het eerst in vijf jaar uitzicht op een overwinning op de `terroristen', zoals de Talibaan en hun Arabische vrijwilligers hier heten.

Abdul Kuduz Nekuf is een van de `grijze baarden', naar wie wordt geluisterd in het bergdorp Rustak. Een statige man met een sonore stem en een kolossale, uitpuilende buik. Die toont hij graag aan vreemdelingen. De buik lijkt wel een reliëfkaart van Afghanistan. ,,Een sovjet-granaat'', zegt Abdul. ,,Ik leek wel een geslacht schaap.''

Nekuf was een van de eerste mujahedeen die in 1978 de bergen introkken. De communisten hadden in Kabul de macht gegrepen. `Reactionaire elementen' van het dorp Rustak werden in een open vrachtwagen afgevoerd. ,,Al onze `grijze baarden' in de gevangenis. Daarmee gingen we niet akkoord'', zegt Abdul. Nu strijden de twee zonen van Abdul tegen de Talibaan. Hun wapens krijgen ze van de Russen, maar Abdul ziet daarin geen enkele ironie. ,,Wij vechten tegen iedereen die ons land bezet. Tegen de sovjets en hun communistische meelopers, tegen de Pakistanen en hun Talibaan.''

Als het aan Abdul ligt, sluit de cirkel zich binnenkort weer bij het begin: met de oude koning Zahir Shah op de troon. ,,Toen hij in 1973 werd afgezet, ging het met dit land bergafwaarts'', zegt Abdul. ,,De koning kwam bij ons dorp twee keer per jaar jagen op reeën en op vogels. Toen was het leven rustig. Er was geen diefstal, geen oorlog.'' Rust, dat is wat de meeste Afghanen willen, maar in plaats daarvan wacht er een volgende ronde in de al 22 jaar oude Afghaanse oorlog.

Chwatta Baha-Udin is een stadje waar niemand wil wonen. ,,Neem me mee naar Nederland'', smeekt een soldaat waarmee we een watermeloen delen. Stof, schorpioenen en malaria, meer heeft dit woestijnstadje niet te bieden.

Tienduizenden vluchtelingen zijn hier door de Talibaan samengedreven en de Tadzjiekse grens in het noorden is potdicht. Aan hun onderkomens is te zien hoe lang ze hier al wonen. Één week: een gat met takken erover. Een maand: een tent of een hok van rieten matten. Een jaar: een blokhuis van lemen bakstenen.

Mullah Sayed bevindt zich in een tussenfase: zijn tent heeft al één lemen muur. Na veel omzwervingen belandde de mullah hier, een strenge man met een grijze baard en gitzwarte wenkbrauwen. In zijn stad Godzjahor woont nu niemand meer. ,,Toen de mujahedeen zich vorig jaar terugtrokken, verstopten we ons in onze huizen'', zegt de mullah. ,,Na vier dagen moesten de mannen naar de moskee komen. `Geef ons je wapens', zeiden de Talibaan. Toen ik antwoordde dat een mullah geen wapens heeft, ranselden ze me af tot ik bloedde. In de moskee. Wat zijn dat voor moslims?''

De dorpen rond Godzjahor, een spookstad die nu in de frontlinie ligt, werden in brand gestoken. Een boer die zijn huis wilde blussen, werd overgoten met benzine en in brand gestoken. Hij overleefde het en toont ons nu zijn rug: een abstract schilderij van roze littekenweefsel. ,,De Talibaan stalen niets van ons, maar ze staken alles in brand. We wisten niet dat zulke mensen bestonden'', zegt hij. ,,Zelfs de honden zijn voor hen op de vlucht geslagen.''