VN-chef Annan: bekroond leider en volger

Kofi Annan en de VN hebben vanochtend de Nobelprijs voor de Vrede gekregen. Hoe het aanzien van één man het imago van een hele organisatie kan bepalen.

Amper vijf jaar geleden bevonden de Verenigde Naties zich op het absolute dieptepunt van hun bestaan: de rampen in Somalië, Rwanda en Bosnië tussen 1992 en 1995 legden de onmacht van de VN als vredeshandhaver genadeloos bloot. Bankroet, onderbezet, overbelast, verdeeld en moreel aangeslagen strompelde de volkerenorganisatie naar de marge van de hedendaagse geschiedenis, zo leek het. De Verenigde Staten gingen eind 1996 zo ver dat zij de Egyptische VN-secretaris-generaal Boutros Boutros-Ghali door de Republikeinen spottend ,,Boo-Boo-Ghali'' genoemd eenzijdig dumpten door zijn hernoeming te vetoën.

Is zijn Ghanese opvolger Kofi Annan (63) een tovenaar nu hij vanochtend samen met de Verenigde Naties de Nobelprijs voor de Vrede heeft gekregen? Nee, zeker niet. Kan één man in amper vijf jaar tijd de bakens zozeer verzetten dat hij een mammoetorganisatie met 189 lidstaten uit het slop haalt? Ja, dat wel. Annan is het levende bewijs dat het charisma van de leider het aanzien van een hele organisatie kan bepalen. En kan herstellen.

Zijn populariteit bij VN-personeel, diplomaten, regeringsleiders en het grote publiek is ongekend. Het bezorgde hem eerder dit jaar al een vroegtijdige en rimpelloze herbenoeming voor een tweede termijn van vijf jaar, terwijl eigenlijk Azië aan de beurt was voor de post. Waar Annan ook verschijnt, of het nu in het VN-hoofdkwartier is of in de straten van Accra, het leidt onmiddelijk tot gedrang, gegil en bijna massahysterische taferelen. Zijn vriend, de Amerikaanse oud-VN-ambassadeur Richard Holbrooke, noemt hem niet voor niets een ,,internationale rockster in de diplomatie''.

Annan paart scherpzinnigheid aan nederigheid, en dynamiek aan waardigheid. Wie in Annans gezelschap verkeert, heeft niet het gevoel in de buurt van een gewichtige, internationale leider te zijn, die onmiddelijk de hele omgeving opeist of lamlegt. Annan spreekt op zijn reizen naar crisisgebieden vaak met slachtoffers van geweld, ver buiten het bereik van camera's én dusdanig lang dat zijn schema volledig in de war loopt.

Zijn parool is: een goede leider moet ook een goede volger zijn. Dat maakt hem tot een man zonder vijanden, en daarop zullen veel wereldleiders, altijd in de weer met hun profiel in de opiniepeilingen, zeer jaloers zijn. `Kofi', zoals iedereen hem aan First Avenue noemt, is een teamspeler, die al meer dan dertig jaar in de VN-bureaucratie had gewerkt voordat hij de hoogste post kreeg en onder andere is opgeleid aan het befaamde Massachusetts Institute of Technology (MIT) in de Verenigde Staten.

,,Hij is een ongeloofijk aardige man, maar strikt genomen kun je je natuurlijk afvragen wat hij tot nu toe voor grote prestaties heeft geleverd'', zegt een Europese topdiplomaat, die zich ,,een vriend'' van Annan mag noemen. In zekere zin is het succes van Annan ook een mysterie: echte uitzonderlijke successen heeft hij nog niet op zijn naam staan. En in zijn vorige baan was hij zelfs chef van de zwaar gekritiseerde afdeling VN-vredeshandhaving tijdens `Rwanda' en `Bosnië'. En helemaal vrij van kritiek bleef de VN-chef evenmin: hij kreeg in 1998 in het Westen zware kritiek toen hij had onderhandeld met de Iraakse leider Saddam Hussein over de VN-wapeninspecties. Rusland en China waardeerden het niet toen hij in 1999 na de NAVO-ingreep in Kosovo de ,,humanitaire interventie'' door de VN propageerde. Annan kwam er mee weg door zijn stijl als consensusbouwer.

,,Herstel van het beschadigde moreel'' bij de VN zag Annan als zijn eerste taak bij zijn aantreden in 1997. En daarin is hij volgens het Nobelcomité geslaagd want de jury meent dat hij ,,nieuw leven'' bij de VN gebracht heeft. Volgens zijn eigen medewerkers is een van zijn grote verdiensten zijn aanpak van de bureaucratie. Hij heeft onder andere een kabinet geformeerd waarin alle VN-afdelingen samenkomen om wereldwijd hun inspanningen te coördineren. ,,Er heerst hier nu een collegiale sfeer van besturen, een teamspirit, openheid en goede informatievoorziening'', zegt zijn `rechterhand' Shashi Tharoor.

Annan liet ook twee zeer (zelf)kritische rapporten over het VN-optreden in Srebrenica en Rwanda publiceren, die als aansporing dienden voor een hervormingsplan van de VN-vredeshandhaving. De VN zoeken nog steeds naar een nieuwe rol in conflicten, vaak gehinderd door bereidheid van grote landen om troepen af te staan, waardoor Derde-Wereldlanden de missies op zich moeten nemen. Annan heeft tevens aandacht gevraagd voor een reeks andere problemen: armoede, onderwijs, de Afrikaanse conflicten, de hiv/aidsepidemie. Hij wil de eeuwige praatfabriek, die de VN nu eenmaal onvermijdelijk zijn, aanzetten tot concrete daden. Maar een drammer zal Annan nooit worden, en dat geeft hem veel speelruimte.

De jury geeft de VN mede de prijs omdat zij vooraan staan om ,,vrede en stabiliteit'' in de wereld tot stand te brengen, en ,,economische, sociale en milieu-uitdagingen'' aan te gaan. Kofi heeft daaraan ,,nieuwe uitdagingen'' als de strijd tegen hiv-aids en het internationale terrorisme toegevoegd. Annan heeft ook duidelijk gemaakt dat soevereiniteit van een land geen vrijbrief is voor schendingen van de rechten van de mens, meent de jury. En het Nobelcomité steekt de VN na ,,vele successen'' en ,,vele tegenslagen'' nog eens een hart onder de riem: ,,de enige onderhandelbare weg naar vrede en samenwerking loopt via de Verenigde Naties''.

Impliciet is dit ook een boodschap aan Washington: werk samen in VN-verband. Een boodschap die na de terreuraanslagen van 11 september al lijkt te zijn doorgedrongen: de VS willen de internationale coalitie tegen het terrorisme via de VN opbouwen en hebben zelfs al onmiddellijk een groot deel van hun jarenlange schuld aan de VN afbetaald.

Annan zal bescheiden blijven onder de Nobelprijs. Hij kent de beperkingen van zijn functie. ,,Een baan uit de hel'', zoals een vriend eens opmerkte. Daarover zei Annan vier jaar geleden lachend tegen deze krant: ,,Iemand moet het toch doen. Kennelijk is dat mijn lot.''