Ter Braak

In zijn ingezonden brief (Boeken, 5.10.2001) schrijft de heer Kluiters dat Menno ter Braak is opgenomen op een Sonderfahndungsliste uit september 1939 en wel met de aantekening communist en jood.

Als deze informatie iets leert dan is het over de laksheid van de Duitse spionagedienst in dit specifieke geval, want Ter Braak was communist noch jood. Had Kluiters eerst even mijn biografie Sterven als een polemist geraadpleegd, dan wist hij dat de naam van Ter Braak reeds kort na de oprichting van het Comité van Waakzaamheid in 1936 op de lijsten van de Geheime Staatspolizei stond. Er zijn legio van zulke lijsten met `gesignaleerde personen' in de Gestapo-archieven: de Duitse spionage in Nederland maakte destijds overuren. De Gestapo was echter ook bekend met de marginale betekenis van het Comité van Waakzaamheid in de Nederlandse samenleving en maakte zich weinig zorgen over het gevaar dat van deze anti-nationaal-socialisten uitging. Geen van de bestuursleden is dan ook vanwege die functie in mei 1940 opgepakt. De genoemde lijst van september 1939 bevatte zelfs niet eens een adres van Ter Braak. Deze omissie bewijst eens temeer dat de Duitse politie in de eerste oorlogsmaanden belangrijker aandachtspunten had dan de cultureel redacteur van Het Vaderland. Toen Hitlers troepen Nederland binnenvielen, kwam de naam van Ter Braak niet voor op het geheime formulier van onmiddellijk te arresteren personen. De mythe Ter Braak wil dat dit wel het geval is geweest. Voor deze mythe, die noodzakelijk was om zijn zelfgekozen dood op de avond van de veertiende mei van een aureool te voorzien, bestaat geen enkel historisch bewijs.