Oidipous als ijzersterke whodunit

Terwijl Oidipous (Pierre Bokma) zichzelf introduceert, komt achter hem zijn vrouw (Kitty Courbois) overeind van het kale matras, gekleed in een lila onderjurk en een roze negligé. Het is één van de weinige huiselijke, frivole details die opera-regisseur Pierre Audi zichzelf toestaat in zijn verder zo streng vormgegeven toneelstuk Oidipous dat hij maakt bij Toneelgroep Amsterdam.

Audi, artistiek leider van De Nederlandse Opera, maakt zo nu en dan een uitstapje naar het toneel. Dit keer zette hij twee Griekse tragedies van Sofokles achter elkaar, Koning Oidipous (circa 420 v.Chr.) en Oidipous in Kolonos (postuum opgevoerd in 401 v.Chr.). De eerste is het bekende verhaal over de koning die een moord onderzoekt en uitvindt dat hij zelf de dader is, en gruwelijker: dat hij zijn vader heeft vermoord en zijn moeder heeft getrouwd. In het vervolgstuk, Sofokles' zwanenzang, dwaalt de gevallen koning blind door de wereld. Hij wacht op de dood en moet ook nog meemaken hoe zijn zonen de staat en het geslacht vernietigen. Beide tragedies vormen een tweeluik over het even noodzakelijke als zinloze verzet tegen het noodlot, en de uiteindelijke berusting daarin.

Audi's enscenering, in een groot, sober decor van Jan Versweyveld, had die van een opera kunnen zijn: een groep ronde, blankhouten eilandjes op palen loopt schuin van achter het kale toneelhuis deels de zaal in. Tussen de schijven staat een koor van jonge mensen in zwarte kleding te zwijgen. Op de schijven staan de hoofdrolspelers in kleurrijke kostuums. Als in een opera bewegen de spelers niet veel. Ze staan te declameren.

In de eerste helft werkt dit heel goed. Het plot is als dat van een ijzersterke whodunit die niet veel aankleding behoeft. Kort en onontkoombaar ontrafelt zich de kluwen bewijsmateriaal, voortgestuwd door Oidipous die als een doortastende detective in zijn eigen verleden graaft. Bokma maakt van hem een wat driftig, hoogmoedig mannetje, overtuigd van eigen slimheid en goedheid, dat na de onthulling vooral verbijsterd is. Als Audi na het uitsteken van Oidipous' ogen was gestopt, had hij een mooie, rake voorstelling gemaakt.

Deel twee behoeft echter meer aankleding. Het is een lange tekst zonder duidelijk plot of structuur, die drijft op de terugblik van Oidipous op zijn leven, en zijn toeleven naar de dood. Indien goed uitgevoerd zou dit een mooie bijna-solo voor een oudere acteur kunnen zijn, vergelijkbaar met King Lear. Maar opgevoerd vlak na het snelle, krachtige eerste deel, valt te veel de saaie onbestemheid op, vooral in deze kale enscenering. Vreemd genoeg is het tegelijkertijd te rommelig op het toneel. Oidipous behoort hier duidelijker centraal te staan, zodat je de rijke schakering aan gemoedstoestanden kunt volgen. Bokma komt hier niet aan toe, hij heeft wel de juiste gang van een gebroken man, maar verder laat hij niet genoeg zien. Op deze manier is hij gewoon één van de spelers die het onduidelijke en-toen-en-toen-verhaal afdraaien. Misschien had een krachtiger acteursregie, en een vaste plaats op het podium, hem ook in dit gedeelte hoger kunnen brengen.

CULTUREEL SUPPLEMENT: pagina 1