Nijntje in Tokio

Bij het lezen van David Mitchells tweede roman number9dream bekruipt je soms het gevoel in een strip van Calvin & Hobbes te zijn beland. Calvin zit dan in de schoolbanken, droomt zijn sciencefiction-fantasieën en schiet de juf die monsterlijke proporties aanneemt met de meest geavanceerde wapens neer. Haar vreselijke stemgeluid brengt Calvin echter weer terug tot de realiteit.

Zo ongeveer vergaat het Eiji Miyake in number9dream ook. Deze twintigjarige hoofdpersoon is van het platteland naar Tokio afgereisd om zijn vader te zoeken. Op allerlei verschillende manieren en met hightech wapens, bestormt hij het kantoor waar de gegevens over zijn vader liggen opgeslagen. Ook luistert hij gesprekken af tussen zijn vader en diens advocate, waarna hij tijdens de climax van het gesprek tussenbeiden springt. Tenminste, dit gebeurt allemaal in zijn fantasie, terwijl hij in werkelijkheid in een café zit en naar een meisje met een mooie hals kijkt. Of toch ook weer niet, wellicht.

De grens tussen fantasie en realiteit is in number9dream namelijk ver te zoeken. De rode draad is weliswaar de zoektocht naar de vader, maar er is ook het verhaal van de zelfmoord van zijn zusje of dat van Eiji's moeder die haar twee kinderen in een vlaag van waanzin achterlaat. Dit alles wordt nog eens voorzien van een laag sciencefiction, Pulp Fiction, liefdesgeschiedenissen, jeugdherinneringen, dromen, afscheidsbrieven van een oudoom uit 1944, videospelletjes, films, verhalen en gesprekken met John Lennon en een God die geen God wilde zijn, maar door zijn vader tot die roeping werd gedwongen om de familietraditie in ere te houden.

Mitchells vorige roman Ghostwritten werd alom geprezen wegens de vele verhaallijnen die hij op fantasierijke manier naadloos in elkaar liet overlopen. Het verhaal, voor zover aanwezig, werd in die roman bij elkaar gehouden door bepaalde personages die nu en dan in verschillende fragmenten opdoken. Coherentie was ver te zoeken, maar Ghostwritten werd er niet minder enthousiast door ontvangen. Hoewel in number9dream wel één personage centraal staat, wil dat niet zeggen dat het een traditionele roman is. De coherentie wordt ingegeven door een sprookjesachtige droomlogica en een postmoderne verhaaltechniek. Met allerlei soorten trucjes worden zowel de lezer als Eiji misleid.

Voor de lezer is dat niet erg, voor Eiji daarentegen wel, bijvoorbeeld wanneer hij aan zijn vader wordt voorgesteld. `Als deze trol mijn vader is, dan ben ik Nijntje,' zegt Eiji tegen zichzelf. De trol is weliswaar niet zijn biologische vader, maar wel de peetvader van de Japanse onderwereld. Zijn echte vader blijkt overigens ook een onsmakelijke vertoning te zijn. number9dream is vooral een spannende roman, met mooie filmische achtervolgingen, afrekeningen, paranoïde gedachten van zowel Eiji als zijn stiefmoeder en veel vlot geschreven, geestige dialogen. Daarnaast is het een roman van een haast kinderlijke verwondering. Zo weet Mitchell op een geweldige manier te beschrijven hoe Eiji zijn eerste dagen in Tokio ervaart, of hoe hij dagdroomt over een voetbalcarrière.

Wat al deze verhalen verbindt – behalve het slot waarin de lijnen samenkomen – is wellicht de ongewenstheid van Eiji's bestaan: de desinteresse van zijn vader, de haat van zijn achterdochtige stiefmoeder en verwende halfzusje, zijn moeder die hem van het balkon wierp op driejarige leeftijd, de maffia die Eiji nog één keer waarschuwt en een longtransplantatie voorstelt bij wijze van schuldaflossing. En dat terwijl het om zo'n leuke, onbevangen jongen gaat.

David Mitchell: number9dream. Sceptre, 420 blz. ƒ39,95