Neo-kolonialisme

In zijn boekbespreking `Het verdeelde huis van de islam' (Boeken, 5.10.2001) spreekt Paul Scheffer Carl Brown, auteur van het boek Religion and state, met geen woord tegen, als deze beweert dat de opkomst van de politieke islam als gewelddadig verzet tegen `Westerse invloed' een vrij recent verschijnsel zou zijn, ongeveer van de laatste vier decennia. In werkelijkheid kwamen moslims al aan het begin van de twintigste eeuw met geweld in opstand tegen de hun overheersende westerse koloniale regimes.

Oorzaak van Paul Scheffers stilzwijgen is waarschijnlijk de multi-interpretabele term `Westerse invloed'. Het is een term die de laatste weken in de media nogal vaak geïnterpreteerd werd als `veramerikanisering', die agressie zou oproepen bij moslims. Maar die term kan ook en wellicht beter opgevat worden als: de medeverantwoordelijkheid van westerse landen voor stagnerende (islamitische) samenlevingen. Anders gezegd: westerse invloed op de sociale mobiliteit van landen, omdat het westen de elites van die landen in het zadel houdt, bijvoorbeeld vanwege oliebelangen.

Stagnerende sociale mobiliteit, met als gevolg het gefrustreerd raken van sociale ambities van brede bevolkingsgroepen, was al het grote kwaad van het (klassieke) kolonialisme. Wat tegenwoordig zo vaak `terrorisme' genoemd wordt kan dus ook, ook al is het reeds 2001, gewelddadig verzet tegen neo-kolonialisme worden genoemd. Dat dergelijk verzet vandaag de dag niet meer individuele staten raakt, maar vooral symbolen van (neo-koloniale) overheersing (het WTC en het Pentagon, maar het had ook het IMF kunnen zijn) heeft met de globalisering te maken. Maar het is daardoor niet wezenlijk anders.