Irak verdient een andere aanpak dan Afghanistan

De tijd is geschikt om openstaande rekeningen te vereffenen. De moordaanslagen in New York en Washington hebben het klimaat geschapen om orde op zaken te stellen in landen die zelf terreur bedrijven of die steun verlenen aan terroristische groeperingen. De Amerikaanse samenleving kent een nieuwe saamhorigheid en vastbeslotenheid, laten we daar gebruik van maken. Na de wisselvalligheid van de buitenlandse politiek van de regering-Clinton is het moment aangebroken om duidelijk te maken dat met de Verenigde Staten niet te spotten valt. Zo is de teneur van commentaren aan de rechterzijde van het Amerikaanse politieke spectrum.

Bij een openstaande rekening komt allereerst Irak in gedachten. Bij het aantreden van de regering-Bush werd al verondersteld dat korte metten maken met Saddam Hussein voor de nieuwe president een hoge prioriteit zou hebben. Het karwei afmaken, werd beweerd. Bush senior mocht dan wel de Golfoorlog hebben gewonnen en Irak uit Koeweit hebben verdreven, maar Saddam was blijven zitten, als een doorn in Amerika's vlees. Bush junior zou die doorn verwijderen. Bovendien was er alle reden om te doen wat de vorige regering had nagelaten. Irak had een paar jaar geleden de VN-inspecteurs buiten de deur gezet die moesten toezien op de vernietiging van massavernietigingswapens en van de installaties voor de fabricage ervan. De VN en Clinton hadden dit laten passeren en daarmee Saddam ruim baan gegeven voor het opnieuw aanmaken van dergelijke wapens.

De jonge Bush reageerde anders dan verwacht. Hij zond zijn minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, op een missie naar het Midden-Oosten om steun te werven voor een nieuwe, maar nog steeds diplomatieke aanpak van Iraks regime. Al die jaren hadden de VN sancties gehandhaafd die Irak moesten dwingen tot naleving van de verplichtingen die het na de Golfoorlog waren opgelegd. De sancties waren tot een propagandawapen verworden van Saddam. Tal van landen stonden te dringen om weer met Irak zaken te doen. Het sanctieregime wankelde. Powell stelde voor over te stappen op een stelsel van `slimme', gerichte sancties die vooral zouden moeten voorkomen dat Irak opnieuw de hand zou leggen op massavernietigingswapens. Op die manier zouden de handelsbetrekkingen met het land kunnen worden genormaliseerd. Maar Iraks buren waren niet geïnteresseerd. Powell keerde onverrichterzake naar Washington terug. De voorstanders van de harde lijn daar meenden een overwinning te kunnen bijschrijven.

Krijgt de harde lijn nu een kans? De brief waarin de Amerikaanse regering de VN-Veiligheidsraad conform artikel 51 van het Handvest inlicht over haar acties in Afghanistan wekt die indruk. Met een beroep op het recht van zelfverdediging wordt de mogelijkheid aangekondigd van verdere acties met betrekking tot andere organisaties en andere staten. Andere organisaties dan de terreurbeweging Al-Qaeda van Osama bin Laden die de Amerikanen verantwoordelijk houden voor de aanslagen van vorige maand. Andere staten dan Afghanistan, dat Bin Laden en zijn organisatie gastvrijheid verleent. Met deze aankondiging passeren de VS een grens. Irak bijvoorbeeld wordt in Washington beschouwd als een `rogue state', een staat die getoond heeft niet terug te schrikken voor terreur binnen en buiten de eigen grenzen. Het `andere staten' zou onder meer op Irak kunnen slaan. Dat het regime in Bagdad iets te maken heeft met de gebeurtenissen van 11 september moet intussen nog aannemelijk worden gemaakt. Dat geldt overigens ook voor andere landen die op Amerika's schurkenlijstje staan.

Moet in Irak een karwei worden afgemaakt? Niet als het verslag van Bush senior zelf (zoals opgeschreven in A World Transformed) serieus wordt genomen. De voormalige president concludeert daarin dat met de verdrijving van Saddam uit Koeweit en met de vermindering van de bedreiging die Saddam voor de regio betekende, de strategische doelen (van de Golfoorlog) waren bereikt. Daarom werden de gevechten gestaakt. Weliswaar ontsnapten daardoor elitetroepen aan de geallieerde omsingeling, maar ook zonder die eenheden zou Saddam zich hebben weten te handhaven. Buiten de gevechtszone stonden nog ruim twintig onaangetaste Iraakse divisies. Een dag langer vechten zou de balans niet wezenlijk hebben veranderd, maar wel het verwijt hebben opgeleverd dat Amerika vluchtende soldaten afslachtte.

De Arabische partners hadden gesuggereerd dat Saddam een nederlaag politiek niet zou overleven. Maar hoewel Koerden en sjiieten in opstand kwamen, de soennitische moslims in het hartland van Irak en de strijdkrachten bleven loyaal. De opstanden werden bloedig neergeslagen. In feite versterkten zij het regime en zijn greep op het leger. Bush senior zegt hierover: hoewel wij hoopten dat het regime ten val gebracht zou worden, waren wij evenmin als de buurlanden uit op een uiteenvallen van Irak: ,,Wij maakten ons zorgen over het machtsevenwicht op langere termijn aan de kop van de Golf (...) Het was een zware teleurstelling.'' Een bezetting van Bagdad zou volgens de voormalige president het einde hebben betekend van de alliantie die was gevormd om Koeweit te ontzetten. In dat geval ,,zouden de VS mogelijk nog steeds een bezettingsmacht zijn in een bitter vijandig land''.

Het verslag van Bush senior houdt eerder een waarschuwing in dan dat het gelezen moet worden als een aansporing een karwei af te maken of een oude rekening te vereffenen. Verander je doelen niet middenin de stroom, schrijft hij, hoed je voor `mission creep', voor het verschuiven van de doelen in de loop van een operatie. Die waarschuwing lijkt in de reactie op de moordaanslagen van 11 september niet bijzonder ter harte te worden genomen. Amerikaanse woordvoerders spreken van improvisatie, waarbij werkendeweg wel wordt bekeken wat het volgende doel zal zijn.

De dreiging die nog steeds en opnieuw van Irak uitgaat, is reëel. Die dreiging geldt de regio, maar ook verder weg gelegen landen. Maar het is goed de zaken gescheiden te houden. De aanval op de Twin Towers en het Pentagon rechtvaardigt de operatie tegen de verdachten van deze aanval en hun beschermheren. Irak kan met andere middelen worden aangepakt, bijvoorbeeld met de `slimme' sancties waarvoor Powell ijverde. Wellicht dat partners die een paar maanden geleden nog weigerden Saddam op deze wijze tot de orde te roepen, nu bereid zullen worden gevonden om van gedachten te veranderen.

J.H. Sampiemon is commentator voor NRC Handelsblad.