Herkenbare herinnering

Toen we in 1964 een tweede tv-net kregen, mopperde Rudi Carrell dat het nu lang niet zo gezellig meer zou zijn in Nederland. Voortaan zouden we immers de volgende dag niet allemaal meer naar hetzelfde programma hebben gekeken. Van gezamenlijk napraten zou steeds minder sprake zijn, iedereen zou nu andere herinneringen hebben.

De cijfers geven hem gelijk. Volgens een lijstje in de bundel Met het bord op schoot waren het huwelijk van Beatrix en Claus (1966) en de one man show van Toon Hermans (1965) de best bekeken tv-programma's aller tijden. Ze trokken 94 procent van alle Nederlanders – dat was dus bijna iedereen. Terwijl het best bekeken programma van vorig jaar de voetbalwedstrijd Italië-Nederland was, met 55 procent. Het publiek is gefragmentariseerd.

En toch weet de journalist Arno Kantelberg, die op de achterflap een dertiger wordt genoemd, nog heel wat herkenbare herinneringen op te roepen. Op luchtige toon dist hij op wat hij van de televisie heeft onthouden, en wat hij daarover aan feiten en feitjes uit allerlei bronnen bij elkaar heeft gesprokkeld. Over de schoudervullingen van Krystle uit Dynasty, de verschillende verschijningsvormen van de snor op de televisie, de rode Ford Gran Torino 1974 van Starsky & Hutch, de hit-potentie van herkenningsmelodietjes, de lang vergeten pogingen van lieden als Ron Brandsteder en Ivo Niehe om als popzanger door te breken (de eerste noemde zich Ron J. Winchester, de tweede Ivo Jörgenson) en veel meer van dat soort vrolijke trivia.

De wetenschappelijk ogende analyse is, kortom, zijn stiel niet. Kantelberg zit op zijn praatstoel, roept beelden van vroeger op en voegt er met losse hand wat weetjes aan toe. Dit is geen mediasociologie of historische journalistiek volgens het beproefde procédé van enkele eerder verschenen opzoekboeken over de geschiedenis van de Nederlandse televisie. Maar op microformaat gaat het af en toe toch wel even over de invloed van het medium – die bleef immers niet beperkt tot de reflectie van maatschappelijke omwentelingen of de introductie van nieuwe amusementsvormen, maar omvatte ook minder gewichtige gebieden. Al was het maar omdat opgroeiende jongetjes er alles aan is gelegen dezelfde kleding en hetzelfde kapsel te dragen als hun tv-helden. Daar kan Kantelberg onderhoudend over vertellen.

En soms snijdt hij ook wel een zwaarder wegende kwestie aan. Zoals de Nederlandse neiging om in comedy-series niet het conflict te zoeken, maar de geruststellende harmonie. Of de invloed van gewelddadige tv-series op de jeugd. `Geweld op tv zou aanzetten tot geweld op straat,' schrijft hij daarover. `Gek genoeg hoor je nooit iemand beweren dat de veelheid aan comedy's op tv leidt tot meer humor op straat.' Maar na zo'n onderkoeld zinnetje houdt hij er snel weer over op, want dit is een boekje dat het leuk wil houden. Er staan dus ook veel lijstjes in, van de 25 onvergetelijkste kledingstukken (van `het vilten Playmobil-dopje op het hoofd van Swiebertje' tot `de strikjes van Han Peekel in Wordt vervolgd), de tien snelste auto's uit tv-series, de hits die uit tv-programma's voortkwamen en veel meer. Als het aan Kantelberg ligt, heeft het medium niets aan gezelligheid ingeboet.

Arno Kantelberg: Met het bord op schoot. Een halve eeuw tv-herinneringen van Swiebertje tot Starsky & Hutch. Prometheus, 272 blz. ƒ36,50