Gevoelig nieuws

Vorige week vrijdag werden verslaggevers van zeventien verschillende Amerikaanse nieuwsorganisaties door het Pentagon naar het vliegdekschip USS Carl Vinson in de Arabische Zee gevlogen. Zondag stegen vanaf dat schip vliegtuigen op om bombardementen op Afghanistan uit te voeren. De betreffende media – waaronder The New York Times, The Washington Post en CNN – wisten dus dat een aanval op handen was, maar maakten daar geen melding van.

Eergisteren vroeg nationale veiligheidsadviseur Condoleezza Rice de grote televisiestations van Amerika ,,gezond verstand te gebruiken'' bij het uitzenden van toespraken van Osama bin Laden. De beelden zouden kunnen aanzetten tot haat in landen als Maleisië en de Filippijnen en ,,kunnen een signaal zijn aan terroristen om aanvallen uit te lokken''. De zenders besloten de videoboodschappen van Al-Qaeda voortaan niet meer live en integraal uit te zenden.

Vanavond wordt op verzoek van president Bush een speciale aflevering van America's Most Wanted – de Amerikaanse versie van Opsporing Verzocht – uitgezonden. In het programma wordt de medewerking van het publiek gevraagd bij de opsporing van verdachten van de aanslagen van 11 september. Volgens berichten in The New York Times zou de president hoogstpersoonlijk het programma inleiden.

Dat de media momenteel zelfcensuur plegen en de inhoud van hun programma's door het Witte Huis laten voorschrijven staat dus als een paal boven water. Wellicht is dat in deze bange tijden noodzakelijk. Maar of het effect heeft staat te bezien. Neem die videotape van Osama bin Laden die zondag door het Arabische station Al-Jazira werd verspreid en die wellicht geheime boodschappen zou bevatten. Gisteren was die videotape nog in zijn geheel op de website van CNN te vinden en met een beetje zoekwerk op talloze andere plekken op internet.

Feit is dat Bin Laden zijn boodschap de wereld in kan krijgen, met of zonder medewerking van de Amerikaanse media. Zo laat Al-Jazira zich aan de verzoeken van de regering Bush om dit soort propaganda niet meer uit te zenden niets gelegen liggen.

Als we iets geleerd hebben van de digitale revolutie dan is het dat je dit soort gevoelige informatie niet geheim kunt houden. Ergens zal iemand uit de school klappen en dankzij internet weet binnen de kortste keren de hele wereld het. Wie herinnert zich niet dat de Monica Lewinsky-affaire naar buiten werd gebracht door de toen nog obscure website The Drudge Report. Vandaag de dag hoeven we van Matt Drudge weinig scoops meer te verwachten, maar `America's New War' heeft wel degelijk zijn eigen Drudge Report.

De slogan van het in Jeruzalem gepubliceerde Debkafile (www.debka.com) luidt ,,we start where the media stop'' en dat is niks teveel gezegd. De knullig vormgegeven site biedt geruchten, onbevestigde berichten, nieuwtjes en achtergronden over de laatste ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Meer dan eens bracht Debkafile de laatste weken nieuws over de huidige crisis dat pas dagen later in de Amerikaanse media opdook.

Maar net als de Drudge Report gebruikt Debkafile voornamelijk anonieme bronnen en zit er nog al eens naast. Zo rapporteerde de site vorige week aanvankelijk dat het Russische vliegtuig dat 4 oktober in de Zwarte Zee neerstortte door terroristen was neergehaald. Een paar uur later moest Debkafile dat bericht intrekken. Het gevolg is dat je niet weet wat je moet denken van recente beangstigende berichten als ,,30 tot 50 zelfmoordterroristen wachten in de Verenigde Staten op nieuwe orders'' en ,,Drie Russische gepantserde brigades bereiken samen met Noordelijke Alliantie de buitenwijken van Kabul''.

Hoe het ook zij, sinds de aanslagen van 11 september trekt de site recordaantallen bezoekers, voornamelijk uit de Verenigde Staten. Amerikanen mogen dan misschien via hun eigen media niet onmiddellijk van de laatste ontwikkelingen op de hoogte worden gebracht, dat betekent niet dat de behoefte daaraan is verdwenen.