Gerrit Zalm is ieders voorbeeld geworden

De afgelopen dagen verdedigde Gerrit Zalm voor de laatste keer de begroting. Op routine pareerde hij de vragen en genoot van het steekspel van de fracties onderling.

Het had de eindafrekening van twee paarse kabinetten moeten worden. Het had het einde van de Zalmnorm kunnen zijn. Het had het eerste echte financieel inhoudelijke debat over de nieuwe verkiezingsprogramma's kunnen worden. Maar het werd het allemaal net niet.

Gistermiddag rond vijf uur sloot Kamervoorzitter Van Nieuwenhoven met een doffe hamerklap de laatste Algemene Financiële Beschouwingen, het jaarlijkse debat over de financiële aspecten van de Miljoenennota, van het kabinet. Het resultaat ervan bleef beperkt tot een vijftal moties, voornamelijk fiscaal van aard, over gezinnen met kinderen, ouderen en automobilisten. Uitgavenverhogingen werden in verband met de economische onzekerheden niet geclaimd. Zelfs de 50 miljoen die minister Zalm (Financiën) in het potje `uitgavenreserve' had laten staan bleef onaangeroerd.

De teneur van het debat was er eentje waar Zalm verder alleen maar tevreden glimlachend naar hoefde te kijken. De haast rituele dans langs de randen van de Zalmnorm bleef volledig uit. Waar in voorgaande jaren niet alleen vanuit de oppositie (CDA, GroenLinks en SP), maar ook vanuit de coalitie (PvdA en D66) nogal eens werd geklaagd over de starheid van de Zalmse begrotingsregels, leken alle fracties nu, met het oog op de verkiezingen, te willen laten zien dat het door hen voorgestelde begrotingsbeleid minstens zo solide is als de illustere Zalmnorm. Het ,,Ik ben beter dan Zalm''-gekonkel zorgde voor een aantal bizarre interruptierondes.

De PvdA, die in haar onlangs ingediende concept-verkiezingsprogramma een minimale doorbreking van de Zalmnorm aankondigt, is als de dood door de rest van de Kamer als potverteerder te worden weggezet en heeft een zorgvuldig ingestudeerde `soliditeitsfrase' om aanvallen te pareren. Woordvoerder Ferd Crone: ,,We blijven behoedzaam ramen, we plannen 1 procent in voor het begrotingsoverschot en we stoppen meevallers in een uitgavenreserve.''

Het CDA constateerde tevreden dat het kabinet de afgelopen jaren eigenlijk niet de Zalm-norm heeft uitgevoerd maar de Balkenende-norm, die bepaalt dat van de inkomstenmeevallers 75 procent naar de staatsschuld moet en 25 procent `vrij besteedbaar is' voor lastenverlichting of uitgaven.

GroenLinks presenteerde traditiegetrouw een eigen set begrotingsregels die ,,weliswaar uitgaat van een hoger groeipad'' (2,75 procent groei per jaar in plaats van de door het kabinet gehanteerde 2,25 procent) maar in stabiliteit op de lange termijn precies dezelfde effecten heeft. Zalm liet zich verleiden tot een steekspelletje met woordvoerder Kees Vendrik, maar liet na afloop daarvan weten ,,nu weer terug te willen naar de grote-mensen-wereld'', daarmee de berekeningen van GroenLinks diskwalificerend tot `kinderspel'.

De VVD hield zich bij al deze interuptiedebatten voornamelijk stil. Het imago van Zalm, en daarmee van de liberalen, is mede dankzij de Zalmnorm ijzersterk, hetgeen de partij tijdens de komende verkiezingscampagne graag wil verzilveren. Daarnaast voelt de partij er weinig voor om frontaal de aanval te openen op de PvdA, die immers straks weer een potentiële coalitiepartner is. Ook het CDA werd om die reden met fluwelen handschoenen benaderd.

Als gevolg van die wat terughoudende opstelling van de VVD, moest GroenLinkser Vendrik noodgedwongen zowel de rol van linkse als van rechtse oppositieparij spelen. Aan de ene kant verdedigde hij de plannen van zijn eigen partij, aan de andere kant was hij degene die, bij gebrek aan oppositie ter rechterzijde van de PvdA, PvdA'er Ferd Crone het vuur aan de schenen moest leggen over diens verkieziningsprogramma en meer in het bijzonder de financiële paragraaf daarvan. ,,Het is volstrekt ongeloofwaardig dat u aan de ene kant minister Zalm bijkans de hemel inprijst, of is het het graf, terwijl u aan aan de andere kant, in uw verkiezingsprogramma, die degelijkheid doorbreekt'', beet Vendrik Crone toe.

Opmerkelijk was de benarde positie waarin de kleinste coalitiepartner D66 terecht lijkt te komen. De partij werd volledig genegeerd door de grote fracties en de kritiek die woordvoerder Bakker op de ingediende motie had werd als niet relevant terzijde geschoven. De vanzelfsprekende samenwerking met VVD en PvdA, die afgelopen jaren altijd tot `coalitiemoties' leidde, bleek verleden tijd. VVD en PvdA zetten, een half jaar voor de verkiezingen, de deur open voor het CDA, en dienden samen met de kersverse financieel woordvoerder Joop Wijn (opvolger van de huidige fractievoorzitter Balkenende) een drieledige motie in, die pleitte voor lastenverlichting voor gezinnen met kinderen (CDA), ouderen (PvdA) en automobilisten (VVD). Die motie kost in totaal 460 miljoen gulden.

Zalm toonde zich in de verdediging van zijn laatste begroting zelfs grootmoediger dan voorheen, door de principiële opstelling die hij in eerste termijn tentoon had gespreid (geen extra lastenverlichting meer) alsnog te laten varen. De motie wordt namelijk maar voor tweederde gedekt uit het schrappen van de arbeidskorting (de geplande verhoging met 50 gulden van deze fiscale aftrek voor werkenden gaat niet door). De overige 160 miljoen gulden zullen Zalm en Bos deels uit de marge van de begroting proberen te toveren, en deels ten laste van de staatsschuld laten komen.

Zalm had dit jaar kortom beduidend minder moeite de troepen in het gareel te houden vergeleken met vorig jaar, toen de strijd om de miljarden en de regels veel heviger was. De geruststellende mededeling dat de gekozen begrotingsregels ook bestand zijn tegen tegenvallers, was voor de fracties voldoende. Ook in het laatste jaar van paars II blijven de `arbeidsvoorwaarden' van Zalm (de Zalmnorm) onaangetast.