Gelijke behandeling

Blijkens haar column `Gelijke behandeling' (NRC Handelsblad, 5 oktober) vindt Margo Trappenburg het onjuist als alleenstaande vrouwen met een kinderwens in vruchtbaarheidsklinieken niet geholpen worden. Zij noemt dat discriminerende centra.

Maar discrimineren betekent onterecht onderscheid maken. En dat doen die klinieken in zo'n geval juist niet. Als zij zich beroepen op de belangen van het kind, dan gaat het niet om arbitraire zaken. Dan gaat het om fundamentele rechten, zoals die zijn vastgelegd in het VN-Verdrag voor de Rechten van het Kind. Een verdrag dat ook door Nederland is geratificeerd.

De artikelen 7, 8 en 9 daarvan bepalen dat kinderen het recht hebben hun eigen ouders (meervoud!) te kennen en door hen grootgebracht te worden. En natuurlijk, in een mensenleven kunnen zich heel wat tragedies voltrekken, waardoor dat recht teniet gedaan wordt. Maar het zou onjuist zijn mee te werken aan het opzettelijk laten ontstaan van kinderen die a priori beroofd zijn van dat fundamentele recht. Dat zou betekenen het opzettelijk creëren van mensen met minder dan de gelijke rechten, waarmee we volgens artikel één van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens allemaal geboren worden.

Hoezeer we ook begrip willen hebben voor alleenstaande vrouwen die een dringende kinderwens koesteren wij zullen prioriteit moeten verlenen aan rechten boven wensen. Op dit punt lijkt het oordeel van de Commissie Gelijke Behandeling mij juister dan het standpunt van minister Borst. Het beleid in Nederland dient zoveel mogelijk in overeenstemming te zijn met de mensenrechten. Ook als sommigen daar grote moeite mee hebben.