Geen blunder?

Het schrikbeeld van de ,,vormfout'' stak weer even de kop op. En dan nog wel in verband met een mogelijk terroristisch netwerk. Een Algerijn die in Rotterdam samen met enkele anderen was gearresteerd, werd door de vreemdelingenrechter in Haarlem op vrije voeten gesteld en kreeg zelfs een schadevergoeding mee voor ten onrechte ondergane detentie.

Minister Korthals (Justitie) spreekt met kracht tegen dat het openbaar ministerie een blunder heeft begaan. Ook is geen sprake van kortsluiting tussen het OM en de Immigratie- en naturalisatiedienst (IND). Een voorgenomen spoeddebat in de Tweede Kamer is over het weekeind heen getild. Het Kamerlid Dittrich (D66), dat op de televisie op voorhand al jammerde over ,,wat CNN wel zou zeggen'', kan zich beter zelf schamen.

Het OM moest de Algerijn vrijlaten wegens gebrek aan bewijs. Dat is iets anders dan een vormfout. Aangezien hij illegaal hier was, kon de justitie hem in afwachting van uitzetting wel tijdelijk vastzetten. Dat gaf meteen nog een adempauze om verder naar bewijs te zoeken. De man werd overgedragen aan de Vreemdelingendienst. In een standaardprocedure ter verlenging van zijn hechtenis kwam voor de vreemdelingenrechter aan de orde dat de Algerijn in het strafrechtelijk onderzoek niet tijdig zou zijn voorgeleid aan de rechter-commissaris. Toen de IND dat niet kon weerleggen, liet de rechter de man vrij.

De mislukking van deze aanpak lijkt te herleiden tot een verschil in juridische inschatting door IND en vreemdelingenrechter. De IND vond, met een beroep op rechtspraak van de Raad van State, dat de rechter die het vastzetten van een illegale vreemdeling beoordeelt, niet heeft te oordelen over de voorafgegane strafrechtelijke detentie. Deze rechter vond dat zelf trouwens ook, maar maakte een uitzondering voor het geval de gearresteerde in het strafrechtelijk traject iedere toegang tot een rechterlijke instantie was ontzegd. Zoiets zou in strijd zijn met het beginsel van ,,habeas corpus'', dat deze toegang garandeert en sinds de Middeleeuwen tot de elementaire mensenrechten behoort.

In het geval van de Algerijn was er twijfel over gerezen of dat recht wel was gerespecteerd. Achteraf ten onrechte, aldus Korthals. De vraag blijft waarom de IND niet meteen volledige klaarheid aan de vreemdelingenrechter heeft verschaft in plaats van zich vast te bijten in een beperkende opvatting van de jurisprudentie. De minister heeft beroep aangetekend tegen de Haarlemse beslissing, zodat de Raad van State nu mag zeggen wat habeas corpus precies betekent. Dat is geen overbodige luxe in deze spannende tijden. De Algerijn is inmiddels wel foetsie.