Expats niet bang voor ene Bin Laden

In Koeweit is een Canadees vermoord, en er wordt meteen in de richting van moslim-extremisten gewezen. Maar expats in Qatar maken zich geen zorgen.

,,O nee toch'', zucht Alan Smart, directeur van de British Council in het Arabische Golfstaatje Qatar, als hij hoort dat in Koeweit woensdag een Canadees is doodgeschoten door een man die voor zijn aanslag ,,Allahu Akbar'', Allah is groter, riep. Op ongeveer hetzelfde moment gooiden onbekenden in buurland Saoedi-Arabië een molotovcocktail naar een Duits echtpaar. ,,Nu gaat mijn personeel maandag weer zeuren over veiligheidsmaatregelen'', zegt Smart verveeld. ,,Krijgen we weer fouilleringen.''

De andere expatriates op het paradijselijke terras van de Doha Golfclub, delen Smarts irritatie: ,,Krijg ik weer een extra beveiligingsbeambte die natuurlijk net als zijn collega's de hele dag niks anders doet dan aan zijn ballen krabben. Je weet trouwens wat Allahu Akbar betekent? Het is Arabisch voor: duiken!'' Men neemt nog een biertje, en laaft zich aan de zwoele wind en het geklater van de sproei-installaties. Kikkergroene golfbanen strekken zich kilometers uit, om abrupt te eindigen in de zinderende woestijn. Hier en daar slaat een Arabier in een lange witte jurk een balletje.

Het is inderdaad bijna onvoorstelbaar dat hier, in het vredige en welvarende Qatar, opeens een aanslag zou worden gepleegd. De 150.000 Qatari's wonen bovenop de op twee na grootste gasreserves ter wereld, en laten zich uitstekend verzorgen door de kwart miljoen expats uit het Westen en gastarbeiders uit India en Pakistan. De welvaart is groot, de emir is populair.

Maar je weet het nooit. ,,Ik merk wel dat ik me sinds 11 september vaker afvraag: kijkt die gast mij nog op dezelfde manier aan, of is er iets veranderd?'' zegt Jan Arends in de bar van het Oasishotel. Hij werkt op een olieboortoren in het noorden van Qatar. ,,Ik werk al twintig jaar in de Arabische wereld en ik heb geleerd: Arabieren zijn nooit helemaal te vertrouwen. Helaas. Je kunt jaren prima met ze omgaan, maar van de ene op de andere dag...''

Bang is Arends niet, evenmin als zijn collega Johan Harsevoort. Maar zij eten alleen nog in het hotel, gaan 's avonds niet meer naar de markt en zwijgen over politiek. ,,Het probleem met die witte jurken is dat je nooit weet wie tegenover je zit'', zegt Harsevoort. ,,Het kan een legerofficier zijn, een politieagent, een zakenman... Je kunt mensen niet plaatsen. Maar zorgen maak ik me niet. Ik heb in Nigeria gewerkt, in Venezuela, in Algerije... Daar worden iedere dag kelen afgesneden en mensen doodgeschoten. Als je daar tussen hebt gezeten, raak je niet meer onder de indruk van een of andere Osama bin Laden.''

De familie van veel expats zit wel in de rats. Uit Koeweit kwamen direct berichten van evacuaties, zo niet van de expats zelf, dan in ieder geval van hun familie. De gezinnen van Arends en Harsevoort zijn thuis gebleven. ,,Ik bel ze sinds 11 september iedere dag'', zegt Harsevoort. Arends reageert meteen: ,,Nu jok je Johan.''

,,Het is de schuld van de televisie'', reageert de net uit Pakistan geëvacueerde Duitser Michael Strauss. ,,Mijn familie ziet op het nieuws vijftig fanatiekelingen en denkt dat het hele land in brand staat. Ik krijg de hele dag emails en sms'jes op mijn mobiele telefoon: kom terug het is niet veilig. Maar wie loopt hier de meeste risico's? Osama bin Laden gaat hier geen aanslagen met massavernietigingswapens plegen. Dat zal hij in Amerika of Europa doen.''

,,Dan belt mijn vrouw weer'', zegt Harsevoort hoofdschuddend. ,,Johan kom terug'', zegt ze dan, ,,als het dadelijk oorlog wordt zijn de olieplatforms het eerste doelwit. Heeft ze zich weer laten opnaaien door de media.''