Einde van een boekhandel

De boekhandel van mijn jeugd houdt ermee op. Ik schrok ervan toen ik het hoorde. Niet omdat ik er nog zo vaak kom, maar wel omdat boekhandel Favié al drieëndertig jaar lang een van de beste kleine boekhandels van Nederland is en ik altijd hoop dat de mooie dingen van vroeger blijven bestaan.

In mijn middelbare school- en studiejaren bracht ik vrijwel wekelijks een bezoek aan de kleine winkel in de Amsterdamse Rijnstraat. Zo'n twintigduizend boeken waren er in alle mogelijke posities uitgestald. Meneer Favié – ik heb hem nooit getutoyeerd – ging verborgen achter een metershoge muur van opeengestapelde romans, die de kassa als een fort omringde. Alleen hijzelf was in staat een boek uit de segmenten tevoorschijn te trekken zonder zo'n stapel te laten omkieperen. Hij deed dat op een subtiele, elegante manier en dwong daarmee bij menige klant bewondering af.

Tegen de muren van de winkelruimte stonden hoge kasten, die voor hen die er oog voor hadden, een schat aan zeldzame titels bevatten. In het keukentje en de wc was een volwaardig antiquariaat ingericht – waar het publiek overigens niet werd toegelaten.

Je kon bij meneer Favié altijd terecht voor een boek dat elders al vele jaren was uitverkocht. Dat had te maken met zijn eigen interesses. Zo heb ik er eens een paar fraaie eerste drukken van Lion Feuchtwanger en Alfred Döblin op de kop getikt, in de jaren dertig uitgegeven door Allert de Lange en Querido. Meneer Favié had ze in huis omdat die periode hem zo boeide.

Meneer Favié behoorde dan ook tot de weinige boekhandelaren in Nederland die niet door de flamboyante uitgever Geert van Oorschot over de toonbank waren getrokken omdat ze de Russische bibliotheek of de verzamelde werken van Belle van Zuylen niet wilden inkopen. Bij hem stonden die boeken gewoon in de kast, al moesten ze jarenlang op een koper wachten. Het hinderde niet. Een mooi en belangrijk boek moest je permanent in huis hebben, was zijn credo. Om die redenen kwamen de klanten dan ook van verre en bleven ze hem jarenlang trouw. Een van hen was Zuid-Amerikacorrespondent Wim Romeijn van De Telegraaf. Schriftelijk bestelde hij stapels boeken bij Favié, die per luchtpost werden verstuurd. Ook was er een uitgebreide categorie schilderachtige klanten, die als romanpersonage niet zouden misstaan. Zo had je de bestuurder van lijn 25, die zijn tram voor de boekwinkel tot stilstand bracht en uitstapte om zijn bestelling af te halen.

De vreemdste verschijning was echter Karel G., een oude krantenbezorger met een eeuwige snotdruppel aan zijn neus en een touw om zijn winterjas. Karel was een waanzinnige verzamelaar met een uitstekende smaak, vooral op het gebied van non-fictie. Zijn collectie had in de loop der jaren letterlijk de vorm aangenomen van een gigantische boekenberg op de zolder van de woning van zijn moeder. Toen de buitenmuren begonnen te scheuren werd hij door de huisbaas tot liquidatie van zijn papieren schatkamer gedwongen. Een deel van zijn verzameling keerde weer terug naar meneer Favié.

`Veertig procent korting op alle boeken' staat er nu op de kartonnen vellen die tegen de ruiten van de boekwinkel zijn geplakt. Het aanbod geldt nog tot eind november, want per 1 december is de huur opgezegd. Meneer Favié kijkt uit naar de vrijheid die hem binnenkort te wachten staat, al zit het hem dwars dat hij zijn winkel niet heeft kunnen overdoen aan een opvolger. Die opvolger was er wel, maar deinsde terug toen de eigenaar van het pand zich tegen de overdracht verzette en zelf wilde bepalen wie er in de winkel zou komen. Waarschijnlijk in de hoop zo een forse huurverhoging te kunnen doorvoeren. De potentiële opvolger zag zich in een langdurig juridisch gevecht verwikkeld raken en taaide af.

Meneer Favié houdt nu opheffingsuitverkoop en geldt niet meer als een door de Koninklijke Vereniging van het Boekenvak erkende boekhandelaar. Hij is nu uitbater van een ramsjzaak. Het heeft dan ook iets droevigs hem dezer dagen bezig te zien met de teraardebestelling van zijn winkel. De stapels rond de kassa slinken met de dag, de eens zo rijke kasten raken leger en leger. De enige troost voor meneer Favié is misschien dat tal van zijn vroegere klanten terugkeren. Om boeken te kopen, maar vooral om afscheid te nemen en hun spijt te betuigen over het verdwijnen van de boekwinkel die drieëndertig jaar lang de intellectuele en culturele intendance verzorgde van de Amsterdamse Rivierenbuurt en verre omstreken. Voor meneer Favié kun je niets anders doen dan een diepe buiging maken.