Een busreisje naar Düsseldorf

Werkloosheid onder Lubbers te hoog? Dan veranderen we de definitie. Maakt de negatieve spaarquote de VS het lachertje van het Westen? Veranderen we de definitie. Zetten bedrijven in Nederland opeens meer immateriële bezittingen op hun balans, en gaan de afschrijvingen daarop ten koste van de winst? Juist: we laten ze uit de winst.

Het zijn trucs die iedereen na verloop van tijd vergeet. Omdat er geen aandacht meer is voor de oude of alternatieve cijfers, vormen de nieuwe definities al snel de nieuwe werkelijkheid.

En dus is een Nederlandse werkloze niet zomaar iemand die betaald werk wil hebben voor twaalf uur of meer. Daar waren er vorig jaar namelijk 700.000 van. Het aantal `geregistreerde werklozen' bedroeg maar 188.000. En die 188.000 bepalen de krantenkoppen en de (lage) werkloosheidspercentages.

Ook de overheidsfinanciën kampen met een nieuwe werkelijkheid. Deze week debatteerde de Tweede Kamer over de Miljoennenota 2002. Onder de streep prijkt een verwacht begrotingsoverschot voor 2001 en 2002 van 1 procent van het bruto binnenlands product. Dat zal, gezien de verminderde vooruitzichten voor de economie, al een flink stuk dalen. En gemakshalve is al weer bijna vergeten dat het in 1997 geïntroduceerde AOW-Spaarfonds de getallen ook nog flink vertekent.

In dat fonds wordt zogenaamd gespaard voor de bekostiging van de AOW als over twee decennia de vergrijzing heeft toegeslagen. Maar gespaard wordt er helemaal niet. De overheid `stort' jaarlijks miljarden in het spaarfonds, maar dat spaarfonds leent het geld meteen weer terug aan de overheid zelf. De overheid betaalt het fonds rente, die overeenkomt met het rendement op staatsleningen. Dat is logisch, want het is het rendement dat het Rijk overhoudt aan het niet-lenen op de kapitaalmarkt.

Het fonds, intussen, is niets anders dan een oplopende vordering op het Rijk. Als op termijn het fonds wordt `aangesproken', dan zal het Rijk dus zelf toch alsnog moeten lenen op de kapitaalmarkt om die vordering op het fonds te voldoen.

Als er daadwerkelijk in een echt bestaand AOW-fonds zou worden gestort, dan was het begrotingsoverschot voor 2001 geen 1 procent maar 0,4 procent. En voor 2002 geen 1 procent, maar 0,3 procent. En daar komt het effect van een terugvallende economische groei nog eens overheen.

Het AOW-spaarfonds wekt wel hoop, maar geeft geen zekerheid. Er zijn ook zakenlieden die oudjes onder het busreisje naar Düsseldorf reuma-dekens aansmeren. Het gebied tussen misleiding en net geen misleiding is zo grijs als de bevolking straks zelf is.