Dubbelzinnig katoen

Onder de naam `Camouflage Art' bestaat er zowel in Johannesburg als Brussel een centrum voor hedendaagse Afrikaanse kunst. ,,Het is de hoogste tijd dat deze kunst serieus wordt genomen.''

Jan Smuts was een liberaal premier van Zuid-Afrika totdat de Boeren in 1948 het roer overnamen. Nu is `Jan Smuts' een lange weg die dwars door Johannesburg loopt. In de voorstad Rosebank heeft Jan Smuts twee gezichten. Aan de ene kant liggen de glimmend-nieuwe kantoren van bedrijven die het gevaarlijke centrum hebben verlaten, aan de andere kant is nog een stukje zichtbaar van het oude Johannesburg als smoezelige men's town: een herenkapsalon met drie versleten stoelen, een stomerij met bewasemde ramen, de Hustler Adult Shop en de bizarre vissenwinkel Piranha Aquatics. Hier, in een voormalige groente- en fruitwinkel, vind je ook `Camouflage Art. Culture. Politics', een centrum van hedendaagse kunst.

De pui van Camouflage bestaat uit een gele muur en een rolluik. YINKA SHONIBARE staat in kapitale letters op de muur. Wanneer het rolluik 's ochtends omhoog gaat, is het werk van de Nigeriaanse Londenaar Shonibare zichtbaar zoals vroeger het fruit en de groente op de schappen. Niets weerhoudt de argeloze wandelaar binnen te stappen en de geur op te snuiven van de West-Afrikaanse stoffen die Shonibare in zijn kunst heeft verwerkt.

Aan de overkant staat de Goodman Gallery – een van Zuid-Afrika's belangrijkste galeries voor hedendaagse kunst – als een wit, onneembaar bolwerk. De `Goodman', dringt ineens tot je door, past als gebouw niet bij de hedendaagse kunst van Zuid-Afrika. Het is een opzichtig pand dat nadrukkelijk Moderne Kunst wil tonen voor Beschaafde mensen. In Johannesburg, een mining town gegroeid op de goudindustrie, hoort kunst thuis in oude fabriekshallen en men's hostels. Om die reden was de `Electric Workshop', een voormalige elektriciteitscentrale in hartje Johannesburg, een perfect onderkomen voor de Johannesburg Biënnale. Die biënnale kende slechts twee afleveringen. De tweede werd in 1997 geteisterd door grote financiële onzekerheid en dreef de artistiek directeur, de New-Yorkse Nigeriaan Okwui Enwezor, tot wanhoop. Tot vlak voor aanvang zat Enwezor – nu directeur van de Documenta die in 2002 in het Duitse Kassel wordt gehouden – naar het buitenland te bellen om donaties los te peuteren. ,,Ik ben een fondsenwerver geworden!'' riep hij vertwijfeld uit. Een derde biënnale zat er niet in. De gemeente noch het departement van Kunst, Cultuur, Wetenschap en Technologie wilde geld uittrekken voor zoiets buitenissigs als een manifestatie van hedendaagse kunst.

De Appel

,,De mensen in de kunstwereld zelf horen verantwoordelijk te zijn voor de Afrikaanse kunst-renaissance'', betoogt Clive Kellner (33), medeorganisator van de twee Johannesburg Biënnales en oprichter van Camouflage Art. ,,De biënnales waren een keerpunt in de geschiedenis van de hedendaagse Zuid-Afrikaanse kunst. Na een culturele boycot van twee decennia, konden Zuid-Afrikaanse kunstenaars zich eindelijk internationaal profileren. Maar nu moeten we het verder zelf doen en steun zoeken bij het bedrijfsleven. De ANC-regering heeft andere zaken aan haar hoofd.''

Kellner volgde zijn opleiding tot curator deels bij kunstcentrum De Appel in Amsterdam en is inmiddels een veelgevraagd tentoonstellingsmaker. Je treft hem even makkelijk aan in Johannesburg als in Saõ Paulo, Ouagadougou of Rotterdam (Fotobiënnale 2000).

Kellner miste na het verdwijnen van de Johannesburg Biënnale vooral een podium voor de professionele (Zuid-) Afrikaanse kunstkritiek. Er moest eerst een `geestelijke ruimte' voor Afrikaanse kunst komen en daarom richtte hij begin 1999 samen met de Brussels-Angolese kunstenaar Fernando Alvim het tijdschrift Co.@rtnews. southern african review of contemporary art and culture op. Vervolgens opende Fernando Alvim als `Europese satelliet' in een voormalige chocoladefabriek aan de Rue du Prince Royal in Brussel eind 1999 de deuren van `Camouflage periphery.europe' met een tentoonstelling van werken uit de collectie hedendaagse Afrikaanse kunst van de Duitse zakenman Hans Bogatzke. In april 2000 ging Kellners hoofdzetel, de `nucleus.africa', aan Jan Smuts open. Alvim en Kellner doopten het geheel – de Afrikaanse en Europese locatie, het tijdschrift, een `artists-in-residence'-programma en een (video)archief – stoutmoedig het CCASA, Centre of Contemporary Art of Southern Africa. Het geld komt van bedrijven, particuliere sponsors, de EU en het Nederlandse Prins Claus Fonds.

Venetië

Het geheel schept buitengewone verwachtingen. Kellner glimlacht. Het is tien uur, tevreden trekt hij het rolluik omhoog; een plens licht brengt het kleurrijke werk van Shonibare tot leven. Camouflage is niet groot, maar een bevriende architect ontwierp een heldere, uiterst economische ruimte. Kellner: ,,We willen zo snel mogelijk, binnen een jaar of twee, naar een locatie van een paar duizend vierkante meter. Daar moet een bibliotheek komen, een uitgeverij, een theaterzaal. Het gaat ons niet alleen om exposities, we willen informatie geven, een archief opbouwen, discussies organiseren.''

Het is de hoogste tijd, zegt Kellner, dat Afrikaanse kunst serieus wordt genomen. ,,Neem de Biënnale van Venetië. In de hoofdtentoonstelling zag je nauwelijks Afrikaanse kunstenaars. Szeemann, de artistiek directeur, komt uit een lange Europese traditie. Hij heeft in de jaren zestig en zeventig fantastisch werk gedaan met minimalistische kunst en de eerste performances. Hij is volledig geworteld in de taal van het Europese modernisme. Om die reden durft hij waarschijnlijk niet naar kunst uit Afrika te kijken. Alsof deze kunst nog uit houten beelden en struggle-schilderijen bestaat.

,,In Zuid-Afrika hebben we kunstenaars als Kay Hassan, Zwelethu Mthethwa, Tracey Rose, Santu Mofokeng, Moshekwa Langa en Willem Boshoff. Hun werk is te zien in belangrijke musea in Europa en de Verenigde Staten. Szeemann hoefde dus niet eens naar Afrika te reizen. Moshekwa Langa woont en werkt in Amsterdam, over zijn werk struikel je bij wijze van spreken in Nederland. Maar intussen noemt Szeemann zich wel een world-curator.''

In Venetië was een speciale tentoonstelling gewijd aan conceptualisme in de hedendaagse Afrikaanse kunst, met werk van onder anderen Willem Boshoff en Yinka Shonibare. Keller vindt dat geen reden tot juichen. ,,Het geeft aan hoe érg het is'', moppert hij. ,,Veel Afrikaanse kunstenaars houden niet van gettovorming.''

Etalagepoppen

Kellner zwijgt en laat zijn blik gaan over het leven op Jan Smuts. Zwarte passanten, vooral vrouwen, werpen een nieuwsgierige blik op de fraaie etalagepoppen van Yinka Shonibare. De poppen zijn gehuld in kleding van victoriaanse snit lange sleepjurken, slipjassen, ruches maar de stof is van fel bedrukt West-Afrikaans katoen.

,,Shonibare'', zegt Kellner, ,,is een Nigeriaan die al sinds zijn zeventiende in Londen woont. Hij is een prachtig voorbeeld van de ambiguïteit van de hedendaagse Afrikaanse kunst. Hij speelt met begrippen als Europees, Afrikaans, hoge en lage cultuur en ondergraaft het valse idee van een pure, authentieke Afrikaanse identiteit. De katoen die bekend staat als typisch West-Afrikaans is in werkelijkheid een koloniaal product, afkomstig uit Nederlands-Indië, gemaakt in fabrieken in Amsterdam of Manchester en verkocht aan handelaren in Ghana.''

Twee weken later is Kellner in Camouflage druk in de weer met de voorbereiding van een tentoonstelling van vier jonge Zuid-Afrikaanse kunstenaars, twintigers die zich allemaal `post-politiek' noemen. Usha Seejarim toont in de video Eight to Four beelden van de deprimerende autorit die ze dagelijks aflegt van Lenasia (een kleurlingenwijk) naar Johannesburg. Thembinkosi Goniwe laat in een video-performance een huiveringwekkend besnijdenisritueel zien. ,,Hun kunst is geworteld in hun omgeving, maar de beeldtaal is universeel'', zegt Kellner. Het is een zinsnede die afkomstig zou kunnen zijn van zijn collega Okwui Enwezor, met wie Kellner veel contact heeft. ,,Ik koester geen etniciteiten. Daarom is deze tentoonstelling niet specifiek Afrikaans'', verklaarde Enwezor in 1997 bij de opening van de Johannesburg Biënnale.

,,Ook op de Documenta in Kassel zal Enzewor de Afrikaanse kunst volgend jaar geen voorrang geven'', zegt Kellner. ,,Het wordt geen grootse uitstalling van beelden. Het gaat hem om sociale, culturele en politieke vragen. Er zal niet alleen beeldende kunst zijn, maar ook film, theater en muziek.''

Inl. www.coartnews.co.za (tijdschrift) en www.camouflage.org.za (galerie)

Alsof deze kunst nog uit houten beelden en struggle-schilderijen bestaat