De VS en Europa zijn weer volledig op elkaar aangewezen

De terroristische aanvallen op Amerika hebben opnieuw de noodzaak onderstreept van een hechte samenwerking tussen de Verenigde Staten en Europa, meent Richard Holbrooke in de jaarlijkse Nexus-lezing.

11 september 2001 markeert het begin van een nieuw tijdperk in de wereldpolitiek: een tijdperk vol bedreigingen, dat echter ook nieuwe kansen biedt. Deze dag zal zonder twijfel in de herinnering voortleven als een datum van dezelfde orde als 28 juni 1914, 1 september 1939 en 7 december 1941. De Verenigde Staten, al geruime tijd door het terrorisme bedreigd, is ruw wakker geschud. Deze aanval was echter niet alleen op de VS gericht, maar op ons allemaal. Deze moordenaars hebben in New York niet alleen een Amerikaans symbool vernietigd, maar ook een symbool van de wereldwijde welvaart en vrijheid, een symbool van tolerantie en kansen voor iedereen. De puinhopen op de zuidpunt van Manhattan zijn niet de resten van het `Amerikaanse' handelscentrum of zelfs het `New-Yorkse' handelscentrum, maar van het Wereldhandelscentrum.

11 september heeft duidelijk gemaakt dat Europa de VS harder dan ooit nodig heeft, en dat de VS niet buiten Europa kunnen. Vóór deze dag werd er in Washington en door heel Europa fel gediscussieerd over de toekomst van het buitenlandse beleid van Amerika en de angst dat de VS in de komende jaren zouden proberen om een `eigen koers' te varen met betrekking tot kwesties als het broeikaseffect, de raketafweer, vredesmissies en de strijd tegen wereldomvattende epidemieën. Het is opvallend dat de gebeurtenissen van 11 september en het voornemen van de regering-Bush om een internationale coalitie tegen de terreur te vormen, de geneigdheid tot unilateralisme heeft doen afnemen, in elk geval tijdelijk.

Coalitievorming is `in', en tot nu toe lijkt deze effectief te zijn. In dit nieuwe tijdperk is unilateralisme geen optie. Dit is nooit een optie geweest en zal nooit een optie zijn.

11 september heeft ons gevoel versterkt dat we een gemeenschappelijk doel hebben. We hebben dergelijke keerpunten al eerder meegemaakt. We hebben het grote bondgenootschap gevormd dat de nazi's heeft verslagen, en we hebben die vastbeslotenheid om strijd te leveren daarna aangewend in de langdurige strijd tegen de sovjettirannie.

Daarmee was echter de geschiedenis nog niet aan haar eind gekomen: na het sovjetexpansionisme werden nu de dreiging van plaatselijke conflicten en het agressieve nationalisme dat werd opgestookt door leiders als Slobodan Miloševic als het grootste gevaar voor de stabiliteit en de opbouw van een verenigd, vrij Europa gezien.

Op dit moment moeten we al onze energie richten op de vorming van het derde grote bondgenootschap van de transatlantische gemeenschap, vergelijkbaar met de allianties die in de Tweede Wereldoorlog en de Koude Oorlog werden gevormd om de strijd te voeren.

Dit bondgenootschap is geworteld in onze gemeenschappelijke geschiedenis. In 1945, toen Europa in puin lag en de macht van de agressieve Sovjet-Unie op onheilspellende wijze toenam, gingen Europa en de VS een historische samenwerking aan, die was gebaseerd op het fundamentele uitgangspunt dat onze gemeenschappelijke opdracht bestond uit de wederopbouw van Europa en het veilig stellen van de vrije, welvarende wereld.

Na de Koude Oorlog werden de rollen anders verdeeld, en verschillende effecten van de toenemende globalisatie maakten dat de relatie tussen de VS en Europa ernstige stressverschijnselen begon te vertonen. In het afgelopen jaar hebben velen aan weerszijden van de Atlantische Oceaan zich beklaagd over hun overburen. Sommigen spraken zelfs van een relatiecrisis. Veel Europeanen stonden wantrouwig tegenover de neiging van de nieuwe Amerikaanse regering om `een eigen koers te varen'. Anderen klaagden dat de VS een `hypermacht' was. Veel Amerikanen stonden wantrouwend tegenover de bereidheid van de Europeanen om hun soevereiniteit op te offeren voor verheven, maar mogelijk onrealistische idealen, zoals het Internationale Strafhof, of raakten gefrustreerd door de stroperige en logge bureaucratieën van de EU.

In deze omgeving vroegen sommigen zich zelfs af of onze samenwerking nog wel de moeite waard was. Waarom hadden we eigenlijk nog een transatlantisch samenwerkingsverband op het gebied van de veiligheid?

Dit soort vraagstukken, die vóór 11 september speelden, komt ons nu ongelooflijk achterhaald of zelfs naïef voor. Natuurlijk moeten we nieuwe uitdagingen aangaan en ons tegen nieuwe bedreigingen verdedigen. Maar daarvoor moeten we iets doen waar velen aan beide zijden van de Atlantische Oceaan weinig trek in hadden: buiten onze transatlantische ruimte kijken. De VS en Europa hebben maar al te vaak de blik naar binnen gericht, waardoor onze relatie kon vervallen tot gebakkelei binnenskamers over kwesties als bananenexport en geluidsoverlast van vliegtuigen. Deze kwesties zijn niet onbelangrijk, maar soms belemmert dit soort discussies het zicht op de zaken die ons binden.

Het grote vraagstuk van de transatlantische veiligheidsrelatie in de 21ste eeuw is wat we gezamenlijk kunnen ondernemen tegen bedreigingen van buiten onze gemeenschappelijke ruimte, die uiteraard ook Canada omvat. Nu wordt de veiligheid van de VS en Europa vooral bedreigd door grensoverschrijdende problemen: de verspreiding van massavernietigingswapens, wereldomvattende epidemieën zoals hiv en aids, de internationale misdaad en uiteraard het uiterst dringende probleem van het terrorisme. Deze bedreigingen worden veroorzaakt door problemen waarover in de dialoog over de veiligheid zelden wordt gesproken: net als vredesmissies `buiten het veld'. Ze ontstaan overwegend in gebieden die het transatlantisch bondgenootschap doorgaans heeft genegeerd: zuidelijk en centraal Azië, het Midden-Oosten en Afrika.

Op een geheel eigen, gruwelijke wijze illustreert de ramp van 11 september de hernieuwde noodzaak tot samenwerking. Er gaan binnen de VS en in Europa steeds meer stemmen op voor een `oorlog' tegen het terrorisme. Al zijn onze strijdkrachten reeds begonnen met de afstraffing van degenen die terroristen bescherming bieden: dit wordt geen conventionele oorlog. Het is ook een ideologische oorlog en in dat opzicht vertoont hij gelijkenis met de oorlog tegen het totalitaire communisme.

De taak die voor ons ligt, kan zelfs zwaarder blijken te zijn dan de strijd tegen het communisme. Dit is immers geen oorlog tegen ideologen en partijapparatsjiks, maar een gevecht tegen oprechte fanatici, die geloven dat ze God dienen door zichzelf en onschuldige mensen te doden. Er is echter het risico dat we toelaten dat de strijd tegen deze vijand zich ontwikkelt tot een oorlog tussen het Westen en de islam.

Osama bin Laden hoopt bovenal te bereiken dat het een kruistocht tegen de jihad wordt, die zal eindigen als hij tenminste ooit eindigt met de vernietiging van de moderne wereld. Net als de internationale architectuur die na de Tweede Wereldoorlog werd opgebouwd, moet ook de nieuwe antiterroristische architectuur zich richten tot allerlei kwesties, verschillende vormen aannemen, en mechanismen kennen om gehoorzaamheid mee af te dwingen. De nieuwe architectuur zal de naoorlogse instituties niet vervangen, maar deze eerder verstevigen en er op voortbouwen.

Zet de eerste logische stap: een overeenkomst in elkaar zetten over de normen die in het nieuwe tijdperk zullen gelden. De VN-lidstaten hebben in de afgelopen 38 jaar twaalf conventies geproduceerd en de Veiligheidsraad heeft na de aanvallen op 11 september op grond van het bindend gezag van Hoofdstuk VII van het VN-handvest een belangrijke resolutie tegen het terrorisme aangenomen. Zoals Kofi Annan echter al aangaf, ontbreekt er een overkoepelend kader.

Ten tweede. De tragedie verhoogt de noodzaak van de volgende uitbreidingsfase van de NAVO, en verkleint de problemen hierover. Tijdens de top in Praag over een jaar zouden we verder moeten gaan met de uitbreiding van het bondgenootschap, in elk geval met Letland, Litouwen, Estland, Slowakije en Roemenië.

We moeten de bevolking van onze landen blijvend beschermen tegen instabiliteit en conflict. De VS moeten de nieuwe crisis niet als excuus gebruiken om zich aan hun verplichtingen op de Balkan te onttrekken. De militaire aanwezigheid van Amerika in Bosnië en Kosovo is qua omvang bescheiden, maar voor de veiligheid van Bosnië en Kosovo is deze onmisbaar.

En hoe staat het met de andere kwesties die op onze omvangrijke, wereldomvattende agenda zijn gezet wezenlijke problemen die niet direct verband houden met de oorlog tegen het terrorisme om te voorkomen dat ze nog meer rampspoed veroorzaken? Ik doel uiteraard op kwesties zoals de verspreiding van hiv en aids, de verspreiding van wapentechnologieën en kleine wapens, en het spook van het broeikaseffect.

We moeten voortgaan met het bevorderen van het welzijn van de wereldbevolking door het systeem van de vrije handel verder bij te schaven, terwijl we ook moeten luisteren naar de man in de straat, die roept dat iedereen moet meeprofiteren van de weldaden van de globalisering in eigen land en over de hele wereld.

Deze permanente uitdagingen en de nieuwe `oorlog' tegen het terrorisme zullen een enorme inzet, betrokkenheid en samenwerking vereisen van zowel Europa als de VS. Het is tijd om onze sterke historische banden om te zetten in daden die het verloop van de geschiedenis opnieuw een andere wending zullen geven.

Richard Holbrooke is oud-ambassadeur van de VS bij de Verenigde Naties en was bemiddelaar in voormalig Joegoslavië. Bovenstaande tekst is een ingekorte versie van de jaarlijkse Nexus-lezing van het Nexus Instituut in Tilburg. De integrale tekst wordt dit najaar gepubliceerd in Nexus 31. Informatie: nexus@kub.nl.