`De oorlog is een rauwe plek'

,,Mijn boek gaat niet over de oorlog zelf maar over de vragen die men zich achteraf stelt,' zegt de Duits-Engelse schrijfster Rachel Seiffert. Met haar dertig jaar is ze de jongste van de Booker-nominés.

Vanaf zijn geboorte heeft Helmut een afwijking. Hij mist een spier in zijn borst, waardoor hij zijn rechterarm niet goed kan gebruiken. Helmut is verder volkomen normaal, maar van jongsafaan heeft hij maar een doel; erbij horen, zijn zoals andere mannen. Maar voor Helmut is dat niet weggelegd. Die kan met die arm niet eens de Hitlergroet brengen.

Gelukkig heeft Helmut een uitweg; zijn vader werkt bij een fotograaf en deze Herr Gladigau wijdt Helmut in in de fotografie. Helmut heeft talent. Door zijn lens ziet hij de massa's die Berlijn ontvluchten, de rode banieren in de grijze straten, het puin na de bombardementen. Buiten het kader van zijn lens ziet Helmut niets, wil hij niets zien.

Helmut-de-fotograaf is een personage uit The Dark Room (De donkere kamer) van Rachel Seiffert, een van de twee debuten die op de shortlist van de Booker Prize terechtkwamen. Voordat The Dark Room genomineerd werd, was het in Duitsland en Engeland al met respect en bewondering ontvangen en het is niet moeilijk te bedenken waarom. De piepjonge Seiffert – ze werd geboren in 1971 – heeft het aangedurfd een van de zwaarste onderwerpen uit de geschiedenis bij de kop te grijpen en haar vragen daarover in een drietal ingetogen, geconcentreerd geschreven geschiedenissen te vatten. Dat de schoonheid van haar symboliek de geloofwaardigheid van haar karakters af en toe in de weg zit, zou normaliter als een zwakte worden gezien, maar heeft in dit geval juist in het voordeel van de schrijfster gewerkt. Rachel Seiffert is tenslotte pas dertig; bij een minder geserreerd boek was haar vast te verstaan gegeven dat ze als jonkie met haar handen van de oorlog af dient te blijven.

,,Dat soort argwaan zie ik soms voor aanvang van mijn lezingen,' zegt de schrijfster in het Amsterdamse hotel waar ze de dag heeft doorgebracht met het geven van interviews. ,,En in Duitsland heeft één recensent het in zijn bespreking geschreven; wat wist ik nou van de oorlog af? Maar verder is het nooit tegen me gezegd. Ik heb een Duitse moeder, dat scheelt; als ik die niet zou hebben was mijn boek in Duitsland misschien niet eens uitgegeven. Te riskant. En het heeft er denk ik ook mee te maken dat ik op een indirecte manier over de oorlog heb geschreven; mijn boek gaat niet over de oorlog zelf maar over de vragen die men zich achteraf stelt.'

Dát Seiffert zich vragen over de oorlog stelt, is niet verwonderlijk; als dochter van een Duitse moeder – lerares – en een Australische vader – hoogleraar in de Duitse letterkunde – groeide ze op in Oxford, waar men haar voor- en achternaam zelden ongemerkt liet passeren. ,,Ik kan me niet herinneren dat de oorlog er niet was. Op de lagere school werd ik uitgescholden voor nazi. Ik wist eerst niet wat een nazi was, maar ik had al snel door dat het slecht was om een Duitser te zijn. Thuis spraken we Duits, ik schaamde me als mijn moeder me van school kwam halen en me aansprak in het Duits.'

The Dark Room bestaat uit drie afzonderlijke verhalen, met drie gewone Duitsers in de hoofdrol, elk met hun eigen beperkte blik op de oorlog. Op het verhaal van Helmut volgt dat van de twaalfjarige Lore, die vlak na de Duitse capitulatie haar broertjes en zusjes vanuit Beieren naar oma-in-Hamburg moet zien te loodsen, nadat haar ouders, nazi's, zijn geïnterneerd. De derde geschiedenis, zo lang als de eerste twee samen, speelt in het heden en handelt over Micha, een leraar die koste wat kost wil uitvinden wat zijn grootvader, een SS-er, precies heeft uitgevreten in de oorlog. Micha's vrouw is zwanger, zijn familie vindt dat hij zich moet matigen, zijn oma raakt overstuur, maar Micha rust niet voordat hij de waarheid boven tafel heeft.

Zo roert Seifferts drieluik over de Duitse erfzonde de vragen aan die dat land sinds de oorlog worden gesteld over schuld en onschuld, weten en niet weten – en die men er zich nog altijd stelt. Helmut en Lore hebben een beperkt perspectief, hun prioriteiten liggen elders. In welke mate zijn ze schuldig? Micha heeft vijftig jaar later, zoals Seiffert zelf, een schijnbaar compleet overzicht want er staan letterlijk kilometers literatuur tot zijn beschikking. Maar is dat wat hij boven tafel haalt de waarheid? Wat schiet hij met dit specifieke deel van de waarheid, dit nieuwe detail, nog op? En wat richt hij ermee aan? ,,Ik heb willen tonen dat geen enkel perspectief op de oorlog compleet is,' zegt Seiffert met een bijna verontschuldigend lachje. ,,De vraag hoeveel het Duitse volk wist en hoe schuldig het was, is volgens mij nooit eenduidig te beantwoorden; je hebt het over een enorm complex web van niet weten, niet willen weten, voelen maar niet weten, zien maar niet beseffen, wel beseffen en vervolgens wegduwen. Dat het antwoord onmogelijk is, betekent ondertussen natuurlijk niet dat je de vraag niet meer moet formuleren. Juist omgekeerd; je moet hem blijven stellen.'

Van de drie verhalen uit The Dark Room is de korte, gepolijste geschiedenis van Helmut het meest geslaagd. Deze is als het ware in zwart-wit geschreven, zo gedempt zijn Seifferts ongecompliceerde, op het oog alleen maar registrerende zinnen, waaruit elk sentiment is weggebannen. Toch schuilt juist in dat gepolijste minimalisme het gevaar van The Dark Room. Het is vooral een mooi boek – te elegant voor het onderwerp dat het aanroert, als een te glanzend gereproduceerde foto van de oorlog. Aan de andere kant valt er voor Seifferts ingetogenheid ook wel iets te zeggen. Elk van haar personages probeert te registreren wat er om hem heen gebeurt, en geen van hen slaagt daarin. Helmuts foto's van de deportatie van een groep zigeuners – de enige compromitterende foto's die hij ooit maakt – mislukken en hij gooit het rolletje weg. Als de witrus Kolesnik, bij wie Micha terecht is gekomen op zijn speurtocht naar de dader van het moordeskader waar zijn grootvader deel van uitmaakte, zijn eigen misdaden opbiecht, staat de bandrecorder uit. Net zo heeft de schrijfster niet anders gekund dan proberen een wezenlijk gevolg van de oorlog vast te leggen, maar wist ze ook dat ze daarin nooit helemaal zou slagen. Daarmee is The Dark Room ook een boek over de onmogelijkheid om een boek als The Dark Room te schrijven, het is als het ware een verontschuldiging voor zichzelf.

Dat knap ingebouwde voorbehoud verklaart ook het feit dat Seifferts boek in Duitsland zonder noemenswaardig rumoer is verschenen. In 1996, toen de Amerikaanse politicoloog Daniel Goldhagen in Hitlers gewillige beulen de Duitsers min of meer collectief schuldig verklaarde, en in 1998, toen de Duitse schrijver Martin Walser aangaf niet zo heel veel meer te zien in de overvloedige mate waarin de Duitsers zichzelf kastijden met de oorlog, haalden de felle debatten in de media zelfs de buitenlandse pers. Seifferts boek is in Duitsland wel opgemerkt en geprezen om de `gevoelige verteltrant', maar stof deed het niet opwaaien. ,,Dat komt misschien omdat mijn werk fictie is,' zegt Seiffert. ,,Goldhagen is een wetenschapper, Walser een bekende schrijver, een publieke figuur. Ik ben in Duitsland een volslagen onbekende.'

Met het standpunt van Walser, dat elke Duitser wat de oorlog betreft met zijn eigen geweten alleen is, is ze het ondertussen maar gedeeltelijk eens. ,,Het belangrijkste is dát hij het heeft gezegd, juist vanwege het debat dat erop volgde. De oorlog is er in Duitsland altijd; in de krant, op de televisie, als ik op straat loop langs de synagoge, waar nog altijd 24 uur per dag bewaking is. Het is een rauwe plek voor iedereen in dit land. Het enige wat je kunt doen is erover praten.'

Sinds een jaar woont Seiffert in Berlijn, waar ze Engelse les geeft. ,,Ik wil na de jaren dat ik met mijn boek bezig was, wel eens iets anders dan de oorlog, maar in Berlijn valt aan het verleden gewoonweg niet te ontsnappen. Ook in Berlijn wil je wel eens gewoon groente kopen. Maar zelfs dat doe je dan in die context.'

Rachel Seiffert: The Dark Room. Heinemann, 391 blz. ƒ49,95. De vertaling (door Mea Flothuis) verscheen bij De Arbeiderspers, 264 blz. ƒ39,50