China gaat eigen moslims aanpakken

China lijkt de internationale actie tegen het terrorisme te willen aangrijpen om moslim-separatisten in het westen van het land voorgoed de kop in te drukken.

Ook ziet de Chinese regering een kans om af te komen van het internationale stigma van schender van de mensenrechten. De Chinese regering heeft gisteren internationale steun gevraagd voor de bestrijding van `internationaal terrorisme' binnen de landsgrenzen. Volgens China hebben militante Oeigoeren banden met buitenlandse terreurorganisaties, en is het daarom niet meer dan logisch dat de bestrijding van deze groepen valt onder de door de VS geleide internationale strijd tegen het terrorisme.

In een reactie op de mensenrechtenorganisatie Amnesty International waarschuwde gisteren dat landen als China de internationale `oorlog tegen het terrorisme' zullen aangrijpen als een excuus om minderheden en dissidenten aan te pakken.

Het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken stelt dat er ,,sterke aanwijzingen'' zijn dat militante groepen die een onafhankelijke staat Oost-Turkestan nastreven ,,niet alleen hebben deelgenomen aan terroristische activiteiten, maar ook contacten hebben met internationale terroristengroepen of terroristische elementen (...) We geloven dat onze strijd tegen de terroristen in Oost-Turkestan een integraal onderdeel vormt van de internationale strijd tegen het terrorisme'', zei een woordvoerder.

Met deze poging om politieke munt te slaan uit de internationale acties brengt China de Verenigde Staten in een lastig parket. President Bush en China's president Jiang Zemin ontmoeten elkaar voor het eerst in Shanghai op 20 en 21 oktober in het kader van de economische APEC-top.

Bush wil zich dan verzekeren van China's blijvende steun voor een internationale aanpak van het terrorisme, maar de Verenigde Staten waren het in het verleden niet eens met China's optreden in de noordwestelijke provincie Xinjiang. De Amerikanen hebben bezwaar geuit tegen de beperking van godsdienstvrijheid, executies zonder vorm van proces en willekeurige arrestaties. Dezelfde klachten zijn gerezen tegen China's optreden in Tibet.

In Xinjiang wonen vooral Oeigoeren, moslims die een aan het Turks verwante taal spreken. Xinjiang is met een oppervlakte van 1,6 miljoen vierkante kilometer de grootste provincie van China, maar het gebied bestaat voornamelijk uit de Taklamakan-woestijn. Xinjiang heeft van 1944 tot 1949 onafhankelijkheid gekend als de Republiek van Oost-Turkestan.

In 1949 werd het centraal-Aziatische gebied onderdeel van de in dat jaar gestichte Volksrepubliek China. Toen maakten Han-Chinezen nog slechts 6 procent van de bevolking uit, tegen het eind van de jaren negentig ging het om tegen de 40 procent. Het aantal Han-Chinezen groeit nog steeds. Ze domineren het economisch leven, en de Oeigoeren voelen zich steeds meer vreemden in hun eigen regio.

Een aantal Oeigoeren is zich sinds het midden van de jaren negentig gewelddadig gaan verzetten tegen de Chinese economische en culturele dominantie.

In 1997 werd Peking opgeschrikt door een door Oeigoeren gepleegde bomaanslag op een openbare bus. Volgens Westerse wetenschappers zijn de onafhankelijkheidsstrijders echter gering in aantal en slecht georganiseerd. Waarschijnlijk worden ze deels opgeleid in Afghanistan.

Volgens Chinese schattingen verblijven er zo'n twee- a drieduizend militante Oeigoeren in Afghanistan, de Noordelijke Alliantie schat het aantal op enige honderden.

Garrie van Pinxteren is onze nieuwe correspondent in Peking