Britse fiscale paradijzen onder vuur

De Romeinse keizer Vespasianus had gelijk toen hij zei dat geld nergens naar rook. Dat is precies de reden waarom de financiële instellingen van Londen zich zo inspannen om zwartgeldhandelaren te weren. Waar wel een luchtje aan zit, is het tijdstip van publicatie van het rapport dat het Franse parlement heeft uitgebracht over het witwassen van geld in Groot-Brittannië en de van haar afhankelijke gebieden.

De gedachte dat de Londense City niet streng genoeg gereguleerd is - of dat het Anglo-Amerikaanse rechtsstelsel schurken bevoordeelt - is dwaas en ongefundeerd. De financiële instellingen zijn al tien jaar geleden gewend geraakt aan lastige regels met betrekking tot de omgang met hun cliënten, en die regels zijn sindsdien alleen maar zwaarder geworden. En niemand die ook maar even over het onderwerp heeft nagedacht zou het ermee eens zijn dat meer toezichthouders zich moeten spiegelen aan het ongelukkige Serious Fraude Office. Londen is geen belastingparadijs. Het kent geen bankgeheim. Er kan best meer zwart geld in de City omgaan dan in veel andere Europese financiële centra, maar dat komt eenvoudigweg doordat er überhaupt meer geld omgaat.

Toch zal het Franse rapport de druk op de Britse regering opvoeren om haar goede wil te tonen. De Kanaaleilanden en het eiland Man - die op de bijeenkomst van vorig jaar aan de schandpaal ontsnapten - kunnen nu waarschijnlijk op een strafcampagne rekenen. De eilanden kunnen troost putten uit het feit dat het verdrag dat Monaco met Frankrijk sloot over belastingconcurrentie werd afgedwongen door de aanwezigheid van een tankregiment aan de grens. Zover al het deze keer wel niet komen.

Onder redactie van Hugo Dixon. Voor meer commentaar: zie www.breakingviews.com. Vertaling Menno Grootveld