Afscheid

Max en Vera waren opgewonden. Het was een gek gevoel. Ze hadden het allebei. Maar ze wisten niet waar het vandaan kwam.

,,Gaat er iets gebeuren?'' vroeg Max op een ochtend. ,,Komt Sinterklaas? Zijn we morgen jarig?''

,,Nee'', zei Vera. Was het maar zo, dacht ze stilletjes. Het was al steeds vroeger donker iedere dag, maar het was nog niet eens Sint-Maarten. En jarig waren ze pas in de lente.

,,Wat is er dan?'' ging Max verder, ,,ik heb de kriebels. En buikpijn.''

,,Ik ook'', mompelde Vera, ,,het is zo spannend.''

Ze zeiden even niks. Ze dachten allebei hetzelfde. Wát was er nou spannend?

,,Krijgen we visite?'' probeerde Vera.

Max schudde van nee. ,,Hebben we iets gewonnen?'' vroeg hij, maar hij zag Vera al schudden.

,,Ik weet het'', zei Vera ineens langzaam, ,,we gaan verhuizen.''

,,We gaan verhuizen'', herhaalde Max. En toen hoorde hij wat hij zei. Hij schrok. ,,Gaan we weg?'' vroeg hij.

,,Ja'', antwoordde Vera, ,,we gaan weg. Ik voel het. Ik weet het zeker.''

,,Waarheen?'' vroeg Max, ,,waar gaan we heen?'' Hij wreef over zijn buik. ,,Ik voel nog niets'', voegde hij er aan toe.

,,Sssttt'', zei Vera, ,,je moet stil zijn en diep adem halen. Dan ga je het voelen.''

Max haalde diep adem. ,,Ga ik ook voelen waar we heen gaan?'' Gek, maar daar dacht hij ineens aan. Vera hield een vinger tegen haar lippen.

Max haalde nog een keer adem en zei niks meer.

,,Voel je al wat?'' vroeg Vera toen Max een beetje rood begon te worden.

,,Nee'', pufte Max, ,,of ja, toch...we gaan weg.''

,,En?'' vroeg Vera.

,,En? Uh?'' Max begreep het niet.

,,En waar gaan we heen?'' Vera riep het bijna uit. Soms kon hij zo dom zijn, Max.

,,Weet ik niet'', bromde Max. ,,Ik dacht dat jij dat wist.''

Vera dacht na. Ze voelde dat ze weg gingen. Het was eerst een soort buikpijn geweest, maar nu had ze er zin in. Maar voelde ze ook waar ze heen gingen? Langzaam begon er iets te gloeien. Ze wist niet waar, maar het was ergens van binnen. Ze kreeg het warm en daarna koud. ,,Ik geloof euh...dat we naar het buitenland gaan.'' Ze flapte het er uit.

,,Naar het buitenland?''

,,Het buitenland ja.'' Vera wist het zeker. Ze tintelde nu helemaal.

,,Welk buitenland?'' vroeg Max. Hij wist niet of hij het buitenland wel leuk vond. En hadden ze daar dan een huis? En moesten ze dan een nieuwe taal leren? Daar had hij helemaal geen zin in.

,,Dat weet ik niet'', riep Vera, ,,maar we moeten gaan inpakken. Nu meteen.''

Max aarzelde nog even, maar toen sprong hij ook op. ,,We gaan!'' riep hij, ,,we gaan weg! Naar het buitenland! Moet ik mijn zwembroek meenemen?''

Vera lachte.

Ze waren een dag aan het pakken. Ze wisten niet naar welk buitenland ze gingen, dus er moest veel mee. Toen ze klaar waren, hadden ze hun hele huis ingepakt, veel te veel dus.

,,Allebei twee tassen!'' riep Vera.

,,Allebei één tas!'' riep Max.

Ze begonnen overnieuw. Het werd steeds makkelijker. Hoe langer ze bezig waren met uitpakken en inpakken, hoe meer zin ze kregen. Toen ze klaar waren, waren ze zo moe dat ze moesten slapen. Dat kwam goed uit. Nu konden ze lekker vroeg opstaan en meteen na het ontbijt op reis gaan naar het buitenland.

De volgende ochtend aten ze pap, cornflakes en ieder vier boterhammen met hagelslag en pindakaas. De zon scheen, en het waaide. Het was een mooie dag.

,,Daar gaan we'', zei Vera toen ze klaar waren.

,,We gaan'', zei Max.

Ze keken elkaar en pakten hun tas. Ze hadden allebei het gevoel dat ze gingen huilen, maar het gebeurde niet. Ze trokken de deur van hun huis achter zich dicht en liepen door de tuin naar de weg. Ze konden linksaf, ze konden rechtsaf. Weer keken ze elkaar aan. Het werd linksaf, lekker de zon tegemoet. Ze gingen weg, weg, weg – en kwamen nooit meer terug.