Het nieuws van 12 oktober 2001

Konijn met menselijke trekjes

Beatrix Potter, de Engelse schrijfster van kinderboekjes die ze zelf illustreerde, moet een eenzame jeugd hebben gehad waarin ze zich stierlijk verveelde. Ze werd in 1866 geboren in Londen in een stijf, burgerlijk milieu. Haar ouders waren vermogend, maar hadden geen toegang tot de adellijke kringen. Omgang met lieden uit de werkende klasse vonden ze beneden hun stand. Zo groeide Beatrix Potter op in een wereld zonder sociale contacten. Naar school ging ze niet, gouvernantes brachten haar de nodige basiskennis bij. Bij gebrek aan ander vertier leerde ze complete Shakespeare-drama's uit haar hoofd. Haar nieuwsgierigheid leefde ze uit in een vergaande belangstelling voor dieren en planten. Al vroeg smokkelde ze samen met haar broer dode dieren het huis in, kookte ze uit, bestudeerde botten en organen en maakte schetsen en tekeningen. Tijdens de lange zomervakanties in het Lake District gingen de twee kinderen Potter op zoek naar fossielen en paddestoelen. Beatrix maakte zelfs een hele studie van bospaddestoelen, die ze beschreef en schilderde. Een serie van haar gedetailleerde aquarellen van paddestoelen maakt deel uit van de overzichtstentoonstelling 100 jaar Pieter Konijn, een initiatief van Kasteel Groeneveld in Baarn. De tentoonstelling toont originele prenten, aquarellen en voorstudies van Potter, eerste drukken van haar boekjes, brieven en foto's. Voor kinderen is een speciale speelzolder ingericht met spelletjes, kijkdozen, een Pieter Konijn-video en leesboekjes. Bij de tentoonstelling heeft uitgeverij Rubinstein het jubileumboek Pieter Konijn Honderd Jaar later samengesteld. Daarin wordt de wereld van Beatrix Potter van verschillende kanten belicht door bekende Nederlandse illustratoren en publicisten, onder wie Dick Bruna, Rinus Ferdinandusse, Sarah Hart, Hieke Jippes, Nelleke Noordervliet, J.J. Peereboom en Marja Roscam Abbing.